Liefde leidt tot segregatie

Powerkoppels

De economische onzekerheid stuurt onze partnerkeuze. Het gevolg is een groeiende sociale tweedeling tussen stad en regio.

Foto iStock

Er zijn meer ‘powerkoppels’ in Nederland. En ze wonen vooral in de stad. Eenderde van de samenwonende stellen tussen de 25 en 45 jaar was vorig jaar hoogopgeleid, blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Tien jaar geleden was dat nog 19 procent. Tegelijkertijd daalt het percentage stellen met allebei een middelbare of lagere opleiding.

In Utrecht wonen de meeste hoogopgeleide paren: 63 procent van de samenwoners tussen de 25 en 45 jaar. Daarna volgen Groningen (56 procent) en Amsterdam (54 procent).

Al die Randstedelijke ‘powerkoppels’ staan in verband met de groeiende bestaansonzekerheid in de samenleving, zegt Jan Latten, hoogleraar demografie aan de Universiteit van Amsterdam en hoofddemograaf bij het CBS. Dat betoogt hij in een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift Rooilijn, dat binnenkort verschijnt. Steeds meer mensen hebben een flexibel contract, vooral jonge mensen lukt het moeilijk aan een vaste baan te komen. Het ideaal van huisje-boompje-beestje is voor hen niet vanzelfsprekend meer.

Hoe kun je er dan toch voor zorgen dat je het redt in de maatschappij? „Door partnerkeuze”, zegt Latten. „Door met iemand te trouwen die je economische en sociale kansen in de samenleving vergroot.”

Liefde is geen toeval

Dat toeval niet zo’n grote rol speelt in de liefde, verkondigt Latten, gespecialiseerd in relatievorming, al langer. Liefde vinden we binnen een kleine groep gelijkgestemden; mensen die ons economisch vooruithelpen – of in elk geval niet achteruit. Door de flexibilisering van de arbeidsmarkt neemt die economische component van relaties toe, ziet hij.

In dit spel van relatievorming zijn hoogopgeleiden de grote winnaars. Zij trouwen elkaar, en zelden nog ‘omlaag’, zoals dat vroeger gebeurde. Toen konden hoogopgeleide mannelijke kostwinners hun economische positie niet verbeteren. Ze hanteerden sociale criteria: of een vrouw mooi was, gezond of sociaal intelligent. Nu zijn die voordelen gelijkmatiger over mannen en vrouwen verdeeld. Een hoogopgeleide man of vrouw kan die toch al gunstige kansen verdubbelen: op een hoog inkomen, een goede gezondheid, een mooi huis in een fijne buurt. „Als je zelf alle talenten hebt en je zoekt een partner die ze ook heeft, creëer je de optimale kansen voor succesvolle kinderen”, zegt Latten.

Datingapps

Hij wijst op de populariteit van datingapps, waar je met slechts één vinkje de laagopgeleiden uit de mogelijkheden kunt bannen. Van de dertigers die tussen 2008 en 2013 gingen samenwonen, heeft volgens het CBS bijna een op de zeven de partner via internet leren kennen. Veel datingsites richten zich ook specifiek op hoogopgeleiden. „Het romantische ideaal is: iedereen is gelijkwaardig en liefde gebeurt at random. Maar we zoeken gelijksoortigheid – al willen we dat niet toegeven.”

Dat de economische factor zwaar weegt in de liefde ziet hij „heel duidelijk” bij hoogopgeleide twintigers. „Die hebben vaak samenwoonrelaties, zonder kinderen, huwelijk of een koophuis. Pas rond hun dertigste binden ze zich definitief. Omdat ze dan zeker weten dat de ander gepresteerd heeft wat hij of zij heeft beloofd. Is hij echt directeur geworden, of zit hij met een onafgemaakte studie en een grote studieschuld?”

Dat soort overwegingen spelen zich natuurlijk niet in het bewuste af, zegt Latten. „Als je in een onderzoek zou vragen waarom zo’n stel uit elkaar is gegaan, dan zou je als antwoord krijgen dat de toekomstwensen niet meer parallel liepen. Of dat ze uit elkaar zijn gegroeid. Maar ik kijk naar het patroon. En dan zie ik dat hoogopgeleide twintigers in een soort wachtstand staan; ze zitten in een periode van tijdelijke stabiliteit.”

Terwijl hoogopgeleiden hun kansen in de samenleving verdubbelen, gaan laagopgeleiden er individueel juist op achteruit. Zij kunnen zich in economisch opzicht niet aan hun partner optrekken. Ze liggen überhaupt slechter in de relatiemarkt, vooral laagopgeleide mannen met een flexibel contract of zonder baan. Als het inkomen van de man slinkt, neemt de kans op echtscheiding toe. Laagopgeleide fulltime werkende vrouwen hebben minder kans om zwanger te worden.

Een stedelijke omgeving is de ideale habitat voor een modern kenniskoppel

In een samenleving waarin opleidingsniveau bepalender wordt voor je kansen, zullen laagopgeleiden vaker alleen blijven, denkt Latten. „Zelfredzame laagopgeleide vrouwen zullen kritischer worden in hun partnerkeuze. Als een vrouw met een bijstandsuitkering gaat samenwonen met een laagopgeleide man met een flexibel contract, raakt zij die uitkering kwijt. Dan gaat ze er financieel niet op vooruit en het is maar de vraag of ze er maatschappelijk op vooruitgaat. De overheid vervangt in zekere zin de rol van de partner.”

Vrouwen die naar de Randstad verhuizen, ook laagopgeleide vrouwen, verdienen meer dan vrouwen die op het platteland blijven. Ze hebben ook meer kans om een hoogopgeleide man te vinden. Ook urbanisatie is dus een manier om bestaansonzekerheid te compenseren, denkt Latten. „Een stedelijke omgeving is de ideale habitat voor een modern kenniskoppel. Beide partners kunnen zich snel bewegen tussen hun banen, er zijn voorzieningen en er is een netwerk. De stad maakt de toch al voordelige positie van hoogopgeleiden sterker.”

Groeiende contrasten

Het gevolg is dat de contrasten in de samenleving groeien: tussen hoog- en laagopgeleid, tussen Randstad en periferie. Latten: „Alle wissels staan die kant op. Bestaans- en inkomensonzekerheid worden structureel, we krijgen met robotisering te maken. Ik zie niet hoe dat tij gekeerd wordt.” Hij schetst een toekomstbeeld van een Randstedelijk gebied waar sociaal succesvolle mensen wonen, met veel vertrouwen in elkaar en in de politiek. En een periferie met achterblijvers: eenling, laagopgeleid, kwetsbaar. Zij kunnen hun weg in de samenleving maar moeilijk vinden.

Kan de overheid bijsturen? Latten kent kleine voorbeelden: corporaties die kwetsbare mensen niet alleen huisvesten maar ook sociale zorg verlenen, ingrepen op de woningmarkt om een mix van bewoners te creëren. Maar: als mensen in een buurt wonen waar het gemiddelde inkomen hoger of lager ligt dan dat van hen, verhuizen ze naar een meer gelijksoortige buurt. „Dat blijkt uit onderzoeken. Soort zoekt soort, niet alleen op individueel, maar ook op buurtniveau.”

Kun je een ontwikkeling wel bijsturen, die voortkomt uit de meest persoonlijke drijfveer van de mens: de liefde? Dat is een open vraag, zegt Latten. „Verliefdheid is een volstrekt legitieme drijfveer. Maar het leidt ook tot segregatie, inkomensverschillen en achterblijvers.”