Recensie

Een kunstpaus struikelt en valt

Satire

In ‘The Square’ legt regisseur Ruben Östlund een morele hindernisbaan aan voor zijn hoofdpersonage, de zelfgenoegzame museumcurator Christian. Dat levert een onevenwichtige maar fascinerende satire op.

Bodybuilder Oleg (Terry Notary) mag de aap uithangen bij een sjiek sponsordiner van het Zweedse X Museum of Modern Art, in ‘The Square’.

Zelfs performance art kent grenzen; bodybuilder Oleg dendert daar overheen als hij de aap mag uithangen bij een sjiek sponsordiner van het Zweedse X Museum of Modern Art. De dinergasten zijn gewaarschuwd: muisstil zitten, de alfaprimaat niet in de ogen kijken. Maar wat als Oleg zo opgaat in zijn spel dat hij een dame aan de haren over het parket sleurt voor copulatie?

Ruben Östlunds The Square, die dit jaar op het filmfestival van Cannes de Gouden Palm won, gaat over informele afspraken en taboes in een wereld waar ‘grensoverschrijdend’ een deugd is: de beeldende kunst. Östlunds vorige film Turist bood een laserscherpe analyse van sekseverhoudingen in de 21ste eeuw. Het bestaan en zelfbeeld van de brave burgerman Tomas schrompelt daar ineen wanneer hij op wintersport bij een dreigende lawine in paniek zijn iPhone van tafel grist maar zijn gezin in de steek laat. Een film met de grimmige logica van een lawine: één onwillekeurige impuls ontketent een kettingreactie.

Die onherroepelijke logica mist The Square: in zijn losse opbouw doet hij eerder denken aan Östlunds onderzoekende mozaïekfilm Involuntary (2008), over groepsdruk. Het eerste shot symboliseert de pretenties van moderne kunst. Een ruiterstandbeeld wordt hardhandig van zijn sokkel getakeld, in plaats daarvan komt een met ledlampjes gemarkeerde vierkant van vier bij vier meter. In ‘The Square’ is iedereen gelijk en helpt iedereen elkaar, leren we. Ofwel: het utopische, egalitaire engagement waar kunst prat op gaat. Het ruiterstandbeeld staat dan voor oude prestigekunst, en ongelijkheid, imperialisme, seksisme, racisme, wat al niet. Ons schuldige verleden. Nu is alles anders, neemt kunst het op voor onderdrukten.

The Square toont hoe de museumwereld dat soort verheven idealen waarmaakt, en spant daartoe een kluwen struikeldraad voor zijn antiheld, curator Christian Nielsen (Claes Bang). Een liberaal, welgesteld, smaakvol, sexy en succesvol cultuurpausje, maar van zijn zelfgenoegzaamheid blijft weinig over op Östlunds morele hindernisbaan. Zijn loutering begint met een straatperformance: Christian schiet een dame te hulp die door een nare kerel wordt belaagd. Dat blijkt een opzetje om zijn mobieltje en portemonnee te rollen. Als Christian zijn telefoon trackt naar een woonkazerne, stuurt hij alle bewoners een dreigbrief om zijn spullen terug te krijgen. Dat wekt de woede van een obstinaat jochie, dat excuses eist voor die valse beschuldiging. Hij dreigt „chaos te brengen”.

De chaos besluipt Christian dan al van vele kanten. Nog los van de uit de hand gelopen apenperformance, is er de expositie ‘The Square’: twee druistige reclameboys verzinnen daar wel even een virale internetcampagne voor. Ook is er de problematische relatie met kunstjournalist Anne (Elisabeth Moss). In het begin legt Christian haar uit dat haar handtasje kunst is zo snel hij dat tentoonstelt – zie Marcel Duchamp. Maar later is de verbitterde Anne getuige als Christian beschadigde kunst – een suppoost zoog een hoopje gruis deels op – eigenhandig wil repareren. Dat is een doodzonde, weten wij: eenmaal gecanoniseerd is kunst sacraal.

Lees hier een interview met regisseur Östlund: ‘De kunstwereld zit vol met loze rituelen’

Zo poert Östlund sardonisch rond in de taboes, pijnpunten en codes van de kunstwereld en is het niet de vraag of, maar waarover Christian struikelt. De film observeert scherp: zie de kunstelite genieten wanneer ze ’s nachts als moderne aristocraten feest mogen vieren in een koninklijk paleis. En stelt vragen. Is kunst een complexe code om de elite van de massa te scheiden? Een prestigeobject, een aflaat voor rijken? Is het museum een moderne kerk die een irrelevante utopie verkondigt?

Met zijn 2 uur en 24 minuten is The Square lang: een brede, onevenwichtige maar fascinerende satire die om zich heen schiet en soms mist. Zo is het keer op keer benadrukken van de kloof tussen artistieke elite en zwervers wat gemakkelijk moralistisch en voelt een op zich aardige subplot over de vreugdeloze claimseks tussen Christian en journalist Anne – met chimpansee – nogal onaf en misplaatst. Maar een schot hagel is The Square niet, eerder een film die ietwat overkookt van de ideeën en ongemakkelijke observaties. En dat houdt het grappig, spannend en stimulerend.