Recensie

Kröller-Müllers moeizame acceptatie van de moderne kunst

Een expositie in Otterlo maakt duidelijk hoe Helene Kröller-Müller langzaam wende aan de vernieuwingen van Bart van der Leck

Bart van der Leck, Compositie 1916 no. 4 (detail) Foto Kröller-Müller Museum

‘De verrassing’ noemde Helene Kröller-Müller in 1924 een zaal gewijd aan schilderijen uit haar eigen bezit. Het was in haar huis in Den Haag. Via zalen gewijd aan onder meer kubisten, impressionisten en de negentiende-eeuwse Franse schilder Henri Fantin-Latour, bereikte de bezoeker op de eerste verdieping de ruimte met werken van Piet Mondriaan en Bart van der Leck. „Als je de kamer binnen treedt uit de Fantin kamer”, schreef Kröller-Müller in een brief, „dan voel je den overgang, den sprong van de oude in de nieuwe tijd.”

Voor Helene Kröller-Müller was de kunst van die ‘nieuwe tijd’ de opwindende productie van de nog maar zeven jaar eerder opgerichte kunstenaarsgroep rond het tijdschrift De Stijl. Bijna een eeuw later vertelt een fascinerende expositie in het Kröller-Müller Museum het verhaal van haar ruimhartige, maar soms moeizame acceptatie van de moderne kunst.

Helene kon Van der Lecks ontwikkeling in de richting van steeds verdergaande abstractie soms maar moeizaam bijbenen. De expositie laat zien hoe de kunstenaar schetsen van een busteportret van een vrouw in verschillende stadia transformeert naar geometrische vormen en uiteindelijk slechts lijnen in primaire kleuren. Voor wie het resultaat te snel gaat, bieden die schetsen houvast. Zo was het ook voor Helene, die in 1916 over de onderdelen van het zogenaamde Mijntriptiek verzucht: „U zult mij zeker niet kwalijk nemen wanneer ik u zeg dat ik ze voorlopig nog niet kan zien.” Maar ze houdt moed als ze toevoegt dat „misschien duidelijker zal worden, wat uwe bedoeling is geweest, wanneer ik ook uwe studies mocht hebben”. En enkele maanden later stelt ze vast dat „wij het maar aan de toekomst [moeten] overlaten, of een van ons weer van zienswijze verandert”.

De schilder experimenteerde lustig verder. De resultaten van zijn zoektocht en zijn artistieke wedijver met Mondriaan zouden enkele jaren komen te hangen in haar privé-expositie in Den Haag. Dat Helene toen ook gegrepen was door de moderne kunst, blijkt uit dat ze de wanden van de zaal getiteld ‘de verrassing’ speciaal met witte doeken had laten bespannen. Dat moderne ‘gedoe van witte muren’ in Van der Lecks atelier had ze eerder nog met verbazing gadegeslagen.