Cultuur

Interview

Interview

Ruben Ostlund: ,,Serieuze arthousefilms zijn vaak saai.” FOTO AFP

‘De kunstwereld zit vol met loze rituelen’

Ruben Östlund

De Gouden Palm-winnaar neemt de kunstwereld op de hak in ‘The Square’. „Ik ben zelf natuurlijk ook op zoek naar aandacht.”

In The Square demonteert regisseur Ruben Östlund (43) vilein en vakkundig de holle kreten en loze gebaren van de eigentijdse kunstwereld. Museumdirecteur Christian (Claes Bang) belandt in een carrière-implosie na een onbezonnen wraakactie op een straatdief, een onenightstand – inclusief onvergetelijke scène rond een gebruikt condoom – en een controversieel filmpje dat zijn kunstinstelling ‘viral’ moet doen gaan, maar rampzalig uitpakt.

Östlund ontving voor The Square de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes. De wereld van de eigentijdse kunst kwam recentelijk onder een vergrootglas te liggen door de affaire rond museumdirecteur Beatrix Ruf van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Om iets meer te snappen van de zeden en gewoonten waaruit de zaak-Ruf voortkwam, kan The Square zeker behulpzaam zijn.

Maar Östlund is natuurlijk wel medeplichtig. Hij is als internationaal gevierd regisseur van scherpzinnige tragikomedies met een sociologische invalshoek zoals Play en Turist zelf net zo goed onderdeel van de geprivilegieerde wereld die hij in The Square op de hak neemt. Maakt hem dat nu tot een satiricus die bereid is te snijden in eigen vlees, of een beetje een hypocriet, die wel de vruchten plukt van de culturele sector, maar ondertussen de indruk wil wekken dat hij er toch niet helemaal bij hoort?

Dat is de vraag aan Ruben Östlund op het filmfestival van Cannes. De film is direct voortgekomen uit een kunstproject dat Östlund zelf heeft gemaakt – eveneens ‘The Square’ getiteld – voor Zweedse musea. Dat kunstwerk bestaat uit een rechthoek van neonlicht op de grond, die een ruimte van vertrouwen moet voorstellen. Östlund: „Mijn vader vertelde me dat hij als kind in de jaren vijftig in de binnenstad van Stockholm nog gewoon op straat speelde, zonder enig toezicht. Zijn ouders gingen ervan uit dat andere volwassenen wel even zouden helpen als er iets aan de hand was. Tegenwoordig gaan we eerder uit van het tegenovergestelde: mensen die we niet kennen zien we als een potentiële bedreiging. In het kunstproject probeer ik dat verloren vertrouwen op een symbolische manier te reproduceren. Het concept is super-simpel: wie in de rechthoek gaat staan zegt eigenlijk tegen zijn mede-burgers: hoe kan ik je helpen?”

Maar u neemt de goede bedoelingen van het project in de film ook op de hak.

„Ik heb er een komedie van willen maken. Heel serieuze arthousefilms zijn vaak saai. Dat kan evenzeer formulewerk worden als de gemiddelde romantische komedie. Ik probeer het publiek een soort lachspiegel voor te houden. Christian loopt in de film rond met een schuldgevoel over zijn eigen bevoorrechte positie in de wereld, maar dat is eigenlijk absurd. Natuurlijk ben je niet persoonlijk schuldig aan al de ongelijkheid in de wereld. Maar dat schuldgevoel ontstaat omdat we alleen nog maar vanuit het individualisme naar de wereld kijken. We denken nauwelijks meer na over hoe we zaken collectief hebben geregeld. Dat zijn we compleet verleerd. Daardoor gaan mensen denken dat ze persoonlijk schuldig zijn aan wat er allemaal mis is op de planeet. Dat vind ik een veel interessantere observatie dan de constatering dat Christian eigenlijk een beetje hypocriet is.”

Volgens de online-marketeers van het museum is het concept van ‘The Square’ te vaag. Wie kan het daar nu mee oneens zijn? Ze hebben misschien een punt.

„Zeker. Ik wilde niet dat die personages in de film alleen maar cynisch zouden zijn, of alleen onzin zouden uitkramen, ook al gaat de stunt die ze uiteindelijk verzinnen te ver. Je moet inderdaad een enorm gevecht leveren om de aandacht van het publiek te trekken. Daar kun je je niet volledig aan onttrekken. Maar daardoor is het wel steeds moeilijker geworden om ook nuances voor het voetlicht te brengen. Ik zie ook niet direct een uitweg uit dat dilemma.”

Zelf bent u ook niet vies van een stunt, getuige de scène waarin een performance-kunstenaar een aap uitbeeldt. Dat loopt volledig uit de hand.

„Natuurlijk ben ik zelf ook op zoek naar aandacht. Ik denk na over de context waarin de film uitkomt. Ik denk niet dat er veel regisseurs zijn die zich daar helemaal niet druk over maken. Voor wie zich daar totaal niet mee bezig wil houden, zal het heel moeilijk worden om een carrière voort te kunnen zetten, denk ik.”

De scène waarin een man en vrouw strijden om een gebruikt condoom is ook behoorlijk spectaculair.

„Die scène is gebaseerd op een verhaal dat een vriend me heeft verteld. Hij belandde in bed met een vrouw die hij die avond in een bar had ontmoet. Vervolgens ontstond er die absurde strijd om het condoom, omdat hij ineens bang was dat zij hem misschien wilde gebruiken om zwanger te worden.”

Loopt u met de film niet het gevaar de vooroordelen tegenover eigentijdse kunst te bevestigen, dat kunst eigenlijk alleen maar onzin is?

„Ik weet het niet. Ik heb heel veel musea voor eigentijdse kunst bezocht, toen ik research deed voor de film. Dan zie je wat woorden in neonletters aan de muur hangen, of er ligt ergens wat op de grond. Vaak is dat werk dat bij mij geen enkele vraag oproept, dat me niet aan het denken zet, dat me op geen enkele manier provoceert. Ik denk dat veel van de conventies en rituelen van de wereld van de eigentijdse kunst echt heel beperkend uitpakken. Er is een heel jargon ontstaan, waardoor het lijkt alsof mensen op heel geavanceerd niveau met elkaar spreken over kunst, terwijl ze eigenlijk helemaal niets zeggen. Maar natuurlijk is ook weer niet alle moderne kunst onzin.”