Interview

Annemieke leeft al vijftien jaar langer dan haar prognose

Annemieke Raatsie (50) heeft schildklierkanker – qua aantal operaties is ze de tel kwijt. „Ik vind ‘vechten’ zo’n kutwoord. Je kán niets doen tegen kanker.”

Foto: Merlijn Doomernik

De avond voor de zoveelste operatie was Annemieke Raatsie met een vriend ontsnapt uit het Amsterdamse VUmc. Met haar ziekenhuisbandje om gingen ze naar een nabijgelegen spa.

Het werd een avond van uitgebreid dineren, sauna’s, een massage en een gezichtsbehandeling. Toen ze terugkeerden naar de kleedkamer bleek haar telefoon roodgloeiend te staan. De artsen hadden ook haar dochter gebeld, die geïrriteerd op de voicemail stond: waar ben je mam? Raatsie zou de volgende ochtend om 8 uur naar de OK worden gereden. De operatie was nog net niet afgeblazen. „Die arme artsen hebben wat te stellen met mij”, zegt Raatsie.

Ze kreeg op haar 32ste te horen dat ze de ernstigste vorm van schildklierkanker heeft: medullair schildkliercarcinoom, uitgezaaid. De arts die het constateerde, sprak over een prognose van twee jaar. In september vierde ze haar vijftigste verjaardag. Raatsie kreeg na haar dochter Beryl (nu 19) tijdens haar ziekte nog zoon Nathan (11). Ze bleef werken als opnameleider bij de televisie, vaak fulltime.

De kanker die ze heeft, is niet te behandelen met bestraling en chemotherapie. In plaats daarvan worden tumoren vaak weggehaald. Raatsie mist inmiddels haar schildklier, bijschildklieren en linkerlong. Er zijn lymfeklieren weggehaald en een tumor uit haar hersenstam. Dokters verwijderden het merendeel van haar lever, in wat overblijft zitten ook tumoren.

Ik heb mazzel en dat realiseer ik mij dondersgoed

Wat het aantal operaties betreft, is Raatsie de tel kwijt. Veertig? ‘Mam, je bent een wandelende landkaart’, zeggen haar kinderen over de littekens.

We zitten in Amstelveen aan tafel in een woonkamer met strakke witte meubels. Raatsie heeft rood haar en felle, lichtblauwe ogen onder lange wimpers. Annemieke Poets, is een bijnaam. In een speech op haar verjaardag zei een vriend dat ze meteen weer staat te stofzuigen als ze uit het ziekenhuis komt. „Lekker dom strijken, stofzuigen en dweilen. Als mijn huis rommelig is, is het ook onrustig in mijn hoofd.”

Zo is ook haar baan: zorgen dat alles klopt. Als opnameleider is ze een soort spin in het web. Alle disciplines komen bij elkaar: regie, licht, geluid. Raatsie doet veel liveprogramma’s zoals Nieuwsuur en EenVandaag en moet dan voorkomen dat de boel in de soep loopt.

Operaties zijn de enige keren dat ze de controle uit handen moet geven. Ze gedijt daar helemáál niet bij. Het liefst voert ze van tevoren urenlange gesprekken met de arts over wat haar te wachten staat. Soms stuurde ze de arts de avond voor een operatie een app: ‘Ga je wel op tijd naar bed? Drink je niet te veel?’

Niet meer wakker worden, daar is ze het bangst voor. Haar vrienden hebben inmiddels geleerd dat afleiding het beste werkt. Zo organiseerden ze een spontane dagtrip naar Londen. Vanwege een storm had ze vertraging met de terugvlucht en werd ze van het vliegveld naar de operatiekamer geracet.

Op bezoek met een leitje

Ze was 32 jaar, met een dochtertje van twee, zzp’er in de tv-wereld, zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering. Haar leven was vol: werk, vrienden en Hebreeuwse lessen vanwege haar geloof. Lichamelijk voelde ze zich geweldig, weet ze nog. Daarom was het ook raar dat tijdens opnames van Barend & Van Dorp studiogasten Michiel Romeyn en Jan Mulder wezen op een bult in haar hals. Een vochtophoping, dachten de artsen. Een week na de punctie kwam ze voor de uitslag. Al in de gang van het Amsterdams Medisch Centrum voelde het verkeerd. Artsen ontweken haar blik.

De dokter drong erop aan dat ze iemand zou bellen. Zo niet, dan wilde hij een psycholoog roepen. „Vertel het nou maar”, had Raatsie gezegd.

De slechtste vorm van schildklierkanker, uitgezaaid en ze begreep dat ze niets meer voor haar konden betekenen. „Ik dacht alleen maar: wat is dit voor onzin?”

Ze ging terug naar de televisiestudio om haar werkdag af te maken. Eenmaal thuis belde ze urenlang in het rond. Meerdere mensen raadden haar Bob Pinedo aan, een kankerspecialist bij het VUmc die is onderscheiden voor zijn werk. Heel snel ontving hij haar, thuis. Een prognose gaf hij niet. „Dat zien we wel”, was het.

Wakker worden uit de eerste operatie was zwaar. De artsen hadden ook een tumor op de zenuw naar haar stembanden gevonden en meteen verwijderd. Praten gaat niet meer lukken, zeiden ze. Haar vrienden namen een leitje mee op ziekenhuisbezoek.

Een half jaar later praatte ze weer, door intensieve logopedie. Na lang praten is ze wel moe. Dat is zo gebleven. Het weerhoudt haar er niet van haar agenda vol te plannen. „Elke dag die ik mag leven, denk ik: lekker vandaag volproppen, lekker leven.”

Ze werkt zoveel als ze kan. „Omdat ik het heerlijk vind, maar ook omdat ik dan een leukere moeder ben. In je eentje thuiszitten, klagen, brengt je niets.”

In je eentje thuiszitten, klagen, brengt je niets

Ze was al een paar jaar ziek toen ze onverwacht zwanger werd. In samenspraak met de artsen en haar toenmalige partner besloten ze het kind te houden. „De naam Nathan betekent cadeau van God.” Ze kreeg ook kritiek op dat besluit. Moeders op het schoolplein keurden het af. „Nooit rechtstreeks, ik moest het altijd via via horen.” Ze staat onverminderd helemaal achter haar keuze. Ze vindt Nathan slim, sociaal en vrolijk. „Ook met een zieke moeder kun je heel gelukkig zijn.”

Overal plekjes

Er zijn ook dieptepunten. „Mijn kinderen zijn behoorlijk volwassen voor hun leeftijd. Nathan heeft al een paar keer 112 moeten bellen als ik heel ziek was. ‘Mijn moeder ligt te gillen van de pijn’. Dat is gewoon shit. Dat is shit.” Haar kinderen zijn bij een psycholoog geweest die hen helpt omgaan met de ziekte van hun moeder. „Ik wil niet dat ze later problemen krijgen door mij.”

Raatsie is de kanker als een chronische ziekte gaan zien, waarbij ze hoopt dat de wetenschap iets zal uitvinden.

Toch is de situatie precair. „Mijn overgebleven long is een risico. Er zitten overal plekjes. Die kunnen ze niet meer weghalen, want die ene long heb ik toch wel nodig. Ik hoop maar dat het zich rustig houdt.”

Ze krijgt soms complimenten voor haar vechtlust. Goedbedoeld, maar ze heeft er niet veel mee.

„Ik vind ‘vechten’ zo’n kutwoord. Je kán niets doen tegen kanker. Iemand anders wil net zo graag leven als ik. Ik heb mazzel en dat realiseer ik mij dondersgoed.”

In september vierde Raatsie haar vijftigste verjaardag met een dansfeest voor honderdtachtig gasten, onder wie ook haar artsen en verplegers. „Nare dingen komen vanzelf op m’n pad, daar hoef ik niks voor te doen. Dus de leuke dingen, die wil ik vieren.”