Column

Speelt geld geen rol voor een minister?

Nieuwe functies van oud-bewindslieden worden met argusogen gevolgd. Het deugt zelden, zo lijkt het. Maar klopt dat beeld?

Henk Kamp is de eerste oud-minister van Rutte II die van zich doet spreken met nieuwe functies. Hij wordt voorzitter van ActiZ, branchevereniging van zorgbedrijven. Dat kost gemiddeld tweeënhalve dag per week. Zijn voorganger kreeg jaarlijks 113.000 euro. Kamp wordt ook voorzitter van de raad van toezicht van ZiekenhuisGroep Twente (3.200 medewerkers). Ook betaald. Vorig jaar: 16.379 euro.

Nieuwe functies van oud-bewindslieden worden in de (sociale) media en de politiek met argusogen gevolgd. Het deugt zelden. Wie niks vindt, is een klaploper op wachtgeld. Wie snel iets vindt, heeft vast politieke connecties gebruikt. In het debat over de regeringsverklaring, vorige week, hekelde bijvoorbeeld Kamerlid Thierry Baudet (Forum voor Democratie) na Kamps benoeming het ‘VVD-kartel’ in de zorgwereld.

Vind je een baan buiten je oude werkterrein, dan ben je afgezakt tot lobbyist. Ga je wél in je oude vakgebied aan de slag, dan bega je de draaideurzonde. Je politieke carrière gaat moeiteloos over in privaat gewin.

In welke categorie valt Kamp? U krijgt eerst volledige openheid over Henk en mij. Jaren geleden passeerde ik in Den Haag op een zonnige morgen, rond 7.30 uur, een man met een bekend gezicht. We groetten, ik keek om en dacht: hé, Henk Kamp, zeker op weg naar het ministerie van Defensie. Raar dat hij over straat kan lopen zonder beveiliging. Noeste werker Kamp bestierde toen twee ministeries tegelijkertijd.

Dit jaar nam hij in ‘mijn’ boekwinkel Van Someren & Ten Bosch het ‘eerste exemplaar voor de Achterhoek’ van m’n boek De vuist van de vakbond in ontvangst bij een werkbezoek in Zutphen. Nu weet u alles.

Het is alleen maar toe te juichen als mensen met een schat aan ervaring in het openbaar bestuur actief blijven. De ijzeren regels voor de verhoging van de AOW-leeftijd zijn voor sommige zware beroepen onhaalbaar. Maar als mensen vrijwillig (willen) doorwerken moeten onnodige regels of publiek misbaar dat niet blokkeren.

Oud-bewindslieden op zoek naar een nieuwe baan. Klaplopers of draaideurzondaars…

En als Kamp onverhoopt met een of twee functies erbij meer zou verdienen dan zijn oude ministerssalaris? Marktwerking. Niks aan de hand. Het tegenovergestelde gebeurt ook, maar dat gaat onopgemerkt voorbij. Mensen geven namelijk soms een veel hoger inkomen dan het ministerssalaris (157.287 euro) op voor een politieke functie. Martin van Rijn ging er ongeveer tweederde op achteruit toen hij vijf jaar geleden overstapte van vermogensbeheerder PGGM naar Volksgezondheid.

Het kabinet Rutte III heeft diverse bewindslieden die inleveren. Als topman van het UWV was de beloning van Bruno Bruins (minister, Volksgezondheid) 227.033 euro. Menno Snel (staatssecretaris, Financiën) kon als bestuursvoorzitter van de Waterschapsbank 272.000 euro verdienen. Ferdinand Grapperhaus (minister, Justitie) en Wopke Hoekstra (minister, Financiën) zaten daar als partners bij respectievelijk advocatenkantoor Allen & Overy en adviesbureau McKinsey misschien nog wel boven. Maar hun inkomens waren privé.

Geld speelt dus geen hoofdrol bij een politieke overstap. Wat wel? Macht? Bijdragen aan bestuur en samenleving?

Maar toch… De adviescommissie Dijkstal die een nieuw kader schiep voor beloningen in de (semi)publieke sector pleitte in 2004 voor een verhoging van de salarissen van ministers met 50 procent. Dat moest de kloof dichten met de marktsector én met hun eigen topambtenaren. Er kwam niks van. Politiek niet opportuun. Toch gaan de verschillen een keer knellen. Je moet het dak repareren als de zon schijnt, zeggen politici graag als zij hervormingen aanprijzen. Nu dus. Nederland snakt naar een loongolf(je). Iemand moet beginnen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie