OM onzorgvuldig bij verstrekken gegevens voor gedwongen opname

Sinds 2016 mag justitie persoonlijke gegevens uit strafdossiers aan de rechter doorgeven, als die moet beslissen over een gedwongen opname.

Een cliënt in een isoleercel. Beeld ter illustratie. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het Openbaar Ministerie (OM) is onzorgvuldig omgesprongen met persoonlijke informatie over mensen die mogelijk gedwongen moeten worden opgenomen in een psychiatrische instelling.

Die conclusie trekt de procureur-generaal van het parket van de Hoge Raad in een maandag verschenen rapport. De procureur-generaal houdt toezicht op de Hoge Raad, maar ook op het OM.

Het OM speelt sinds 2016 informatie uit strafdossiers door aan rechters die moeten beslissen over zo’n gedwongen opname. Justitie is daarmee begonnen naar aanleiding van de zaak rondom Bart van U., de man met psychische problemen die in 2014 voormalig minister Els Borst doodstak en een jaar later zijn eigen zus vermoordde.

De commissie-Hoekstra onderzocht in 2015 in opdracht van het OM de zaak-Van U. en concludeerde dat de instanties veel fouten hebben gemaakt. Zo zat Van U. ten onrechte een gevangenisstraf van drie jaar niet uit. De commissie kwam met de aanbeveling dat het OM voortaan strafrechtelijke informatie mag doorgeven als een rechter moet bepalen of iemand een gevaar vormt voor de samenleving of zichzelf.

Privacy in het geding

Justitie is te snel begonnen met het verstrekken van informatie, stelt de procureur-generaal vast. Volgens het hoogste rechtscollege is de informatieverstrekking op een aantal gebieden zinvol en toegestaan, maar had vooraf beter onderzocht moeten worden onder welke voorwaarden die plaatsvond.

De informatie die het OM deelt, komt uit verschillende bronnen, zoals politiesystemen en gegevens van de reclassering. Alleen informatie die voor rechters van belang is mag gedeeld worden, mits voldaan wordt aan de geldende Europese richtlijnen. Voor andere gegevens, zoals informatie afkomstig van psychiatrische klinieken, is de noodzaak onvoldoende aangetoond. Hoewel die gegevens sinds juli van dit jaar niet meer worden gedeeld, is de procureur-generaal met die gang van zaken ontevreden:

Het was beter geweest als in een vroeger stadium was nagegaan of deze privacygevoelige informatie kon bijdragen aan de oordeelsvorming van de rechter.

Volgens de procureur-generaal is het belangrijk dat rechters nu gebruik kunnen maken van de gegevens uit strafdossiers. Maar, meent de procureur-generaal:

“Van het OM mag worden verwacht dat het zorgvuldig onderzoek doet naar de wettelijke grondslag van gegevensverstrekking en vervolgens daarnaar handelt. Hierin is het OM tekortgeschoten. Dat met het verstrekken van de gegevens een zwaarwegend belang werd gediend, is voor deze handelwijze geen rechtvaardiging.”

Verbeteringen in de wet nodig

De procureur-generaal legt niet alle schuld bij het OM. Justitie heeft in veel gevallen ook juist haar best gedaan persoonsgegevens te beschermen. Zo heeft het OM veel politiegegevens geanonimiseerd. De Raad vindt dat het ook aan de wet te wijten is dat het nu soms is misgegaan. Die is nu soms nog onduidelijk over wat het OM wel en niet mag doorgeven aan de rechter. Daarom pleit de procureur-generaal voor nieuwe regels, die deze onduidelijkheid wegnemen.

Het OM is het niet helemaal eens met de conclusie van de procureur-generaal. Het College van procureurs-generaal, dat de landelijke leiding heeft over het OM, zegt dat de privacyregels wat ruimer moeten worden toegepast. Maar de OM-top vindt het net als de procureur-generaal van de Hoge Raad belangrijk dat “elke mogelijke twijfel wordt weggenomen”. Daarom gaat het College binnenkort overleggen met minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Correctie 7-11-2017: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het rapport van de Hoge Raad was, terwijl het in werkelijkheid gaat om een onderzoek door de procureur-generaal van het parket van de Hoge Raad.