‘Duitse Sjaak Swart’ blijft weer zonder rendement

Ajax-FC Utrecht

Amin Younes kon voor Ajax niet het verschil maken tegen FC Utrecht. Na de 2-1 nederlaag had de Duitse dribbelaar de pest in zijn lijf.

FC Utrecht-speler Zakaria Labyad (uiterst rechts) maakt het winnende doelpunt in de uitwedstrijd tegen Ajax (1-2). Foto ANP

Het is ruim een uur na de wedstrijd als Amin Younes op aanvraag nog even na komt praten over Ajax - FC Utrecht (1-2). Er is, op de persmedewerker die hem vergezelt na, niemand meer in de ruimte bij de kleedkamers in de Johan Cruijff Arena. Op het scherm achter ons gaat koploper PSV de rust in met een 1-1 stand tegen FC Twente – dat geeft nog enig perspectief.

Younes heeft de pest in zijn lijf. Zijn wedstrijd was er één als zoveel dit seizoen: naar binnen trekken vanaf links, leuke acties nu en dan. Maar weer geen rendement. Wel veel onbegrip. FC Utrecht neutraliseerde Ajax, na een vroege voorsprong via Zakaria Labyad. Waar in de Arena gehoopt werd op bevliegingen van een individu, bleek bijvoorbeeld dribbelaar Younes niet bij machte zondag door het bouwwerk van FC Utrecht-coach Erik ten Hag te breken.

Frustrerende middag.

Younes: „Sicher. Als je verliest altijd. We moeten analyseren, terugkijken waar het misging en weer verder.”

De Duitser had de 2-1 op zijn linkerschoen vlak na rust, maar de bal sprong op en zo wipte hij de pass van Kasper Dolberg van vlakbij over. En dan zit alles tegen: zijn balverlies diep op de eigen helft in de slotfase bracht FC Utrecht de zege. Voorzet voorlangs tot bij Labyad, een schijnbeweging, een schot van de Utrecht-aanvaller. En zo staat Ajax op eenderde van het seizoen al acht punten achter op PSV, dat met 4-3 zou winnen van FC Twente.

Wat gebeurde er bij die kans?

„De bal sprong wat ongelukkig op, maar niettemin moet de bal erin.”

Past dat bij jouw vorm van nu?

„Iedereen kijkt naar goals, naar assists. Heel normaal denk ik, dat is wat de meeste mensen interesseert. Voor mij ook, begrijp me niet verkeerd. Maar het gaat er mij vooral om me verder te ontwikkelen, een betere voetballer te worden. Fouten horen daarbij. Verliezen ook. Of mensen dat wel of niet bevalt: dit is mijn job, mijn carrière. Mij bevallen bepaalde zaken ook niet altijd, maar ik moet ook verder. So ist es.

Niet fris

Hij zegt het: er zijn dingen die hem niet bevallen. Wat vreet er aan Amin Younes? Hij heeft er al genoeg over gezegd, onlangs. Vlak voor de Klassieker tegen Feyenoord vorige maand bracht hij in De Telegraaf naar buiten dat hij „niet fris” is. En dat ligt ook aan Ajax.

Het was alsof hij in het interview de kans wilde benutten om aan supporters uit te leggen waarom het dit seizoen zo moeizaam gaat. Hij noemde een te korte vakantie en een weigering van Ajax hem tussentijds even vrij te geven. Younes speelde met Duitsland op de Confederations Cup in Rusland – „vier weken volle bak getraind” – na een lang en intens seizoen met Ajax dat tot en met de Europa League-finale doorliep.

Toen het drama met Abdelhak Nouri zich voltrok op trainingskamp in Oostenrijk kon Younes, vond hijzelf, onmogelijk nog vakantie vieren. Dus meldde hij zich meteen weer op de club, een week na de finale van de Confederations Cup in Sint-Petersburg al. „Wij vragen heel vaak hoe het met Amin is” zei Ajax-coach Marcel Keizer onlangs. „Dan zegt hij nooit dat hij wedstrijden wil missen.”

Modelprof

Het is de Younes die bij Ajax heeft leren kennen de afgelopen twee jaar. Voorbeeldige trainingsarbeid, maar op het overmatige af als hij zichzelf door keihard werken uit een vormdal wil optrekken. Bekend is dat hij op vrije dagen weleens komt trainen. Modelprof, zeggen ze bij Ajax. Springt meteen in de auto als-ie ergens moet zijn, voor de club, of met het team. Graag geziene gast ook op het pleintje in de buurt van zijn woning in het Amsterdamse IJburg, waar hij soms een balletje trapt met buurtkinderen.

Maar er is veel veranderd sinds hij een half jaar geleden nog zei dat hij ‘de Duitse Sjaak Swart’ bij Ajax wilde worden. Trainer Peter Bosz, in wie hij grenzeloos vertrouwen had, vertrok naar Borussia Dortmund. Hij vond het, zei hij in hetzelfde Telegraaf-interview, vreemd dat er niet eens over een transfer te praten viel deze zomer. Grote clubs, zei hij, hadden interesse. Terwijl aan het eind van de transferperiode verdediger Davinson Sánchez werk weigerde en tegen een hoog bod mocht vertrekken, bleef Younes braaf trainen.

Vormcrisis, niet fris. Eén goal, één assist. Openlijke kritiek op de clubleiding. Toch vaste waarde bij Ajax. En toch ook weer opgeroepen door de Duitse bondscoach Joachim Löw voor de oefenwedstrijden tegen Engeland en Frankrijk. Hij speelde vijf interlands, vier als invaller.

Zoals het nu bij Ajax gaat, denken wij in Nederland: hoe kan het dat hij voor Die Mannschaft in beeld is?

Geprikkeld. „Hoezo? Waarom dan? Zie je weleens een wedstrijd of training van mij bij het nationaal elftal?”

Eerlijk gezegd: nee, niet gezien.

„Hoe kun je het vragen dan. Dan moet je toch beter je werk doen. Ajax en de Duitse ploeg zijn heel verschillende elftallen. Oder nicht?

Wat bedoel je daarmee?

„Als ik voor Duitsland goed speel en goed train, wat dan? Wat is interessanter voor de bondscoach?”

Je vorm hier en nu is toch ook belangrijk voor de bondscoach?

„Natuurlijk. Maar kom je weleens bij het Duits elftal? Als ik daar straks heen ga en goed train, wat dan? Je moet niet alleen zeggen hoe ík mijn werk moet doen. Jij moet ook beter je werk doen.”

Dan breekt de persmedewerker in. „Dit heeft verder weinig zin zo.” Vlak voor Younes achter een scherm verdwijnt, draait hij zich nog een keer om. „Kom gerust eens kijken. Duitsland speelt volgende week in Keulen. Dat is niet zo ver.”