Column

De mens is maar één van de vele intelligenties

Ik weet niet of u de toekomst een beetje hebt gevolgd de laatste tijd. Deelnemers aan het debat zijn het erover eens dat de mens in de toekomst geen rol meer speelt. Geen humanisme meer, maar posthumanisme of transhumanisme, hemi-, hypo-, hyperhumanisme. U kent het soort termen wel. Maar minder bekend is dat de mens binnenkort ook geen rol meer speelt in de geschiedenis. En toch is dat ook zo.

Eventjes maar, een paar honderd jaar lang, hebben we in een vierkante kast gezeten met het licht aan. Deze episode heette de Verlichting. Geen duistere hoekjes, geen monsters onder het bed: de mensheid heeft in die kast heel even gedacht dat de wereld om haar draaide, een paar eeuwen van egostreling, tussen twee stiltes luid geweest, en van je hela hola, en toen ging de kast weer open. De toekomst stond voor de deur. En daarachter stond de geschiedenis.

Laatst hoorde ik iemand beweren dat de mens nu voor het eerst in zijn bestaan tegenover een alternatieve, concurrerende intelligentie staat: de kunstmatige intelligentie die hem naar de kroon steekt. Mij lijkt dat een nogal aanmatigende gedachte. Alsof de kosmos niet van meet af aan vol intelligentie heeft gezeten. Verschillende verschijningsvormen van vernuft, die altijd al naast elkaar hebben geleefd en gefunctioneerd.

Natuurlijke intelligentie, zegt ook Kevin Kelly, oprichter van technologie-magazine Wired, is niet ééndimensionaal. Niet zoiets als een geluidsniveau dat je kunt meten in decibellen. Geen verschijnsel dat aanzwelt, in een rechte lijn toeneemt, totdat je na heel veel domme dieren eindelijk een geniale mens hebt, die nu op zijn beurt overstemd dreigt te worden door iets kunstmatigs. We zijn niet de wonderkinderen van Moeder Natuur. Iedere huidige levensvorm heeft een ongebroken keten van drie miljard jaar succesvolle reproductie achter de rug, zegt Kelly, en zo bezien is de kakkerlak even ver geëvolueerd als de mens.

Die humanistische cultuur van ons is altijd maar een voetnoot in de geschiedenis geweest

Dat wil ook zeggen, schrijft hij in zijn aanbevelenswaardige artikel ‘The Myth of a Superhuman AI’, dat ‘slimmer dan mensen’ een onzinnig begrip is. Kunstmatige intelligentie is niet slimmer, ze is anders. De kunstmatig intelligente wezens zullen sommige dingen beter kunnen dan wij, zoals dolfijnen ook sommige dingen beter doen dan wij. En net zoals de mensheid sommige dingen beter kan dan een kakkerlak, zo zal ze ook sommige dingen beter doen dan AI.

Voor de toekomst betekent dit dat de mens niet een stap lager in de hiërarchie komt te staan dan de nieuwe kunstbreinen. Dat hij wordt overschreeuwd. Nee, in de toekomst zal hij leven te midden van biologische en niet-biologische intelligenties. Niet als kroon der schepping of als het enige verlichte wezen op de planeet, maar als een van de vele. En hier komt de geschiedenis om de hoek kijken, want als dit verhaal opgaat voor de toekomst, dan ook voor het verleden.

In die paar eeuwen dat we in die verlichte kast zaten, is de geschiedschrijving gebiologeerd geweest door zeehelden en heersers: die werden om beurten op een sokkel gezet en er weer vanaf gegooid. Maar in de laatste decennia is een andere geschiedsopvatting in opkomst, de globale geschiedenis of wereldgeschiedenis, die het menselijk handelen niet langer ziet als middelpunt van het heelal. De planeet wordt immers beïnvloed door nog zoveel andere factoren: door het weer en chemische processen, door dierlijk gedrag en wisselwerkingen tussen organismen. Intelligentie is maar één van de vele invloeden. En de mens is, zoals gezegd, maar één van de vele intelligenties.

Bovendien is de menselijke soort ook deel van de natuur en dus zelf opgenomen in het spel van chemie en klimaat, ecologie en biologie. Ze handelt niet alleen via intelligente beslissingen. En al met al wil dit zeggen dat die humanistische cultuur van ons altijd maar een detail in de geschiedenis is geweest. De toekomst posthumanistisch? Hetzelfde kunnen we zeggen van het verleden. Althans, niet posthumanistisch natuurlijk, maar wel semihumanistisch, of zelfs nog veel malen bescheidener dan dat, nanohumanistisch of zo.

Voor het lot van de menselijke cultuur klinkt dit misschien somber. Maar het tegendeel is het geval. Want die menselijke cultuur en het humanisme draaiende houden is nu juist waar we goed in zijn, iets wat we veel beter doen dan kraaien en kunstmatige intelligenties. Dus als we slim zijn, houden we de menselijke beschaving in ere. Ook als we in de toekomst maar een kleine rol zullen spelen, dan is het toch onze eigen rol, en dat is reden genoeg om er flink werk van te maken.