Commentaar

Nederland kan zelf de weg wijzen uit het belastingparadijs

Dat juist een wasmiddelenfabrikant in het nieuws moet komen bij onthullingen over het Nederlandse belastingregime is ironie. Maar het onderwerp is bloedserieus. De Paradise Papers, een omvangrijke hoeveelheid nieuw gelekte data over de internationale fiscale praktijk, tonen volgens het Financieele Dagblad dat het Amerikaanse Procter & Gamble via Nederland een belastingheffing van zo’n 145 miljoen euro ontliep. Dat was het resultaat van een zogenoemde ruling, een oordeel van de Belastingdienst over een voorgelegde constructie.

Het onderstreept de rol die Nederland speelt bij internationale belastingroutes. Ook al mag ons land in het parlement dan geen ‘belastingparadijs’ worden genoemd, de reputatie in het buitenland wijst daar wel degelijk op. Nederland, met zijn netwerk van belastingverdragen en ‘ruling’-praktijk, waar vooraf toestemming wordt gegeven voor een constructie, is een bekende knoop in het netwerk van internationale belastingroutes.

De ruling draagt kennelijk niet de benodigde twee handtekeningen maar slechts één; van de verantwoordelijke belastinginspecteur. GroenLinks heeft inmiddels in reactie daarop geëist dat alle bestaande rulings ter inzage komen van de Tweede Kamer. Dat zijn deze, door kennelijke vertrouwelijkheid, nu niet.

De meeste internationale belastingconstructies, en zeker die van het grotere bedrijfsleven, zijn legaal. Landen wedijveren onderling om bedrijven ten dienste te zijn en te verleiden tot vestiging, en gunstige belastingregelingen en lage tarieven zijn daar de belangrijkste middelen voor. Dit heeft inmiddels geleid tot de beruchte ‘race naar de bodem’, waarbij de tarieven steeds lager worden.

De enige oplossing is internationale samenwerking. Maar dit plaatst landen in een meervoudig ‘prisoner’s dilemma’, waar elk gebaar van goede wil riskeert misbruikt te worden door de anderen. Oplossingen worden gezocht in Europees verband, en nog liever in een nóg groter verband. De OESO, de club van gevestigde industrielanden, speelt al een belangrijke rol bij het formuleren van gezamenlijke en gelijktijdige maatregelen. Dat klinkt redelijk, maar geeft ook ruimte voor dralen en op de lange baan schuiven. Het zou goed zijn als de Europese Unie in eigen kring al vast het voortouw neemt.

Op het schoolplein van de internationale belastingconcurrentie riskeert Nederland, samen met bijvoorbeeld Ierland, intussen het middelpunt te worden van alle kritiek. En zoals dat gaat: meepesten is voor de anderen de beste strategie om zelf niet ook mikpunt te worden. Iedereen heeft in dit opzicht wel boter op het hoofd. Maar het valt moeilijk te ontkennen dat de hoeveelheid die op de kruin van den Haag rust rijkelijk is.

Rond Nederland dreigt zich zo een gevaarlijke dynamiek te ontwikkelen. Het kabinet-Rutte III zou deze kunnen omkeren door zelf veel actiever het voortouw te nemen bij het veranderen van de internationale belastingpraktijk, ten eerste in Europees verband. Daar is een ruim gebaar van goede wil voor nodig. Het openbaar maken van rulings, ten minste aan het parlement, is zo’n stap. Want het blijft sowieso bijzonder dat de belastingdienst met een ruling enorme bedragen kan onttrekken aan de heffing, hier of in het buitenland, zonder dat iemand buiten de kring van de ondertekenaars het ooit zal weten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.