Klimaat

Fossielvrije wereld voor veel landen een bedreiging

De wereld heeft twee jaar geleden in Parijs eensgezind de strijd aangebonden met klimaatverandering. Op de klimaattop in Bonn, deze twee weken, verwacht politicoloog Hein-Anton van der Heijden scheurtjes in de consensus.

Van Parijs naar Bonn Foto BMUB

De  grote klimaattop twee jaar geleden in Parijs was vooral de top van de consensus. Belangrijker dan de verschillen tussen de 196 deelnemende landen was de eensgezinde boodschap dat klimaatverandering nu voor het eerst echt mondiaal zou worden aangepakt.

Dit was echter vooral een boodschap naar de internationale publieke opinie, want al bij de voorbereidingen van de top waren grote verschillen aan het licht gekomen. Het akkoord dat het mondiale debat over klimaatverandering  zo ingrijpend zou veranderen, was primair het resultaat van de optelsom van de plannen die de (meeste) afzonderlijke landen voor de top hadden ingediend, en waarin zij vastlegden wat zij, ieder voor zich, wilden bijdragen om de mondiale temperatuurstijging zo ver mogelijk beneden de twee graden te houden.

Ambitieus

De plannen (in jargon Intended Nationally Determined Contributions: INDC’s en inmiddels NDC’s geworden) van sommige landen waren ambitieus en verreikend, andere landen bleven sterk achter. In een vergelijkende analyse van de Climate Action Tracker (CAT), een door vier onderzoeksorganisaties in het leven geroepen onafhankelijk wetenschappelijk consortium, scoorden landen als Bhutan, Ethiopië en Marokko het best. In de middenmoot vinden we landen als Brazilië, China, India, en ook de Europese Unie.

Lees ook de analyse van de klimaattop in Parijs. Over het einde van het fossiele tijdperk.

Landen die het minst beloofden waren bijvoorbeeld de Russische Federatie, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, niet toevallig landen die voor hun economisch overleven sterk afhankelijk zijn van de export van fossiele energie.

Hoe ziet de toekomst voor die landen er na Parijs eigenlijk uit; hoe zullen zij zich opstellen tijdens de 23ste Conference of the Parties deze twee weken in Bonn, waar het akkoord van Parijs handen en voeten moet krijgen? Het zijn thema’s die in de publieke opinie nog nauwelijks aan de orde zijn gesteld, maar die wel essentieel zijn voor het uiteindelijke slagen van het akkoord.

Voor zo’n 25 landen in de wereld zijn olie en gas het belangrijkste exportproduct. Voor Algerije, Iran, Nigeria, Saoedi-Arabië en Venezuela dragen olie en gas zelfs voor 85% bij aan de totale inkomsten uit export. In andere olie- en gasexporterende landen (bijvoorbeeld Angola, Congo en Soedan) is de economie wat meer gediversifieerd, maar ook zij halen nog altijd de helft van al hun exportinkomsten uit de uitvoer van olie en gas. Een opkomende grootmacht als Indonesië zit daar met 40% iets onder.

Diversificatie

Voor al deze 25 landen (waar bijvoorbeeld ook Ecuador, Libië, Qatar en Syrië bij horen) betekent het Parijse klimaatakkoord een essentiële bedreiging. Dat geldt nadrukkelijk ook voor Rusland. Als de wereld binnen drie of vier decennia inderdaad helemaal fossielvrij wil zijn, zullen de exportinkomsten van deze landen al snel gaan dalen, en om te overleven moeten zij hun economie razendsnel diversifiëren.

Een ambitieuze stap in die richting werd onlangs gezet door de  invloedrijke Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman met het plan voor de bouw van een reusachtige nieuwe, futuristische stad in de woestijn. Deze stad, met een oppervlakte zo groot als België, zou een internationaal knooppunt moeten worden voor handel, innovatie, kennis en toerisme. Totale kosten: 425 miljard dollar, te betalen door de verkoop van een deel van de aandelen van het staatsoliebedrijf Aramco.

Toch is het niet waarschijnlijk dat Saoedi-Arabië, evenmin als de meeste andere genoemde landen, erin zullen slagen hun economie op tijd en voldoende te aan te passen. Daarvoor hebben zij te weinig ervaring met diversificatie, daarvoor is de corruptie in veel gevallen te groot, en daarvoor zijn hun staatsapparaten ook onvoldoende ontwikkeld. Veel groter is de kans dat zij hun resterende olie- en gasvoorraden, desnoods tegen dumpprijzen, op de markt zullen brengen. En dat zij alles in het werk zullen stellen om de komende aanscherping van het akkoord van Parijs te verhinderen.

Blogger

Hein-Anton van der Heijden

Hein-Anton van der Heijden is schrijver en politicoloog. Recent schreef hij het boek Na het neoliberalisme. Klimaatverandering, sociale bewegingen en politiek (Uitg. Eburon).