De branden zijn geblust. En nu?

Na de bosbranden in Californië

Inwoners van Santa Rosa keren terug na de bosbranden, en moeten bedenken hoe ze hun leven weer gaan opbouwen. Sam Fiddler zet bij zijn uitgebrande huis voer neer voor zijn katten, in de hoop dat ze nog leven en terugkeren.

Met een flesje water probeert Derrik Gordon (26) een rond, plat voorwerp schoon te spoelen, terwijl hij tegen de achterbak van zijn auto leunt. Even houdt hij het omhoog. „Het is een herdenkingspenning van mijn opa uit de Tweede Wereldoorlog. Het enige wat ik tot nu toe heb gevonden dat de brand heeft overleefd”, zegt hij met betraande ogen. „Mensen zeggen: het zijn maar spullen. Maar het zijn ook herinneringen. De enige foto’s van mijn opa zijn nu verbrand”, zegt hij, en wijst naar een zwartgeblakerde papierbundel. Hij pakt de schop waarmee hij de as door een zeef gooit, op zoek naar andere spullen die de brand hebben overleefd.

Gordon staat bij de resten van het huis waar hij met zijn zus en ouders woonde, in de wijk Coffey Park in de Californische stad Santa Rosa. Het is een van de gebieden ten noorden van San Francisco die het zwaarst zijn getroffen door de bosbranden die vorige maand tientallen doden eisten. In deze regio gingen ruim 48.000 hectare en 6.768 huizen en gebouwen in vlammen op.

De branden zijn inmiddels onder controle, tienduizenden mensen die werden geëvacueerd, zijn weer teruggekeerd. Maar waarnaartoe? Coffey Park is niet meer. Wie de wijk binnenrijdt, waant zich op de set van een apocalyptische film. Zover het oog reikt, is het een zee van verwrongen, oranjekleurig ijzeren schroot, overdekt met een dikke laag as en uitgebrande auto’s. Af en toe zie je iets dat waarschijnlijk een wasmachine of een fornuis is geweest, maar de meeste spullen zijn onherkenbaar. In de tuin van een huis dat onaangetast is gebleven, hangen speelgoeddoodshoofden in de struiken, voor Halloween. Het uitzicht van deze bewoner op de uitgebrande straat aan de overkant, is afschrikwekkender.

Ontslagen na de brand

Een busje van het Rode Kruis rijdt rond om voormalige inwoners die de schade komen opnemen, te voorzien van water en andere basisbehoeften. Sam Fiddler (27) voert zijn dochtertje in de auto wat hapjes van een burrito. „We missen nog twee katten, dus ik heb wat voer neergelegd op de plek waar ooit ons huis was en kom af en toe kijken of ze misschien terugkomen. Maar het voer ligt er nog. Ze zijn vast dood.”

Voor Fiddler, facilitair manager bij een techbedrijf, is de toekomst ongewis. Zijn baas heeft hem ontslagen, omdat hij een van de bedrijfsbusjes niet heeft gered uit het vuur. „Wij vertrekken hier. Een paar jaar geleden brandde mijn ouderlijk huis af bij een bosbrand, vorig jaar het huis van mijn zus. Het is wel genoeg zo.”

Te midden van de puinhopen staan hier en daar mannen met opschrijfboekjes notities te maken. „Verzekeringsagenten die de schade komen opnemen”, zegt Rodrigo Herrera, brandweerman bij het California Department of Forestry and Fire Protection, die deze middag dienst doet als perswoordvoerder. Want dat over de oorzaak van deze branden, die nog niet is vastgesteld, jarenlang rechtszaken zullen volgen, is voor hem geen vraag. „Kwam het door een menselijke handeling, een spontane ontbranding of zijn er fouten gemaakt bij het indammen van de brand? Daar zullen verzekeringsmaatschappijen en lokale overheden over gaan bakkeleien. Iemand zal de rekening moeten betalen.”

Bekijk ook de fotoserie: Californië staat in brand

Daar kunnen de mensen die hun huis verloren hebben niet op wachten. Huiseigenaren zullen zo snel mogelijk de kosten voor de herbouw bij hun verzekering claimen. Maar voor huurders is het maar de vraag of er voor hen weer huurwoningen terugkomen. Santa Rosa, een stad met een grote latinogemeenschap, was een van de laatste steden in de Bay Area waar naast villa’s van een miljoen dollar ook betaalbare huizen stonden.

Shirlee Zane, voorzitter van het bestuur van Sonoma County, waar de stad onder valt, wil hier nog niet op vooruitlopen, zegt ze. „De komende vier maanden zal de Federal Emergency Management Agency eerst de troep opruimen. Daarna staan we voor een enorme uitdaging om zo snel mogelijk weer huizen te bouwen, in een dichtbevolkt gebied en op een veiliger manier. De opvang van kwetsbare inkomensgroepen en illegale immigranten zijn daarbij zeker ook een prioriteit.”

Veiliger bouwen is een van de belangrijkste lessen volgens Jack Cohen, een gepensioneerd onderzoeker die nog steeds geldt als expert op het gebied van de ontwikkeling van branden. Cohen waarschuwt al jaren dat de manier waarop huizen en woonwijken worden gebouwd en ingericht, ertoe leidt dat bosbranden gemakkelijk kunnen overslaan naar woongebieden en daar grote verwoestingen kunnen aanrichten.

Op het platteland zijn er in Californië voorschriften om te voorkomen dat bosbranden een huis te makkelijk bedreigen. Zo moet er een bepaalde afstand zijn tussen een huis en de omringende begroeiing of het gras in de tuin. Maar voor huizen in de stad zijn die voorschriften er niet, vertelt hij. „Het gevolg is dat daken meestal wel brandwerend zijn, maar muren vaak niet. Als je kijkt naar Coffey Park, zie je dat huizen bovendien dicht bij elkaar stonden, waardoor de brand gemakkelijk kon overslaan.”

Heleboel kleine brandjes

Volgens de onderzoeker heerst er bij de brandweer, overheden en andere instanties een te stereotiep beeld van een bosbrand, waardoor er weinig aandacht is voor preventie. „Er wordt nog te veel gedacht aan een brand die als een vuurzee aan komt rollen. In werkelijkheid brandt zo’n woonwijk af door een heleboel kleine brandjes, die ontstaan door gloeiende stukken as die door de wind verspreid worden. Als die terechtkomen op makkelijk ontvlambaar materiaal, zoals een schutting of brandhout naast een huis, kan het snel gaan. Mijn advies aan overheden en bewoners is dan ook om geen enkel brandbaar materiaal binnen anderhalve meter van je huis te hebben.”

Cohens verhaal wordt bevestigd door wat Gordon vertelt over de avond van de brand: „Ik zag buiten overal kleine brandjes ontstaan en probeerde die eerst nog te blussen, maar het werden er al snel te veel. Toen heb ik mijn familie gezegd dat ze zo snel mogelijk moesten vluchten, en bij buren aangebeld om hen te waarschuwen. Daarna ben ik blootsvoets – mijn schoenen waren gesmolten – weggerend, voor het vuur uit. Het kwam van alle kanten. Er was niet eens tijd de auto te pakken.”