Column

De idealist die Heerlen mooi wil maken

Zap Verslaggever Aart Zeeman is onbekommerd partijdig in een documentaire over kunstenaar Michel Huisman en de stad Heerlen. Dat zou je een zwakte kunnen noemen, maar in de praktijk ligt dat anders.

Kunstenaar Michel Huisman in 'Een hart voor Heerlen' (KRO-NCRV)

Zoals bepaalde vakantiebestemmingen ‘zonzekerheid’ bieden, zo had Heerlen in de jaren negentig ‘junkzekerheid’. Als televisieverslaggever Aart Zeeman voor een reportage een beetje zelfkant nodig had, wat verslaafden, prostituees en rondslingerende spuiten, dan ging hij naar station Heerlen. Succes verzekerd in de stad die sinds de sluiting van de mijnen eind jaren zestig in een vrije val was geraakt.

Maar dat is niet het verhaal dat Zeeman maandagavond wilde vertellen in het door Karel van den Berg geregisseerde Een hart voor Heerlen (KRO-NCRV). Hij maakte een portret van een man die zich niet laat afschrikken door de ogenschijnlijk onoverbrugbare afstand tussen droom en daad: kunstenaar Michel Huisman (1957). Hij noemt zich ‘morfoloog’ en zegt dingen als: „Je moet altijd het kind in jezelf aan het raampje laten zitten en laten zeggen waar we heen gaan.” Inderdaad, óók een man die zichzelf graag hoort praten.

Huisman besloot zich in 2003 te bemoeien met de plannen voor de verloederde stationsbuurt van zijn woonplaats. In Heerlen heerst de lelijkheid, zoals bij een korte tocht door het centrum overtuigend blijkt. Harteloze betonbouw zover het oog reikt – en de rot zit er ook alweer in. Maar ja, afbreken kost óók geld. „Als iemand mij vertelt dat dit gemaakt is om mooi gevonden te worden, dan weet ik niet of ik moet uitbarsten in lachen of huilen.”

De kunstenaar luisterde naar „de geheime wens van de muze”, knutselde een maquette in elkaar en legde die aan de gemeente voor. Hij beet zich in het project vast, overtuigde een SP-wethouder en daarna anderen. De een na de ander raakte begeesterd; Heerlen wil zo graag weer trots wil zijn.

Dus wordt het Maankwartier nu daadwerkelijk gebouwd met steun van een plaatselijke woningbouwcorporatie. Het complex van woonhuizen, station, hotel, winkels en kantoren moet beide zijden van het spoor verbinden, kost 180 miljoen en moet eind volgend jaar klaar zijn. Alles moet er net wat mooier en bijzonderder worden dan de gewoonte is.

Critici zat, natuurlijk. Architecten en stedebouwkundigen waren geschokt: Huisman kwam beunhazen op hun terrein, ze vonden zijn ontwerp een onooglijke tiramisu en er waren wat eigen zakelijke belangen in het geding. In de film zien we een giftig gemeenteraadslid (eenmansfractie Realisten) dat vindt dat de kunstenaar het ‘te hoog in de bol heeft’. We horen de in Heerlen machtige Amsterdamse vastgoedondernemer Jos van de Mortel zeggen dat Maankwartier niet meer zal zijn dan ‘bijbouwen voor verpaupering’.

De vraag of alles rendabel te houden is in het worstelende Heerlen, is natuurlijk relevant, maar veel ruimte geeft Aart Zeeman de „vertegenwoordiger van de betonnen wereld van gepantserde belangen” niet. De verslaggever is onbekommerd partijdig. Dat zou je een zwakte van Een hart voor Heerlen kunnen noemen. Maar in de praktijk was ik al na tien minuten verkocht.

De documentaire krijgt een verrassende finale aan de eettafel van de familie Huisman – zijn kinderen zijn rond de twintig. Want daar blijkt dat het megalomane project flinke wonden heeft geslagen. Maankwartier leidde tot een goeddeels afwezige vader. De gezinsleden zijn trots op het resultaat, maar twijfelen allemaal of het de moeite waard is geweest.

Als Huisman dan weer over de muze begint wordt hem door zijn kinderen resoluut de mond gesnoerd. Vader doet er maar verder het zwijgen toe. En meer nog dan tijdens zijn opzwepende zinnen gun je deze ijdele, merkwaardige idealist alle succes van de wereld.