Cultuur

Interview

Interview

Internetpionier Jonathan Harris gaat offline

Interview Jonathan Harris

Bij de eregast van het 30ste IDFA veranderde enthousiasme over ‘meta-organisme’ internet in scepsis over deze machine die aandacht melkt alsof het olie is.

Omdat de gemiddelde levensverwachting in Nederland volgens de berekeningen van Jonathan Harris 79,5 jaar is, geeft hij me iets meer dan 7,9 minuten om zijn online kunstwerk Network Effect (2015) te bekijken. Maar dat is onmogelijk. Het werk bestaat uit 10.000 korte, op YouTube gevonden video’s, keurig gerangschikt op trefwoord, voorzien van grafieken en achtergrondinformatie. Voordat ik van de angst om iets te missen – ‘fear of missing out’ – ben bekomen, is de klok al aan het aftellen. Ik heb net tijd om razendsnel door ‘blink’, ‘celebrate’, ‘stare’ en ‘weep’ te browsen en dan is mijn tijd op. Pas over 24 uur kan ik weer inloggen.

Network Effect is de accumulatie van vijftien jaar op internet doorbrengen en dat in datavisualisaties, webdocumentaires en online kunst omzetten”, vertelt Jonathan Harris (1979) via Skype uit Vermont. Harris is een van de pioniers van het genre, en hoofdgast van de 30ste editie van IDFA; documentaires zijn al lang niet meer alleen maar van a tot z vertelde verhalen voor televisie of bioscoop. Er is een retrospectief van Harris’ werk te zien en hij stelde de top-10 samen waarin hij ook speelfilms en een boek opnam.

Op DocLab onderzoekt het festival al tien jaar hoe documentaires uit de traditionele kaders breken. Voor Harris is het echter de afsluiting van een tijdperk. Zoals zoveel van de internetvorsers van het eerste uur werkt en leeft hij tegenwoordig grotendeels offline.

„Toen ik net begon zag ik internet als een soort meta-organisme, een zenuwstelsel van de menselijke geest. Ik was benieuwd of dat supergeheugen beschreef wie de mens is. Data waren niet alleen de taal van dat organisme, maar ook het wisselgeld waarmee het zichzelf in stand houdt.

Enorme aandachtsmachine

„Die gedachte is tegenwoordig niet zo ongewoon meer. We beseffen steeds meer dat internet een enorme aandachtsmachine is. Internetbedrijven verdienen geld door onze aandacht te monopoliseren. Veel sociale media en apps zijn zo ontworpen dat we er verslaafd aan raken. En we ‘betalen’ voor die ‘drug’, want dat is het, met onze vrije tijd, ons privéleven, ons surfgedrag. Internetbedrijven zien aandacht als een natuurlijke hulpbron, als olie, die ze eindeloos kunnen oppompen zonder zich zorgen te maken over de gevolgen.”

Hij mag de stekker er dan uit hebben getrokken, Harris is niet van een internetfanaat in een internethater veranderd. Hij gelooft dat er geen wezenlijk verschil is tussen offline en online ervaringen. Is ook geen alarmist. „We moeten de ruimte vinden om na te denken wat we met deze technologie willen. We zijn niet alleen verantwoordelijk voor de aarde, maar ook voor ons eigen gedrag. We kunnen daar geen externe oorzaken de schuld van geven.”

Met zijn zus is Harris bezig het ouderlijk huis in Vermont geschikt te maken als kunstenaarskolonie. Ze hopen hun landerijen tot een plek van reflectie en creativiteit te maken. Zijn huidige werk bevindt zich op de grens van leven, kunst en levenskunst. Hij onderzoekt zijn familiegeschiedenis, bant via verzonnen rituelen oude ‘demonen’ uit, legt dat op film vast. Iets daarvan is in het ‘work in progress’ In Fragments al op IDFA te zien. Hij sluit niet uit dat hij ooit internet weer zal gebruiken voor de verspreiding van dit werk: „Het gaat om maat, schaal, dosering. Ik heb onderzoek gedaan naar de medicinale planten van de oorspronkelijke bewoners van de Verenigde Staten. In de ene dosis is het een medicijn, in de andere een gif. Internet is geweldig gereedschap. Een kettingzaag en een hamer zijn ook mooi gereedschap. Het gaat erom wat je ermee doet.”

IDFA laat een retrospectief van Jonathan Harris zien. Inl: idfa.nl