Recensie

Dansvoorstelling met Schubert en Placebo klopt van a tot z

Dans

Het bijzondere aan het werk van choreograaf Goecke is dat zijn stijl bekend is, maar telkens weer overrompelt.

Wir sagen uns Dunkles. Foto Rahi Rezvani

Vorige maand ontving Marco Goecke voor Midnight Raga de Zwaan voor de meest indrukwekkende dansproductie van seizoen 2016-2017. Het nieuwe Wir sagen uns Dunkles, gemaakt voor Nederlands Dans Theater 2, zou wel eens op de short list voor dit seizoen terecht kunnen komen: wát een fascinerend stuk weer.

Het bijzondere aan Goecke is dat zijn stijl bekend is, maar telkens weer overrompelt. De opmerkelijke choreografische signatuur, met nerveuze vingerkriebels over het lichaam, razendsnelle dribbels en woest gebarende, klievende en zagende armen: typisch Goecke. Zijn gevoel voor regie en ruimtelijke organisatie, het uitgekiende spel met licht en donker: altijd raak. Ook de kleine kostuumversieringen zijn herkenbaar; dit keer ontwierp Goecke broeken met glinsterende, subtiel rinkelende kralenfranjes.

Maar de Duitser tovert telkens zodanig geraffineerd met tempi en dynamiek, weeft zijn passen zo weergaloos in de muziek dat een ongelooflijk boeiend schouwspel ontstaat dat van a tot z klopt. En dat, terwijl hij meestal in stilte werkt en pas in een zeer laat stadium besluit welke muziek hij gaat gebruiken – wonderlijk geniaal.

Dit keer stond wel vast dat hij, in het kader van dit programma van het NDT2-programma Schubert, muziek van de Duitse componist zou gebruiken. Musici van Het Balletorkest spelen delen uit zijn composities voor piano, pianotrio en strijkkwartet, aangevuld met het tweede deel uit Schnittkes Pianokwintet. Daarnaast klinken drie songs van de band Placebo, waarvan de romantische zwaarmoedigheid uitstekend aansluit op de livemuziek.

Schubert is als gezegd de verbindende factor zijn in het programma, waarin ook Alexander Ekmans Cacti (2010) en Johan Ingers bekroonde One on One (2015) worden hernomen. In Goeckes stuk voor elf dansers echter lijkt toch vooral de muziek van Placebo leidend. Kleine details verbinden de choreografie met de teksten die bandleider Brian Molko zingt – een laag wuivende hand in ‘Song to Say Goodbye’, de geaccentueerde ademhaling in ‘Loud Like Love’ (met daarin de bezwerende tekstregel ‘Breath, believe’). De valse wimpers van de schitterend dansende Guido Dutilh lijken een verwijzing naar Molko’s androgyne voorkomen. Ook diens biseksualiteit wordt aangestipt, met een bijna-kus door man en vrouw, die door twee mannen wordt ‘geconsumeerd’.

Dergelijke concrete of mimische aanknopingspuntjes verzachten de scherpte van de overwegend abstracte choreografie, terwijl vertragingen de duizelingwekkend hoge bewegingsdichtheid weer naar een menselijk niveau terugbrengen. De fysieke topprestaties van de elf jonge dansers lijken daardoor de keerzijde van een mentale breekbaarheid die diep ontroert. Bijna ondenkbaar dat iemand níet op een of andere manier geraakt wordt door dit nieuwe juweel van Goecke.