China blokkeert harde resolutie over Rohingya in Veiligheidsraad

Mensenrechtenschendingen in Birma

Sancties tegen Birma blijven uit. Maar het is ook de vraag of die niet averechts werken.

De vijfjarige Rahim Ullah huilt terwijl hij in de rij staat om eten te bemachtigen in het geïmproviseerde vluchtelingenkamp Palongkhali in Bangladesh. Foto Navesh Chitrakar/Reuters

Een felle resolutie met harde voorwaarden, zoiets zat er niet in, want China lag dwars. Maar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft maandag wel een kritische verklaring over de crisis in Birma aangenomen.

Daarin wordt het geweld veroordeeld dat al ruim 607.000 Rohingya-moslims op de vlucht deed slaan. De V-raad maakt „zich ernstig zorgen” over alle meldingen van mensenrechtenschendingen uit Rakhine – een deelstaat in het westen van Birma. En de Veiligheidsraad roept Birma op een einde aan het „buitensporige militaire geweld” te maken.

Rakhine is al ruim twee maanden een slagveld. Eind augustus vielen moslimrebellen politieposten aan. Ze deden dat uit wanhoop: de Rohingya worden er al jaren onderdrukt en hebben amper rechten. Het leger sloeg terug met een langdurige wraakactie. Ook de boeddhistische inwoners van Rakhine zouden meedoen met het in brand steken van huizen van de Rohingya.

Het is nu voor het eerst dat de Veiligheidsraad van zich laat horen in deze kwestie, als het belangrijkste VN-orgaan dat besluiten neemt over internationale vredesmissies. Toch hadden mensenrechtenorganisaties liever een bindende resolutie gehad. Aan deze verklaring zijn geen consequenties verbonden, dus blijft vooral hangen dat een ‘echte’ resolutie er niet kwam.

„Wat we zien van de internationale gemeenschap is gewoon niet genoeg”, zegt Phil Robertson, hij is plaatsvervangend directeur Azië van Human Rights Watch (HRW). „Als alle landen van de VN samen een wapenembargo afspreken, worden ze in Birma heus wel wakker.” Ook moeten geldstromen van de belangrijkste generaals uit Birma worden geblokkeerd, zegt hij: „Zij hebben hun geld op de bank in Singapore staan. Zeg hun dat ze het maar ergens anders moeten stallen.”

Lugubere competitie

Mensenrechtenorganisaties bouwen de druk op de internationale gemeenschap al weken op. Ze brengen het ene schokkende persbericht na het andere naar buiten over Rakhine en de vluchtelingenkampen in Bangladesh. Het lijkt soms bijna een lugubere competitie.

Een bericht van Unicef, vorige week: 7,5 procent van de Rohingya-kinderen in Bangladesh zijn zó ondervoed dat hun leven in gevaar is. Save the Children, bericht kort hierna: nee, een kwart van de kinderen jonger dan vijf jaar lijdt aan acute ondervoeding. Satellietbeelden van Amnesty International laten zien hoe tientallen dorpen zijn platgebrand. Volgende week komt Human Rights Watch met een rapport over verkrachtingen door militairen. „En naast alle aandacht voor de humanitaire crisis moeten we ook druk uitoefenen om de militairen berecht te krijgen”, zegt Phil Robertson van HRW.

Eerder sprak Annemarie Kas met diplomate Laetitia van den Assum van de Rakhine Commission: ‘Het kookpunt van de Rohingya in Birma is bereikt’

Vooral westerse landen zijn hier gevoelig voor. Het Verenigd Koninkrijk nam het initiatief voor de resolutie in de Veiligheidsraad. En de Verenigde Staten overwegen om sancties op te leggen. Maar in Birma heeft die druk uit het Westen een averechts effect, denkt analist Chris Lewa. Zij werkt voor de Stichting Arakan Rohingya National Organisation al jaren in Rakhine. „Er heerst een sterk antiwesters sentiment in de samenleving. Dreigementen over sancties bieden het leger alleen maar meer kans om zich op te werpen als beschermer van de natie. En ze drijven Birma richting China.”

Lewa is daarom tegen het opleggen van sancties. De denktank International Crisisgroup geeft haar gelijk. Het bevriezen van vermogens of het opleggen van reisverboden helpt volgens hen niet om deze crisis op te lossen. Het zou ook mogelijke investeerders afschrikken, „ten koste van de gewone inwoners van Birma”, schrijven zij in een analyse. Ze constateren ook dat het „falen van de internationale gemeenschap” de crisis heeft verergerd.

De meeste buurlanden van Birma houden zich aan een stelregel van het Aziatische samenwerkingsverband ASEAN: je moet je vooral niet met elkaars interne problemen bemoeien. Alleen de premier van moslim-land Maleisië was kritisch, al was dat vooral voor binnenlands politiek gebruik. Net zoals de premier van India – geen ASEAN-lid – aangaf dat hij de Rohingya-moslims het land wil uitzetten. Tijdens zijn bezoek aan Birma begin september ondersteunde hij de Birmese leider Aung San Suu Kyi in haar verklaring toen ze ondermeer zei dat beide landen bezorgd waren over het geweld door extremisten in Rakhine. Modi gebruikt graag harde taal tegenover de minderheden.

Lees ook deze reportage uit Bangladesh: Rohingya vechten om voedsel

Mensensmokkelaars

Intussen kan de Rohingya-crisis snel uitgroeien tot een regionaal probleem. Het regenseizoen is voorbij in Birma. Chris Lewa vertelt dat de eerste geruchten over mensensmokkelaars al rond gaan. Ze zouden de Rohingya aanbieden om met de boot naar Maleisië of Indonesië te reizen, weg van de uitzichtloosheid in de kampen in Bangladesh.

In 2015 probeerden duizenden Rohingya ook weg te komen, zij kwamen echter vast te zitten op zee. Ze werden bekend als de ‘bootmensen’ die in geen enkel land welkom waren. Thailand heeft nu al gezegd de boten terug de zee op te duwen als ze proberen daar aan land te komen. Analist Chris Lewa: „Het is afwachten of de smokkelaars een slimme route weten te vinden. Als hen dat lukt, hebben ze een enorm potentieel aan klanten.”