‘De EU mag nog maar negen jaar CO2 uitstoten’

Klimaatakkoord

Volgens onderzoekers moet de EU de CO2-uitstoot jaarlijks met 12 procent verminderen om ‘Parijs’ te halen. Nu wordt jaarlijks slechts 0,4 gehaald.

Klimaatactivisten bezetten afgelopen zondag nog een bruinkoolmijn in Duitsland uit protest tegen het gebruik van fossiele brandstoffen. Foto Sascha Schuermann/AFP

De Europese Unie kan nog slechts zes à negen jaar doorgaan met het uitstoten van CO2, in het huidige tempo. Daarna, dus al uiterlijk in 2026, heeft Europa zijn aandeel verbruikt van de broeikassen die er, wereldwijd gezien, in de atmosfeer terecht mogen komen.

Dat blijkt uit onderzoek van twee klimaatwetenschappers van de University of Manchester, dat deze dinsdag is verschenen. Ze berekenden hoeveel CO2 de EU mag uitstoten, willen we de temperatuurstijging op aarde „ruim onder” de 2 graden Celsius houden. Dat is het minimale doel van het Klimaatakkoord van Parijs.

Het onderzoek is betaald door de internationale milieuorganisatie Friends of the Earth, waarvan Milieudefensie in Nederland onderdeel uitmaakt. Friends of the Earth vraagt vanwege de lopende VN-klimaattop in Bonn aandacht voor de uitstoot van de Europese aardgassector. De raming van klimaatwetenschappers Kevin Anderson en John Broderick kijkt echter verder dan aardgas.

Hun studie borduurt voort op berekeningen uit 2014 van het internationale klimaatpanel IPCC. Dat berekende destijds hoeveel CO2 er wereldwijd nog mag worden uitgestoten om de temperatuurstijging binnen 1,5 of 2 graden te houden.

Anderson en Broderick leiden daaruit af wat, anno 2017, de Europese Unie moet bewerkstelligen vanwege het in 2015 gesloten Akkoord van Parijs. „We hebben daarbij rekening gehouden met wat daarin een eerlijk aandeel van de welvarende landen zou zijn”, aldus Anderson in een telefonische toelichting. „Dat gebeurt in de politiek niet.”

‘Nu fossiele verbranding afbouwen’

Volgens het dinsdag verschenen rapport mag de wereld vanaf nu nog 590 tot 740 gigaton CO2 uitstoten voor de ‘ruim onder de 2 graden’-grens bereikt is. Daarvan zou de EU 23 tot 32 gigaton voor haar rekening mogen nemen. In 2015 bedroeg de Europese CO2-uitstoot 3,5 gigaton, berekende het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).

Het ‘CO2-budget’ is dus tussen 2023 en 2026 opgebruikt, in het huidige tempo. Anderson en Broderick trekken daaruit de conclusie dat de EU nu verbranding van gas, olie en steenkool moet afbouwen, zodat de CO2-uitstoot daarvan in 2035 nihil is. Dat komt neer op een daling van de uitstoot met 12 procent per jaar. Dat wordt nu bij lange na niet gehaald: de huidige afname bedraagt slechts 0,4 procent.

Volgens ‘Parijs’ moet de wereld overigens „streven” naar een temperatuurstijging van slechts 1,5 graad. Dat vooruitzicht kan van tafel, concluderen de twee klimaat-wetenschappers: het is „niet langer levensvatbaar”. Ruim onder de 2 graden te blijven, zal al mislukken bij „de minste vertraging”.

De conclusies van Anderson en Broderick zijn veel nijpender dan het huidige EU-doel voor het Akkoord van Parijs. Dat doel is om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 40 procent te verminderen, ten opzichte van 1990.

Anderson en Broderick zijn strenger voor Europa, want zij gaan ervan uit dat in de landen buiten de OESO (het samenwerkingsverband van geïndustrialiseerde landen) de uitstoot van broeikasgassen nog tot 2020 à 2025 zal blijven stijgen, waarna daar een scherpe daling inzet. De uitstoot van niet-OESO-landen wordt gedomineerd door China. Anderson: „Dit is wat mogelijk is als zij hun uiterste best doen.”

De Europese Unie is verantwoordelijk voor 9 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. China en de Verenigde Staten nemen samen 39 procent van de uitstoot voor hun rekening.

Eerder schatten klimaatwetenschappers ook al dat de huidige Europese ambitie voor Parijs onvoldoende is om de doelen van het klimaatakkoord te halen. Een internationaal team, waarin ook een PBL-wetenschapper deelnam, berekende eerder dit jaar dat de Europese uitstoot van broeikassen in 2030 met 50 à 60 procent zou moeten zijn afgenomen, in plaats van 40 procent. Ook in die studie is rekening gehouden met een ‘faire’ inspanning van de EU.

Hoogleraar Kevin Anderson, verbonden aan de universiteiten van Manchester en Uppsala (Zweden), gaf maandag aan de twee Amsterdamse universiteiten voordrachten over de analyse. Hij benadrukt dat het rapport niet per se de zienswijze van Friends of the Earth verwoordt.