Beatrix Ruf in NYT : er is sprake van ‘een misverstand’

Stedelijk Museum Amsterdam

In een interview met The New York Times heeft voormalig artistiek directeur van het Stedelijk Beatrix Ruf gereageerd op de beschuldigingen van belangenverstrengeling.

Beatrix Ruf op de trap van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Foto Inge van Mill/ANP

Beschuldigingen dat haar nevenactiviteiten hebben geleid tot belangenverstrengeling bij het Stedelijk Museum Amsterdam zijn ongefundeerd. Dat stelt voormalig artistiek directeur Beatrix Ruf dinsdag in een e-mail-interview met The New York Times. Volgens Ruf is sprake van „een misverstand”.

Ruf stapte drie weken geleden op na een reeks van berichten over misstanden in het Stedelijk. Het laatste bericht voor haar vertrek ging over haar kunstadviesbedrijf Currentmatters BV, dat Ruf niet had vermeld bij haar nevenactiviteiten in het jaarverslag van het Stedelijk. Ze nam ontslag, zei Ruf destijds in een persbericht, „in het belang van het museum”.

In The New York Times stelt Ruf dat de raad van toezicht van het museum al haar nevenactiviteiten had goedgekeurd. Ook schrijft ze „er zeker van te zijn alles goed te hebben verantwoord”.

Het adviesbedrijf van Ruf boekte in 2015, Rufs eerste jaar als directeur van het Stedelijk, een winst van zeker 437.306 euro. Dat is ruim drie keer haar jaarsalaris als museumdirecteur.

‘Thank you gift’

Een vertekend beeld, legt Ruf uit. Met „goedgekeurde nevenactiviteiten” verdiende ze in 2015 en 2016 jaarlijks zo’n 104.000 euro. Dat ze in die jaren zoveel winst boekte met haar bedrijf (in 2016 zelfs 628.000 euro, schrijft Ruf), komt vooral omdat ze een „thank you gift” van 1 miljoen Zwitserse frank (863.000 euro) heeft ontvangen van de Zwitserse uitgever Michael Ringier. Die gift heeft ze in twee termijnen in 2015 en 2016 ontvangen.

Ruf gaf Ringier twintig jaar lang advies bij het aanleggen van zijn kunstverzameling, die inmiddels zo’n vierduizend werken telt. Ondanks het feit dat ze van haar raad van toezicht mocht doorgaan met het geven van adviezen aan Ringier, zegt Ruf in The New York Times, besloot ze daar eind 2014 mee te stoppen. Uit dankbaarheid voor de enorme waardevermeerdering van de collectie besloot Ringier tot zijn afscheidscadeautje, zegt hij tegen de Amerikaanse krant. Volgens Ringier is zijn collectie door de keuzes van Ruf „zeker tientallen en misschien wel honderden miljoenen” in waarde gestegen.

Op de vraag of zij het cadeautje van Ringier aan de toezichthouders van het Stedelijk heeft gemeld, wilde Ruf de krant niet antwoorden.

The New York Times meldt opmerkelijk genoeg niet dat Ruf volgens officiële stukken van JRP Ringier Verlag ook na 2014 nog voor de uitgeverij heeft gewerkt. In de jaarverslagen wordt ze nog als curator van de verzameling van Ringier opgevoerd. En als bestuurder van de uitgeverij tekende Ruf in maart 2016 een officieel stuk dat is opgeslagen bij het handelsregister van Zürich.

Pagina uit een document van JRP Ringier Verlag met handtekening van Beatrix Ruf.

In antwoord op vragen van NRC deed Ruf haar naam en handtekening in die officiële stukken vorige maand af als „administratieve fouten”. De toegezegde opheldering over die fouten bleef uit. Ook wilde Ruf vorige maand geen vragen beantwoorden over haar advies-bv en de herkomst van haar bijverdiensten.

Het Stedelijk wil niet reageren op het e-mail-interview met Ruf. Het museum wacht eerst de resultaten af van de drie onderzoeken die worden gehouden naar de gang van zaken onder Ruf.