Hadden eerdere leaks in Nederland gevolgen?

Om de zoveel tijd stellen politici de reputatie van Nederland als vermeend belastingparadijs aan de orde. Het uitlekken van gevoelige informatie over internationale belastingconstructies is steeds een actuele aanleiding om dat opnieuw te doen – al was het maar omdat er altijd ook namen van Nederlandse bedrijven, rijke particulieren en vooral belastingadviseurs bij betrokken zijn.

Naar aanleiding van de Panama Papers riep een deel van de Tweede Kamer om een parlementaire enquête, vooral linkse oppositiepartijen. Daar was niet voldoende steun voor. Wel voor een aftreksel daarvan: een parlementaire ondervraging, waarbij deskundigen en betrokken adviseurs uit de belastingadviespraktijk onder ede aan de tand werden gevoeld. Grote multinationals hoefden niet te verschijnen.

Het leverde deze zomer een twintigtal openbare verhoren op en een bescheiden eindverslag zonder harde aanbevelingen. Binnenkort debatteert de Kamer over de uitkomsten van deze zogeheten ‘mini-enquête’. Een herhaald verzoek voor een échte parlementaire enquête dient zich nu aan, beaamt SP-Kamerlid Renske Leijten. „Al heb ik liever dat we meteen de regels voor belastingontduiking gaan aanscherpen.”

De Panama Papers schaadden drie carrières. Een Rotterdamse notaris, een kandidaat-politica van GroenLinks en een commissaris bij staatsbank ABN Amro moesten hun positie opgeven omdat hun namen in de database waren opgedoken, nog zonder dat vaststond of er van ongeoorloofde belastingontwijking sprake was geweest.