Commentaar

Krijgsmacht moet begrip kameraadschap opnieuw invullen

Oorlogsfotograaf Rinze Klein, op de rand van ontslag, onthulde dit weekend in NRC een aantal misstanden bij Defensie onder de noemer ‘gesloten cultuur’. Het ging om het gebruik van onveilig materieel, ongewenste seksuele omgangsvormen en het nodeloos in gevaar brengen van burgers. Vorige week bracht de Volkskrant ontluisterend nieuws over drie militairen die hun eenheid verlieten na pesterijen, aanranding, mishandeling en verkrachting door hun eigen sergeanten en korporaals. Daar zou het motief ‘teambuilding’ zijn geweest.

Nu zijn dit ongelijksoortige gevallen. Klein liep vast in zijn werk door opbouw van stress, traumatische oorlogservaringen in combinatie met een gebrek aan begeleiding, ‘decompressie’ en coaching. Hij heeft in de kern een arbeidsconflict en is gedupeerd door zijn lage afkeuringspercentage van 27%. Met coulance en een menselijk gebaar zou Defensie dit contract harmonieus kunnen beëindigen. Ook de fotograaf ziet er immers geen heil meer in.

Intussen blijft na het verhaal van Klein wel op de zeef liggen hoe zielsalleen een uitgezonden militair kan staan. Hoe absurd de coalities uitwerken die in verre landen militair ontwikkelingswerk moeten doen voor ‘onze’ veiligheid. Een diep respect voor de mannen en vrouwen die dit namens ons op zich nemen is dan gepast. Debatteren over 27 of 35 procent arbeidsongeschiktheid steekt daar schril bij af en is bovendien contraproductief. Defensie heeft personeelstekort, werft nieuwe mensen en moet dus een onbesproken werkgever willen zijn. Dat betekent dat het de zorgplicht voor het personeel ruimhartig moet leggen en steeds fatsoen dient te betrachten. Ook als de relatie voorbij is. Dat kost wat, maar dat mag ook wel, gezien de prestaties van Klein en zijn collega’s.

De ervaringen van de drie militairen uit Schaarsbergen zijn van een ander kaliber. Die passen in de verziekte arbeidscultuur op de militaire werkvloer waar veel vaker de staf over is gebroken. Al in 2014 kwam er een rapport uit over de Nederlandse Defensie Academie (NLDA) waar het complete hogere militaire kader wordt opgeleid. Daarin wordt haarfijn aangeduid hoe het verziekte areaal aan ‘geintjes’, ‘lesje leren’ en ‘moet kunnen’ in de bedrijfscultuur van Defensie is verankerd. Er was (is?) sprake van een elite van cadetten en adelborsten die zelf bepaalden wie er wel en wie er niet bij hoorden. Dat oogmerk hadden kennelijk ook de onderofficieren in Schaarsbergen toen ze hun ondergeschikten aanrandden en letterlijk over hen heen pisten. Destijds schreven wij dit over dit ernstige cultuurprobleem: „Het leidt tot eigenrichting, isoleert individuen, ontmenselijkt de verhoudingen, verhindert verantwoording en creëert een code van zwijgzaamheid. […] Het tast de kern van de militaire organisatie aan: de eer om met behoud van menselijke waardigheid erbij te mogen horen en een democratische rechtsstaat te mogen dienen. Daarin gaat het over vrijheid.”

Zeker, in de krijgsmacht gaat het onderling over kameraadschap, over op elkaar kunnen bouwen als de kogels inslaan. Maar juist dat begrip dient te worden herijkt, adviseerden de onderzoekers destijds. Wij beschermen elkaar en laten niemand achter, zou het credo moeten zijn. Niet: wij maken zelf uit wie onze kameraden zijn en wie niet. Of die boodschap ooit bij Defensie is geland, is de grote vraag.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.