Opinie

Houd de rechtsbijstand voor iedereen toegankelijk

Het ontbreekt de sociale advocatuur niet aan idealisme of bekwaamheid, maar aan financiën, betogen drie pro-deoadvocaten.

Een rechter loopt op een plein voor de rechtbank. Foto: ANP / Roos Koole

In zijn artikel Dure advocaat moet ook pro deo werken (1/11) stelt commercieel advocaat Bert van Mieghem voor om de sociale advocatuur te helpen door commerciële advocaten vijf keer per jaar een pro-deozaak te laten doen. Onder verwijzing naar het rapport van commissie-Van der Meer concludeert Van Mieghem dat „de kwaliteit van [de sociale advocatuur] zorgwekkend slecht is” en „het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand niet langer voorziet in bekwame sociale advocaten”. Dit is onjuist en blijkt niet uit het rapport van commissie-Van der Meer.

Van Mieghem maakt twee denkfouten. De eerste denkfout is dat de sociale advocatuur onbekwaam en niet meer idealistisch is. Van Mieghem veronderstelt dat wie slim is, het zinkende schip van gefinancierde rechtsbijstand verlaat. De advocaten die op het schip blijven, duidt hij aan als het afvoerputje. Deze aanname is kwalijk en doet geen recht aan de realiteit, namelijk dat nog steeds veel advocaten bewust kiezen voor een sociale praktijk.

Het probleem is niet de hoeveelheid zaken, maar de vergoeding die daar tegenover staat

Dat geldt ook voor ons, drie jonge vrouwen die bewust de overstap van de commerciële naar de sociale advocatuur hebben gemaakt. Ons doel is om de kwetsbaarste groepen in de samenleving bij te staan voor wie anders geen effectieve toegang tot de rechter bestaat. In onze ervaring staan de kwaliteit van het werk en de belangen van cliënten altijd voorop, zowel in de sociale als commerciële advocatuur.

Het probleem is alleen dat door de bezuinigingen op de gefinancierde rechtsbijstand, de kwaliteit van ons werk en de toegang tot de rechter onder druk staan. En hierin schuilt de tweede denkfout. Van Mieghem gaat er namelijk aan voorbij dat advocaten die op basis van gefinancierde rechtsbijstand werken, niet per uur maar per zaak betaald krijgen. Aan elke zaak is een vaste vergoeding gekoppeld, onafhankelijk van het aantal uren dat een advocaat aan de zaak besteedt. Hoe meer een advocaat dus aan een zaak werkt, hoe minder hij daaraan overhoudt.

Dit stelsel leidt ertoe dat advocaten in de sociale advocatuur vaak structureel ‘overwerken’, maar daarvoor niet meer betaald krijgen. Volgens de commissie-Van der Meer zelfs structureel te weinig om van rond te komen.

Volgens Van Mieghem is de oplossing dat commerciële advocaten elk jaar vijf pro-deozaken gratis doen. De sociale advocaat wordt zo ontlast en de commerciële advocaat ziet nog eens mensen. Twee problemen in één keer opgelost. Toch?

Helaas werkt het zo niet. Het probleem is namelijk niet de hoeveelheid zaken, maar de vaste vergoeding die daar tegenover staat. Dat is ook precies de reden dat sociale advocaten zo’n hoge werklast ervaren: zij moeten heel veel zaken doen om zichzelf, hun medewerkers en het kantoor draaiende te houden. Minder zaken betekent dus niet meer omzet, zoals Van Mieghem suggereert.

De commissie-Van der Meer geeft voor het structurele tijdsprobleem maar één realistische oplossing: er moet meer geld bij om gefinancierde rechtsbijstand rendabel te houden. Daarmee blijft de toegang tot het recht voor iedereen gewaarborgd.

Lees hier het betoog van advocaat Bert van Mieghem: Dure advocaat moet ook pro deo werken.