Oog in oog met haat

Achtergrond

Barbet Schroeder voltooide zijn imponerende ‘trilogie van het kwaad’ met ‘The Venerable W’: een verontrustend portret van een haatzaaiende monnik in Birma.

Haatmonnik Ashin Wirathu

Drie prachtige films over verschrikkelijke mannen heeft de Franse regisseur Barbet Schroeder inmiddels op zijn naam staan. Samen vormen de drie films zijn ‘trilogie van het kwaad’, zo verklaarde de 76-jarige regisseur, die ook succesvolle Hollywoodfilms maakte zoals de thriller Single White Female (1992).

Eerst was er General Idi Amin Dada. A Selfportrait (1974), Schroeders portret van de Oegandese dictator Idi Amin, die op dat moment een bloederig schrikbewind uitoefende in zijn land. Daarna volgde Terror’s Advocate (2007), zijn portret van de Franse advocaat Jacques Vergès, die zich specialiseerde in het verdedigen van terroristen en oorlogsmisdadigers met wie hij nauwe, deels clandestiene banden onderhield. Nu is op IDFA The Venerable W te zien, als afsluiting van het drieluik: een verontrustend portret van de boeddhistische haatmonnik Ashin Wirathu, die Birma in de richting dreef van een genocide op de moslim-minderheid in het land, de Rohingya.

Schroeders methode is door de jaren heen vrijwel gelijk gebleven: hij oordeelt niet over de mannen die voor zijn camera verschijnen. Hij laat ze hun verhaal doen in de verwachting dat dat al genoeg materiaal zal opleveren voor kijkers om hun eigen conclusies te trekken. Bij Idi Amin ging hij zelfs zo ver om de film een ‘zelfportret’ van de dictator te noemen, zoveel invloed oefende Amin uit op de Franse filmploeg die bij hem te gast was. Militaire parades, boottochtjes over de Nijl – alles was voor de filmmakers in scène gezet. Bij de talloze misdaden van Idi Amin waren uiteraard geen camera’s aanwezig. Maar door de generaal zo van nabij te volgen, en door hem maar te laten voortratelen, komt zijn grootheidswaan, die een diepe onzekerheid moest maskeren, helder genoeg over het voetlicht. De film is voer voor psychiaters.

Voorbij goed en kwaad

Bij zijn portret van de politieke advocaat Jacques Vergès – een fanatieke anti-kolonialist die geen enkele moeite had met geweld als politiek middel – had Schroeder meer ruimte dan bij Idi Amin om zijn hoofdpersoon ook van een context te voorzien, onder meer door met vele mensen uit zijn omgeving te praten. Toch ligt daarin niet zijn kracht. Schroeder mist het didactische gen om de kijker goed te kunnen uitleggen hoe ingewikkelde kwesties precies in elkaar steken. Maar daar staan zijn verbeeldingskracht, zijn vermogen om in het hoofd van zijn hoofdpersoon te kruipen en zijn talent als verhalenverteller tegenover. Dat zijn kwaliteiten die hij overigens ook in zijn speelfilms gebruikt.

Vergès verdiende zijn sporen als raadsman tijdens de bloedige onafhankelijkheidsstrijd tegen de Franse overheersing in Algerije. Hij verdedigde daarna decennialang zowel nazi’s als extreem-linkse vliegtuigkapers en bommengooiers. Hij was een zeer goede bekende van Carlos ‘De Jakhals’. Veel van zijn activiteiten blijven schimmig. Maar wat blijft hangen is het beeld van een hyperintelligente, arrogante man, die vanwege zijn superieure intelligentie voorbij conventionele noties van goed en kwaad denkt te zijn.

Nu maakt de boeddhistische monnik Ashin Wirathu zijn opwachting in Schroeders galerij van schurken. Ook hem zijn enige megalomane en narcistische trekken niet vreemd. Schroeder laat hem ogenschijnlijk kalm, ongenaakbaar en welbespraakt zijn haatpropaganda spuien. Echt onthullend is daarbij het knikje dat Wirathu zichzelf steeds geeft, terwijl hij zijn samenzweringstheorieën ontvouwt. Goed gezegd, lijkt hij steeds tegen zichzelf te zeggen, niemand kan het zo goed uitleggen als ik.

Vergelijking met Derde Rijk

De maatschappelijke processen in Birma die Schroeder schetst doen ondertussen bedroevend vertrouwd aan. Eerst worden de Rohingya beschuldigd van allerhande wandaden, waaronder het verkrachten van boeddhistische meisjes. Vervolgens is er de verspreiding van opruiende, haatzaaiende beelden – eerst op dvd’s, tegenwoordig online. Daarna volgt de invoering van economische boycots tegen bedrijven van moslims en uiteindelijk geweld, brandstichting en verdrijving uit het land. De vergelijking met het lot van de joden in het Derde Rijk dringt zich op, en is door Schroeder ook zeker zo bedoeld.

De regisseur legt wellicht een te eenzijdig verband tussen de persoonlijkheden van de mannen voor zijn camera en de geschiedenis. Historische processen zijn te complex om exclusief aan de intenties van één persoon toe te schrijven, hoe machtig die persoon ook is. Schroeder lijkt niet zozeer een grote-mannentheorie van de geschiedenis te hanteren, maar een slechte-mannentheorie. Toch is het nuttig en noodzakelijk om een scherp beeld te krijgen van de protagonisten in de bloedige geschiedenissen die Schroeder in zijn ‘trilogie van het kwaad’ ontvouwt. Zulke aandacht voor daders roept nog steeds weerstand op. Maar begrijpen is natuurlijk iets heel anders dan goedpraten of vergeven.

Beangstigend

Schroeder zegt zijn films zonder vooropgezet idee over de aard van het kwaad te hebben gemaakt. Expliciete beschouwingen daarover komen in zijn films niet voor. Elke gedaante van het kwaad is weer anders, zegt hij. Aan de buitenkant van mensen valt niets af te leiden. Dat is juist zo beangstigend.

Maar daarmee doet hij zijn eigen trilogie enigszins tekort. Want er is wél een rode draad aan te wijzen in de drie films: dat is de hoogmoed van zijn hoofdpersonen. De bron van alle radicale ellende is iedere keer opnieuw het geloof in de eigen voortreffelijkheid en onfeilbaarheid. Hybris – al dan niet gestoeld op heimelijke onzekerheid – is de oorzaak van heel veel tragedies. Dat zagen de oude Grieken helemaal niet zo verkeerd.

The Venerable W is te zien op IDFA vanaf 15 nov. General Idi Amin Dada (1974) is te zien op 19 nov. en 23 nov.