De softe behandeling van ‘Noord-Korea’

Olympische Winterspelen

Het IOC poogt de Winterspelen in Zuid-Korea zoveel mogelijk buiten de politieke spanningen rond Noord-Korea te houden. Dat lukt maar ten dele.

De boodschap die het IOC wil uitdragen: de Winterspelen gaan door, want de veiligheid van sporters en toeschouwers wordt vooralsnog gegarandeerd. Foto Kim Hong-ji/Reuters

Natuurlijk zijn de afgelopen maanden de spanningen rond Noord-Korea ook het Internationaal Olympisch Comité (IOC) binnengeslopen. De Winterspelen van februari volgend jaar in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang staan onder politieke druk, een werkelijkheid die het IOC vooral schuw heeft gemaakt.

Die terughoudendheid is gevoed door angst het conflict te nadrukkelijk op de Olympische Winterspelen te betrekken. Het IOC wil de kwestie daar zoveel mogelijk weghouden. De Spelen gaan door, want de veiligheid van sporters en toeschouwers wordt vooralsnog gegarandeerd, dat is het signaal dat het IOC wil afgeven.

Intern, op het hoofdkantoor in Lausanne, krijgt ‘Noord-Korea’ vanzelfsprekend alle aandacht. Want als het IOC iets niet wil, is dat de Winterspelen worden afgelast. Hoewel de veiligheid primair bij het lokale organisatiecomité en de Zuid-Koreaanse overheid ligt, houdt het IOC intensief contact met veiligheidsdiensten en de Verenigde Staten, China, Zuid-Korea en Japan, landen die politiek sterk bij het conflict betrokken zijn.

Een woordvoerder van het IOC zegt desgevraagd dat er de afgelopen week bij de Verenigde Naties nog druk overleg is gevoerd met een aantal belangrijke wereldleiders en dat de spanningen op het Koreaanse schiereiland hoe dan ook nauwlettend worden gevolgd. „Maar in geen van de discussies heeft ook maar iemand twijfels geuit over het doorgaan van de Spelen in Zuid-Korea”, voegt de woordvoerder daaraan toe.

Het vertrouwen in een goede afloop blijkt eveneens uit het ontbreken van een plan B bij het IOC. Mocht de Noord-Koreaanse kwestie daadwerkelijk tot afgelasting van de Winterspelen leiden, dan wijkt het IOC niet uit naar een ander land, althans niet in februari 2018. Voor zo’n gedwongen verplaatsing is de voorbereidingstijd simpelweg te kort.

Niet afreizen zonder garanties

In Nederland houdt sportkoepel NOC*NSF, met name via chef de mission Jeroen Bijl, nauw contact met het ministerie van Buitenlandse Zaken over de spanningen in Azië. Nederland onthoudt zich van commentaar en volgt daarmee de lijn van het IOC. Dat geldt niet voor Europese partners als Frankrijk en Oostenrijk, landen waar is verklaard niet naar Pyeongchang te zullen afreizen als de veiligheid van de sporters niet gegarandeerd kan worden.

De waarschuwing uit Frankrijk kwam het hardst aan bij het IOC, omdat die werd verkondigd door de minister van Sport, Laura Flessel. In Oostenrijk legde Karl Stoss, voorzitter van het Oostenrijkse Olympisch Comité, met eenzelfde dreigement iets minder gewicht in de schaal, maar toch. Vooral de uitlating van Flessel leidde in de mondiale berichtgeving tot een kettingreactie. En voedde de discussie die het IOC juist wil voorkomen. Het IOC heeft alle 205 nationale olympische comités juist gevraagd zich te onthouden van commentaar en de berichtgeving door het IOC te laten coördineren.

Maar het is welhaast onmogelijk alle kikkers in de kruiwagen te houden. Groot-Brittannië heeft bij monder van Bill Sweeny, voorzitter van het nationaal olympisch comité, laten weten dat er aan een evacuatieplan wordt gewerkt in geval Zuid-Korea halsoverkop verlaten moet worden. En het Amerikaanse olympisch comité heeft alle potentiële deelnemers per brief geïnformeerd over de veiligheidsmaatregelen.

Uitingen die IOC-voorzitter Bach maar zozo vindt. Tijdens de opening van de Sessie, de jaarlijkse plenaire vergadering van IOC-leden, in september in Lima, gaf hij blijk van zijn ergernis. Bach destijds: „Speculaties over de verschillende scenario’s bij een foute afloop zijn verkeerde signalen. Daarmee worden de inspanningen ondermijnd om tot een diplomatieke oplossing te komen.”

De reële vraag is; hoe serieus de dreiging van een (nucleaire?) oorlog moet worden genomen? Feit is dat de oorlogsretoriek vanuit zowel Noord-Korea als de Verenigde Staten de laatste maand is afgenomen. Feit is verder dat de Amerikaanse president Donald Trump momenteel door Azië reist met de bedoeling de politieke rust enigszins terug te brengen.

Anderzijds voerde de krant The New York Times deze week drie Korea-deskundigen op die de kans op een oorlog tussen de VS en Noord-Korea op 20 tot en met 50 procent schatten. Richard Haass, voorzitter van de denktank Council on Foreign Relations, zei in die krant: „Ik vind dat het risico groter is dan velen denken. Ik weet niet of het 20 of 50 procent is, maar veel meer dan nul.”