Column

Zo wordt de argeloze kijker de muziek ingelokt

Zap

Geen kunstvorm wordt op tv met zoveel egards behandeld als klassieke muziek. Minder conventioneel is Maestro. Met een machteloos zwaaiende dirigent en orkestleden die de slappe lach buiten de deur proberen te houden.

Patricia Paay in Maestro: de maat slaan en taart snijden.

De tienjarige kandidaten van de Lang Leve de Muziek Show moesten zaterdag de naam van een dirigent raden. De eerste aanwijzing was een grote hoeveelheid viooltjes. Een van de kinderen riep: André Rieu. Ik dacht: da’s geen dirigent, maar een orkestleider met viool. De presentator zei: André Rieu, dat is goed. Hmm. Laten we vooral tevreden zijn dat de makers van het programma, waarin schoolklassen een plaats kunnen veroveren in een reuzenschoolband, proberen de kids ook nog een beetje klassiek bij te brengen.

Geen kunstvorm wordt op tv met zoveel egards behandeld als klassieke muziek. Op de eerste novemberzondag was er drie uur te zien. ’s Ochtends trakteerde VPRO’s Vrije Geluiden zijn kijkers op drie kwartier moderne elektronische muziek, op een verlaten podium uitgevierd door Bill Laurence en Suzanne Ciani, deels met behulp van een apparaat waar honderden gekleurde snoeren uitstaken.

In de middag was er voor de conventioneler ingestelde liefhebber Podium Witteman (NTR) waar een paar langere stukken werden verpakt in een kolossale hoeveelheid korte deuntjes, dankzij de virtuositeit van pianoheer Mike Boddé. Tussendoor was er nog de demonstratie van de vingerspreider: een helse ovenhandschoen waarmee een klein geschapen pianist kan proberen een grotere greep te krijgen en dus beter Rachmaninov (de man met de kolenschoppen) te spelen.

En dan is er Maestro (Avrotros) – het programma waarmee de argeloze kijker de muziek wordt ingelokt. Ook mijn kat kijkt er gefascineerd naar; ik weet niet zeker wat dat betekent. Vorige week begonnen acht niet allemaal even bekende televisiepersoonlijkheden aan een afvalrace. In die eerste uitzending werden de kandidaten nagenoeg onvoorbereid met een baton in handen voor het Orkest van het Oosten gezet. Het resultaat was in de helft van de gevallen een auditieve slapstick, waar een machteloos met zijn stokje zwaaiende dirigent moest toezien hoe de orkestleden amechtig probeerden de slappe lach buiten de deur te houden.

Het was geweldig om te zien. Vanuit dat oogpunt is het jammer dat de zeven overgebleven kandidaten nu les hadden gekregen en dus snel tot zeer snel vooruit gingen. Dit met uitzondering van dirigentendochter Patricia Paay. Zij kreeg als oefenopdracht om met haar ene hand de maat te slaan en met de andere een slagroomtaart te snijden. Paay faalde – en bleek aan het eind van de uitzending de afvaller van de week.

Slapstick was het niet meer, geestig nog wel. Daarbij hielp de droge zelfspot van zanger Dave von Raven (The Kik) die blij was dat hij deze keer ‘het liedje’ nog een beetje kon herkennen in wat er uit het orkest kwam als hij dirigeerde. De meest vileine van de drie juryleden is de Brit Dominic Seldis die met een brede lach very British kan zeggen dat iets aardig klonk, maar niet meer als wat de componist ooit schreef. Ik kan me voorstellen dat leden van het Concertgebouworkest een beetje bang worden als ze naast Seldis moeten zitten.

Met de steile leercurve en de zelfkritiek van de kandidaten („Het was een beetje aan de slome kant en er waren wat overgangetjes waar ik niet tevreden over was”) zal Maestro per week minder comedy capers en meer een echt muziekprogramma worden. Cultuureducatie uit het boekje. Door het afnemend aantal kandidaten zal er dan ook wat meer tijd komen voor de muziek zelf. Want de negentig seconden die er nu per fragment was, waren amper genoeg tijd voor Sjostakovitsj om zich om te draaien in zijn graf.