Moet dat nou, al dat Engels?

Japke-d. vraagt door Japke-d. Bouma wil een carrière in de hypotheken. Maar een vacature van Aegon snapt ze niet.

Illustratie Tomas Schats

Laatst dacht ik ineens: zou de hypotheekmarkt niks voor mij zijn? De rente is superlaag, de huizen vliegen als oververhitte broodjes over de toonbank en de vastgoedbomen spurten weer de hemel in. Moet ik daar niet eens een baan gaan zoeken?

Toen ik wat vacatures uit die sector bekeek, zakte de moed me echter al snel in de schoenen. Want ik begreep er helemaal niets van. Zoals de functie ‘product owner marketing hypotheken’ bij Aegon. Daar zoeken ze iemand die „sturing geeft aan een multidisciplinair Agile team”, die „de regie neemt en de roadmap afstemt met de stakeholders”, die „backlogs coördineert”, „intensief samenwerkt om zo insights te krijgen voor het realiseren van de beste klantervaring” en die „makkelijk fungeert tussen vraagstukken”.

Gelukkig mocht ik Leon Jansen, ‘manager marketing performance & expertise’ bij Aegon vragen wat dit zoal betekent.

Wat is een ‘product owner’?

„De aanvoerder van het team. Iemand die visie heeft hoe vraagstukken op te lossen, die snapt hoe de markt werkt en bepaalt wat opgepakt wordt, en wat niet.”

De baas dus.

„Nou, bij ons staat de product owner met zijn poten in de klei. Hij werkt mee met het team. Hij is dus meer de spelverdeler die bepaalt hoe er wordt aangevallen en wordt verdedigd, dan dat hij de baas is.”

Wie is de baas dan?

„Dat ben ik. Ik beoordeel mensen functioneel, dat doet de product owner niet.”

Maar hij pakt wel de regie?

„Ja.”

En hij geeft sturing aan?

„Ja, dat is hetzelfde als ‘neemt de regie’. Maar dat is dus iets genuanceerder dan ‘hij is de baas’.”

Wat betekent het als je ‘agile de marketingvisie creëert’?

„Dat je direct verbeteringen toepast als dat nodig is. Dat je niet eerst zes weken met elkaar gaat overleggen wat het beste werkt, dat gaat uitvoeren en later evalueert hoe het ging, maar dat je meer in de praktijk op basis van experimenten bepaalt wat werkt en wat niet.”

Nrc.next heeft toch ook een Engelse naam?

Een plan, een baas en afstemming is uit de tijd?

„Nee, natuurlijk moet je soms uitgebreid afstemmen en lang over een plan doen. Agile is niet altijd beter. Bij McDonald’s gaan ze ook niet bij elke burger opnieuw bedenken hoe ze hem het beste kunnen bakken. Zo geldt dat ook voor allerlei processen bij Aegon. Maar als je nieuwe dingen wil proberen, is agile de weg.”

Noemt u eens een voorbeeld.

„Neem een overlijdensrisicoverzekering. Mensen denken daar liever niet over na. Hoe vind je daar de goede knop bij klanten voor, om er met ze over te praten?”

Die verzekeringen worden toch al honderden jaren verkocht?

„Klopt. Maar nog altijd is 70 procent van de mensen er niet voor verzekerd. Dus moet je nieuwe dingen proberen.”

Waarom gebruiken jullie zo veel Engelse woorden?

„We hebben het wel geprobeerd in het Nederlands, maar toen kregen we én minder reacties én de verkeerde mensen. We zoeken naar mensen met een bepaalde mentaliteit, mensen die zichzelf elke dag willen verbeteren. Die blijken op dit jargon aan te slaan.”

Als ze maar een voor mij onbegrijpelijk soort Engels spreken?

Nrc.next heeft toch ook een Engelse naam? Die is ook gekozen om snelheid en eigentijdsheid uit te stralen. Ik zou zelf ook wel willen dat het met Nederlands kon, maar zo werkt het ook bij ons niet. We zoeken een marketeer met het gereedschap van nu.”

Wat is een roadmap? Dat is toch gewoon een plan?

„Ja.”

En de backlog?

„Dat is de lijst van dingen die we gaan doen en de dingen die we niet gaan doen.”

Maar dat was toch al de roadmap?

„Nee, de roadmap is de lijst van producten die je gaat opleveren, de backlog is: ‘welke activiteiten heb je daarvoor nodig’.”

Dan, de ‘insights’.

„Ja, sorry voor het woord, maar dat zijn inzichten. De inzichten van de klant. Wat de klant graag zou willen.”

Er staat in de vacature ook dat jullie iemand zoeken die ‘makkelijk fungeert tussen vraagstukken’.

„Wacht, dat is taaltechnisch niet helemaal goed gegaan. We bedoelen: iemand die makkelijk wisselt tussen vakgebieden.”

Bent u nou niet bang dat al die voor de leek onbegrijpelijke taal ook doorsijpelt naar de klant?

„Tegen onze klanten praten we in begrijpelijke taal en we testen ook voortdurend of ze tevreden zijn. Natuurlijk kijken klanten ook naar andere uitingen, zoals vacatures. Maar ik hoop dat ze, zeker diegenen die zelf ook een specialistisch vakgebied hebben, begrijpen dat we experts proberen te werven die de beste dienstverlening leveren.”