Als het in haar hoofd gaat ploefen, is ze weg

Wie: Carla

Kwestie: mishandeling, brandstichting

Waar: rechtbank Rotterdam

Het kost de parketwacht enige moeite om Carla (52) vanuit de gang naar het cellenblok de rechtszaal in te helpen. Zij zit in een rolstoel vanwege een spierziekte. In april vorig jaar zou ze haar eigen flatwoning in brand hebben gestoken. Eerder had ze, met een tussenpoos, twee bouwvakkers, die met lawaaierige apparaten aan het werk waren, bedreigd en geslagen. Het dreigen deed ze met een vleesmes en het slaan met een bezemsteel. Daardoor verloor één van de mannen zijn evenwicht en viel hij van zijn ladder, met slijptol in de hand.

Dat er iets met Carla aan de hand is, is meteen duidelijk. In de rolstoel zit een zielig hoopje mens. De rechter ondervraagt haar meelevend en de officier laat de gebruikelijke officiële verontwaardiging grotendeels weg. Wat niet wegneemt dat wat Carla deed toch vrij gevaarlijk is. „We hebben hier ook wel zaken als deze, waarin doden vallen bij de buren”, zegt de officier. Carla beaamt het. Wat ze deed, vindt ze heel erg. Op veel vragen antwoordt ze met heftig ja knikken of nee schudden. Maar vaak weet ze het ook niet zo goed meer, omdat alles vaag is. In het huis van bewaring, waar ze sinds vorig voorjaar verblijft, vindt ze het inmiddels fijn „omdat er mensen zijn”. En die blijken over het algemeen aardig te zijn. Alleen als de celdeur dichtgaat, vindt ze het er moeilijk.

De rechter leest voor uit het onderzoeksdossier. Dat ze twee gordijnen in brand moet hebben gestoken, in de slaapkamer en de huiskamer. En een stapel boeken. „Weet u nog hoe u dat deed?” Met lucifers, antwoordt ze. Dat de buren, toen ze met haar scootmobiel wegreed, haar hoorden zeggen „Jéhee! Het is me gelukt!” Maar dat weet ze niet meer. Wel dat ze in het park bij haar positieven kwam en dacht: wat heb ik nou weer gedaan? Toen is ze zelf naar de politie gereden. Carla zal de officier in zijn requisitoir onderbreken om dat te benadrukken.

Maar waarom stak ze haar gordijnen in brand? Carla weet het niet goed. „Het zei ploef in m’n hoofd”. Was u misschien boos en verdrietig, vraagt de rechter. Ja, zegt ze, het was van alles bij elkaar. „U had net een afwijzing gekregen voor een ander huis”, zegt de rechter. Ja, knikt Carla, en „er zijn ook wel veel mensen doodgegaan de laatste tijd”. „U zei bij de politie: ‘Ik ben stout geweest.’” Carla knikt. Dat ze werkmensen aanviel, herinnert ze zich niet. Maar als er hard lawaai is „dan gaat het ploefen in m’n hoofd. Dan weet ik niet meer wat ik doe.” Ze zou tegen de mannen hebben gezegd dat ze hen ‘ging pakken en doodmaken’.

Carla is volgens het rapport van de psycholoog en de psychiater iemand met posttraumatische stressstoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis. „Wat is dat?”, vraagt ze vriendelijk. Ja, dat vindt de rechter „ook moeilijk uit te leggen”. U gedraagt zich anders dan anderen; u geeft overlast. Dat komt ook door wat er allemaal eerder in uw leven is gebeurd. In ieder geval „kunnen we het u minder aanrekenen, allemaal”. Carla knikt. Terwijl de kans op herhaling juist groot is. Carla knikt weer.

De officier eist geen straf, maar wel tbs ‘met voorwaarden’, zoals voorgesteld door de reclassering. Carla heeft een geschiedenis van mislukte, veelal vrijwillige hulpverlening. En de officier vindt haar suïcidaal en dus gevaarlijk voor haar omgeving. Tbs is een zware sanctie, maar nodig. Dat komt in haar geval neer op een ‘gesloten’ plaatsing in een forensisch psychiatrische kliniek, waar ze zal worden behandeld, met op termijn terugkeer naar een beschermdwonenfaciliteit. Daar zal ze onder toezicht komen van reclassering en ggz.

De rechter vraagt of ze ermee instemt – Carla knikt enthousiast, bij alles. Beschermd wonen deed ze eerder – en dat beviel. „Maar tbs kan wel negen jaar duren, hè”, waarschuwt de rechter. Dat weet ik niet, zegt Carla, maar „wat moet dat moet”. Heeft u eigenlijk wel iets te doen overdag, vraagt de rechter. „Ik heb mijn trommel”, zegt Carla. „Als ik maar muziek kan maken!”

De rechtbank vindt de brandstichting en het dreigen met een mes bewezen. Ze krijgt tbs, met onmiddellijke opname.