Cultuur

Interview

Interview

Philippe Remarque, hoofdredacteur van de Volkskrant.

Foto ANP

Philippe Remarque: van afblazen is nooit sprake geweest

Hoofdredacteur Volkskrant

De Volkskrant ontving een brief van de veroordeelde kinderverkrachter Robert M. Zelfs de minister bemoeide zich met de publicatie. Hoofdredacteur van de Volkskrant Philippe Remarque reageert op de ophef.

De veroordeelde pedoseksueel Robert M. verstuurde vanuit de gevangenis een excuusbrief naar slachtoffers en naar twee kranten, waaronder de Volkskrant. Die ruimde zaterdag zes pagina’s in voor een artikel. Zonder de brief zelf. Hoe zit dat? Hoofdredacteur Philippe Remarque reageert op de ophef.

Jullie kregen die brief van M. en dachten: hier moeten we opaf.

„Het was zijn bedoeling dat die brief zou worden geplaatst. Dat hebben we uiteraard niet gedaan. We willen niet meewerken aan zijn pogingen om slachtoffers te bereiken als die daar niet van gediend zijn. We zijn op onderzoek uitgegaan. Wat zit er achter die spijtbetuiging? Je ziet meteen dilemma’s opdoemen. Meer dan bij andere verhalen moet je rekening houden met de kant van de slachtoffers.”

Jullie hebben zes keer gebeld met Robert M. en hem ook nog bezocht.

„We hebben het uitgebreid gedaan. We wilden weten: wat is spijt en berouw? Is het een berekende zet? Is het manipulatie? Doet hij het voor de slachtoffers? We hebben lang met hem gepraat om achter zijn motieven te komen. We konden er de vinger niet achter krijgen. Daarom wilden we hem ook in de ogen kunnen kijken.”

In de gevangenis hebben jullie je niet als journalisten bekendgemaakt. Is dat volgens jullie eigen regels?

„M. zei: ‘Ik kan jullie gewoon uitnodigen.’ We wilden proberen of dat kon. Onze normen zijn dat we niet undercover werken, en zeggen wie we zijn. Als ons gevraagd wordt of we journalisten zijn, dan moeten we ja zeggen.”

En dat is niet gevraagd.

„Niemand heeft iets gevraagd. Onze mensen hebben hun paspoorten ingeleverd. Als je de namen vervolgens googlet, zie je meteen dat het twee Volkskrant-journalisten zijn. Dat hebben ze niet gedaan.”

Jullie hebben een verhaal geschreven. Zonder de brief. En zonder het verslag van die gesprekken.

„Dat gemis doet zich voelen. Daarom hebben we er aanvankelijk wél op aangestuurd. We interviewen wel vaker misdadigers. We hebben ook zwemleraar Benno L. geïnterviewd, die was veroordeeld voor pedoseksuele daden. Maar we wilden het wel voorleggen aan de ouders. Die hebben het conceptartikel met het interview gelezen. En tja, toen hun reactie zeer afwijzend was, hebben we het anders gedaan. Het is ethisch gezien goed dat we het leed van de ouders hebben kunnen verzachten. We hebben de journalistieke verantwoordelijkheid moeten afwegen tegen de morele verantwoordelijkheid. Het is niet zo dat mensen bij wie trauma’s opgerakeld kunnen worden, nu ineens vetorecht hebben op onze artikelen. We hebben in deze speciale casus een onjournalistieke beslissing moeten nemen.”

We hebben in deze speciale casus een onjournalistieke beslissing moeten nemen

Was het een moeilijke beslissing?

„We hadden afgesproken dat de ouders het artikel tevoren zouden mogen lezen. Dat hebben ze woensdag gedaan. Die avond heb ik de reacties besproken met Richard Korver, advocaat van veel ouders. Vervolgens heb ik besloten het interview niet te doen. Donderdag hebben we besloten een nieuwe versie te maken, waarbij de ouders veel meer centraal staan. Het is nog steeds een heel interessant verhaal, over de nasleep van het grootste zedenmisdrijf uit onze geschiedenis.”

Minister Dekker (Rechtsbescherming, VVD) heeft u vrijdagavond gebeld om toch vooral rekening te houden met slachtoffers.

„Toen hadden we ons besluit al genomen. Dekker vond het niet de rol van de politiek, zei hij, om in te gaan op publicaties in de krant, maar hij suggereerde toch wel dat hij liever wilde dat we er helemaal niet over zouden publiceren. Hij wilde het alleen zo niet zeggen.”

Is het wel de rol van de politiek om kranten hierover te bellen?

„Hij vond het ook ongemakkelijk. Hij zei: ‘Dit is geen land waarin hoofdredacteuren door ministers gebeld kunnen worden om iets wel of niet te doen.’ Maar ik vond het prima dat hij belde.”

De gemeente Amsterdam heeft zich er ook mee bemoeid.

„Locoburgemeester Kajsa Ollongren [sinds eind oktober D66-vicepremier] is hier geweest. Daar was ook een psychiater van de GGD in Amsterdam bij. Die heeft het artikel vooraf gelezen. Hij zei: het is toch een podium voor Robert M. Dat heeft ook meegespeeld in mijn beslissing.”

Was afzien van publicatie een optie?

„Dat zou een brug te ver zijn geweest. Dat Robert M. een brief stuurt, is een nieuwsfeit. Het zou tegenover de ouders die hadden meegewerkt ook een affront zijn geweest. Die wilden graag hun verhaal vertellen. Maar we hadden wel een alternatief katern klaarstaan. Maar van afblazen is nooit echt sprake geweest.”