Wie lijmt de breuk met Turkije?

Bemiddeling

Het conflict tussen Nederland en Turkije duurt voort, ondanks pogingen tot bemiddeling.

Ambassadeur Kees van Rij is sinds de diplomatieke crisis met Turkije in maart nog steeds niet terug op zijn post. De verkiezingen in Nederland zijn al lang gehouden, net als het referendum in Turkije over uitbreiding van de presidentiële macht.

Hoewel electorale overwegingen een grote rol speelden bij de escalatie van het conflict, is er nog altijd geen zicht op een oplossing. Ook Turkije heeft sinds begin dit jaar geen ambassadeur meer in Den Haag.

Wellicht dat daar verandering in komt nu Nederland een nieuw kabinet heeft. Want de Turken hadden de afgelopen maanden niet het gevoel dat ze een gesprekspartner hadden in Den Haag, met een demissionair kabinet en een lange formatie. Bovendien was de minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders, van de PvdA, een partij die bij de verkiezingen werd gedecimeerd. De Turken dachten: waarom zouden we zaken met hem doen?

Tijdens de formatie zijn er wel pogingen gedaan de relatie tussen Nederland en Turkije te herstellen, zei Koenders in De Telegraaf. Maar of dat ergens toe heeft geleid? Koenders: „Wij vinden dat het niet aan ons ligt. De Turken denken daar anders over.”

Dat is precies het probleem, meent Edip Aktas, voorzitter van de Turks-Nederlandse Vriendschapsassociatie (Tühod) in Ankara. Tühod organiseert voornamelijk diners en conferenties, waar zakenlieden visitekaartjes uitwisselen. Desondanks spreekt Aktas uit ervaring. Tijdens de crisis heeft zijn associatie een bemiddelende rol gespeeld, vertelt hij.

Bemiddeling

„We hebben drie ontmoetingen op regeringsniveau georganiseerd in een poging de relaties te herstellen”, vertelt Aktas in zijn kantoor in Ankara. „De laatste was in juni. Geen van beide landen was bereid de eerste stap zetten tot een ontmoeting, vandaar dat wij het initiatief namen. Ik ben eerst op bezoek geweest bij de ambassades en de ministeries in Den Haag en Ankara om te horen wat de standpunten waren.”

Als voormalig medewerker van de Turkse ambassade in Den Haag (portefeuille financiën en douane) heeft Aktas enige ervaring in de diplomatie. Na zijn terugkeer in Turkije zette hij Tühod op, waarbij zijn contacten in Den Haag goed van pas kwamen. De associatie probeert de band tussen Turkije en Nederland te versterken. Aktas had nooit verwacht dat deze twee landen, die enkele jaren geleden nog 400 jaar vriendschappelijke relaties vierden, zo hard zouden botsen.

„Soms is er sprake van een slechte samenloop van omstandigheden”, zegt hij. „De verkiezingen in Nederland en het referendum in Turkije hebben zeker een grote rol gespeeld bij de escalatie. Beide partijen hebben fouten gemaakt. Turkije had het bezoek niet moeten doorzetten, gezien de bezwaren van Nederland.” Maar Nederland had de minister niet tot ongewenste gast moeten bestempelen, zegt hij, „dat was de grootste fout. Het was toch niet het einde van de wereld geweest als ze in de ambassade een toespraak had gehouden voor een handjevol mensen?”

Woede

Het conflict had vooral economische gevolgen. Het aantal Nederlandse toeristen in Turkije daalde, de Nederlandse investeringen in Turkije namen af, en er werden enkele import- en exportdeals geannuleerd, zegt Aktas. Hij merkte de gevolgen ook in zijn directe omgeving. Drie mensen verlieten de associatie, uit woede over de Nederlandse opstelling. En een bezoek aan diverse steden in Anatolië, dat Aktas samen met ambassadeur Van Rij had georganiseerd, werd afgeblazen.

„Erg jammer. Het doel was om de economische mogelijkheden in de regio te onderzoeken. Op dit moment concentreert de Nederlandse vertegenwoordiging zich vooral op Izmir, Antalya, Mersin en Adana. Anatolische steden als Tokat, Sivas, Yozgat en Amasia krijgen veel minder aandacht. Terwijl veel Nederlandse Turken daar hun wortels hebben en er veel bedrijvigheid is.”

Omdat het hoogtepunt van de crisis zich in Nederland afspeelde, begrijpt Aktas waarom de Turkse regering vindt dat Nederland de eerste stap moet zetten om de crisis op te lossen. Maar hij vraagt zich af of de nieuwe regering dat ook zo ziet. Beide partijen lijken bereid om een oplossing te vinden, waarbij de formule zou zijn dat Van Rij terugkeert naar Ankara en Turkije een nieuwe ambassadeur in Den Haag heeft. Maar premier Mark Rutte, die door president Erdogan voor nazi werd uitgemaakt, zou weinig voelen voor excuses.

„De Nederlandse regering hoeft niet expliciet sorry te zeggen”, zegt Aktas. „Ze kan een formule vinden om op indirecte wijze excuses te maken, die voor beide partijen acceptabel is. Maar ik heb er niet al te veel vertrouwen in. Tijdens mijn bezoeken aan Den Haag kreeg ik niet de indruk dat er werd gezocht naar creatieve oplossingen.”

Het grootste probleem is volgens Aktas een gebrek aan communicatie. Daarbij spelen Nederlandse organisaties die zijn gelieerd aan de Gülenbeweging een kwalijke rol, meent hij. „Door middel van publicaties, campagnes en gesprekken met ambtenaren en politici stellen ze Turkije in een kwaad daglicht. Daarom gaan we ook een Tühod-vestiging in Nederland opzetten. Er moet een organisatie in Nederland zijn die de Turkse standpunten en mentaliteit probeert uit te leggen.”