Jann Wenner van Rolling Stone, een ‘starfucker’ die wist wat de lezers wilden

Popblad Op de cover van Rolling Stone staan is nog steeds een teken van status. Uit een biografie over het nu 50-jarige popblad blijkt hoe oprichter Jann Wenner de sterrencultuur voedde.

Rolling Stone- oprichter Jann Wenner in 1970, op 24-jarige leeftijd. Foto Getty

Toen modeontwerper en societyprinses Diane von Fürstenberg in 1977 de nieuwe redactie van Rolling Stone in New York bezocht, en daar de covers van het blad zag hangen, zei ze guitig tegen hoofdredacteur Jann Wenner: „Met hoeveel covers denk je dat ik naar bed ben geweest?”

Dr. Hook zong het in de hit ‘The Cover of Rolling Stone’ (1972): wie op de omslag van het tweewekelijkse tijdschrift kwam, had het gemaakt in Amerika. Het beeldbepalende popblad viert donderdag zijn vijftigste verjaardag, met als cadeau de biografie Sticky Fingers.

Hoofdredacteur Jann Wenner vond het geweldig om een biograaf te hebben. Tot hij het verschrikkelijk vond om een biograaf te hebben. Schrijver Joe Hagan werkte vier jaar aan het boek over de hoofdredacteur en zijn blad. Wenner had Hagan zelf uitgezocht, bracht vele uren met hem door, liet hem in de archieven duiken en zorgde ervoor dat hij grote namen als Bob Dylan, Paul McCartney, Mick Jagger en Yoko Ono kon spreken.

De hoofdredacteur hoopte op een eerbetoon. Een boek waarmee hij kon laten zien hoe belangrijk hij voor de westerse popcultuur is geweest. Maar een week voor publicatie kwam The New York Times met het verhaal dat het oorlog is en dat Wenner zijn handen van het boek af trekt. Zijn eigen blad zal doen alsof het boek niet bestaat. Wenner in een verklaring: „Ik heb Joe mijn tijd gegeven in de hoop dat hij een genuanceerd portret zou schrijven. In plaats daarvan maakte hij een gebrekkig en smakeloos boek.”

Volgens de biograaf wist Wenner precies waar hij aan begon. Hagan kreeg toestemming om overal over te schrijven, ook over het feit dat Wenner decennialang in de kast zat als homoseksuele man terwijl hij getrouwd was. De recensies van Sticky Fingers zijn lovend, maar iedereen snapt waarom Wenner zich vernederd voelt. Het boek prijst Wenners werken, maar is vernietigend over zijn karakter: een verraderlijke slijmbal, die over mensen heenloopt als hij er beter van kan worden.

Geen undergroundblaadje

Rolling Stone was in de jaren zestig en zeventig het brandpunt van de Amerikaanse populaire cultuur, met popmuziek in het centrum, maar daaromheen ook ruimte voor film, televisie, politiek. Begonnen op de revolutionair begeesterde Berkeley universiteit en in hippiewijk Haight-Ashbury in San Francisco was Rolling Stone eerst het lijfblad van de tegencultuur, met rockmuziek als gangmaker voor de cultuurrevolutie.

Maar Wenner wilde geen undergroundblaadje. Hij was een „starfucker” die zijn fascinatie voor de sterren en de heersende klasse in een mainstream blad wilde vangen. Al snel omringde hij zich met rockroyalty. Vriendschap was een te groot woord, daarvoor was Wenner te grillig in zijn loyaliteit. Wenner en de sterren gebruikten elkaar om beroemder te worden en meer bladen of albums te verkopen. Zo voedde het blad de opkomende sterrencultuur, met Amerikaanse artiesten als de nieuwe wereldadel. Met een handige verwijzing naar Wenners leeftijdgenoot president Trump, schrijft Hagan: „De zonsverduistering van Donald Trump markeert de complete triomf van de sterrencultuur over alle aspecten van het Amerikaanse leven.”

Rolling Stone werd het podium van fotograaf Annie Leibowitz, die menig beeldbepalende cover maakte, en van grote schrijvers en journalisten. Hunter S. Thompson publiceerde in het blad zijn Fear and Loathing in Las Vegas. Tom Wolfe schreef een serie over astronauten, voorlopers van The Right Stuff. In de jaren zestig en zeventig bracht het blad belangrijke onderzoeksjournalistiek.

De idealistische jaren zestig werden begraven in veelbesproken verhalen over de excessen van de cultuurrevolutie: over het beruchte concert van The Rolling Stones in Altamont, waarbij een Hells Angel, door de band ingehuurd voor beveiliging, een bezoeker doodstak. Over de moorden van de hippiesekte van Charles Manson. Over de rellen tijdens de Democratische conventie in 1968.

10 spraakmakende covers van Rolling Stone:

Spiegels op tafel

Het boek geeft vooral een goed en aantrekkelijk beeld van de hedonistische jetset in de jaren zestig en zeventig. Het waren wilde tijden. Redacteuren kregen van Wenner als bonus envelopjes met cocaïne. Na een heidag van de redactie vroeg de hoteleigenaar zich af waarom alle spiegels van de wand waren gehaald en op tafel lagen.

De feesten die Wenner gaf, voerde hij bij de belastingen op als aftrekpost, als bedrijfskosten voor Rolling Stone. En terecht: gelokt door de vrije seks en gratis cocaïne kwamen de sterren, kunstenaars en politici naar zijn huis. Uit deze feesten haalde Wenner zijn interviews, roddels en tips voor onderzoeksverhalen.

Wenners Rolling Stone was instrumenteel in de overgang van rock als tegencultuur voor de opstandige jeugd naar een miljoenenindustrie, en van de artiesten van boheemse rebellen naar decadente miljonairs – supersterren die de jetset van de jaren zeventig vormden. Daarmee reflecteert Rolling Stone ook wat er met de protestgeneratie gebeurde, die later de babyboomers zijn gaan heten – „de rijkste en meest vrije generatie die ooit geleefd heeft”. Ze kwamen snel aan de macht, ze verdienden veel geld en uit de inboedel van de revolutionaire plannen namen ze vooral het individualisme en het hedonisme mee, de vrijheid om te feesten en te doen wat je zelf wilt. Ze waren „de generatie tussen de pil en aids”.

Witte traditionele rock

Wat de rol van Rolling Stone in de popmuziek betreft, geeft het boek een gemengd beeld. Dit was het eerste blad dat pop serieus beschouwde als belangrijke kunstvorm. Medewerkers als essayist Greil Marcus plaatsten popmuziek in de cultuurgeschiedenis en de literatuur. Rolling Stone stond open voor eerlijke popkritiek. Maar Jann Wenner had ook zijn entourage aan sterren die voorrang kregen en die niet negatief besproken mochten worden. Ook had hij een zwarte lijst van mensen die geen aandacht kregen, of altijd werden afgekamd. Wenner was meer geïnteresseerd in sterrendom dan in muziek.

Het blad bleef gericht op witte traditionele rock. Vernieuwende genres als disco, punk, hiphop, dance, grunge kregen nauwelijks ruimte. Dat was overigens niet helemaal uit conservatisme van de redactie: de covers met sterren uit andere genres werden slecht verkocht, dus koos Wenner steeds weer voor de grote witte rocksterren. Dat was wat de lezers wilden.

Het bestverkochte nummer van Rolling Stone (2,5 miljoen exemplaren) was dat over de moord op John Lennon in 1980, met de beroemde cover van Annie Leibowitz van Lennon die bloot opgekruld tegen zijn vrouw Yoko Ono aanligt. Wenner was sterk in in-memoriam-nummers. Door die nummers en door de oprichting van de Rock and Roll Hall of Fame, het pantheon van de popmuziek in Cleveland (Ohio), speelde Rolling Stone een rol in het klassiek worden van de popmuziek. Toen de popfans en de popsterren ouder werden, veranderde popmuziek van vluchtig en tijdgebonden in klassiek: het had de decennia overleefd en werd steeds opnieuw gespeeld en bestudeerd. Nieuw en jong waren niet langer de belangrijkste kwaliteiten in muziek. Vanaf begin jaren tachtig verloor Wenner zijn gevoel voor wat de jeugd bezighield. Maar in monumentenzorg bleef hij ijzersterk.

Grootste misser

De biograaf heeft minder interesse in de huidige positie van Rolling Stone, terwijl ook daar veel over te vertellen valt. In september werd bekend dat Wenner zijn blad gaat verkopen. Vorig jaar verkocht hij voor 40 miljoen dollar al 49 procent aan BandLab Technologies, een techbedrijf uit Singapore.

De verkoop lijkt het definitieve einde van een tijdperk. Niet dat de status van Rolling Stone voor het eerst begint te wankelen. Het blad was al jaren een symbool voor nieuwe, hippere concurrenten om zich tegen af te zetten. In de jaren tachtig en negentig was dat bijvoorbeeld tijdschrift Spin, dat sneller insprong op genres als hiphop, grunge en indie. Die rol is overgenomen door sites als Pitchfork. Verder heeft Rolling Stone, net als vele andere traditionele mediabedrijven, last van internet en versnipperd media-aanbod.

De grootste misser in de geschiedenis van het blad kwam in november 2014. Een groot artikel over een groepsverkrachting op de campus van de Universiteit van Virginia bleek vol fouten te zitten. Er was geen bewijs en het tijdschrift gaf toe dat het geen wederhoor had gepleegd, een journalistieke doodzonde. Het stuk, ‘A rape on campus’, werd in april 2015 teruggetrokken met een groot mea culpa. Er volgden drie rechtszaken en het blad moest, na schikkingen in twee rechtszaken, een schadevergoeding van 4,7 miljoen dollar betalen.

Toch is een Rolling Stone-cover ook voor de nieuwste generatie popsterren een teken dat je het echt gemaakt hebt. Op de meest recente editie staat rapper Cardi B (25), die onlangs met haar single ‘Bodak Yellow’ op nummer één kwam in de Amerikaanse Billboard Hot 100. Rolling Stone speelde geen rol in haar opkomst, de ex-stripper bereikte de top dankzij Instagram en reality-tv. Toch plaatste de Latina de cover op haar Instagram met een euforisch bijschrift: „Droom komt uit!!! De cover van ROLLING STONE!!!! WOW!!!”