Kim Lammers: coachend langs de lijn, en nog even fel en veeleisend

Hockey

Kim Lammers werd na haar carrière als speelster assistent bij haar oude club Huizen, dat voor het eerst in de hoofdklasse uitkomt.

De hockeysters van Huizen (in het wit) wonnen tegen Nijmegen hun eerste duel in de hoofdklasse. Foto Bram Petraeus

Tussen de toeschouwers leunt een vrouw met tweehonderd interlands en olympisch goud op haar naam op het hek rond het hockeyveld. Kim Lammers onderbreekt het kauwen op haar kauwgom om haar speelsters wat na te roepen. „Rust pakken”, „goed zo”, „nu naar voren”. Ze staat vaak op de videotoren met de andere assistent, Wouter Kokx, deze zondag lijkt ze een gewone passant die erg begaan is met het spel. Geen trainersjasje met ‘Huizen Dames 1’ achterop, niets. Een grijze trui met zwarte panterprint, een spijkerbroek en sneakers. Het is dat iedereen op de club, en ver daarbuiten, haar meteen herkent.

Het gezicht van Lammers blijft zelfs na elk van de drie goals tegen Nijmegen strak, terwijl de mensen om haar heen haar al feliciteren. Pas na het laatste fluitsignaal en de knuffel van haar moeder, die tijdens de tweede helft naast haar is gaan staan, komt de glimlach. Even later valt ze hoofdcoach Boaz Janssen rond de middenstip juichend in de armen. Bij een van de doelen staan de speelsters van Huizen de allereerste overwinning voor de club ooit in de hoofdklasse te vieren.

Lammers (36) was vorig jaar net een week bij Laren gestopt als tophockeyer, na zeventien jaar hoofdklasse, toen ze werd aangekondigd als assistent-coach bij de vrouwen van Huizen. Ze was de eerste van de gouden generatie Nederlandse hockeyvrouwen die als international stopte (in 2014) en ook als clubspeler. Maar anders dan generatie- en lotgenoten Ellen Hoog en Naomi van As hoefde ze geen pauze van het hockey. „Ik vind het gewoon te leuk. En mijn tweelingbroer speelt hier, mijn ouders komen kijken, die wonen hier achter, ik zie oud-teamgenoten van vroeger die nu in de veteranen spelen. Ik vind het alleen maar bijzonder, voor mij was het thuiskomen.”

Olympisch fit

Ze hadden haar een jaar voor ze stopte bij Laren al gepeild, zegt ze. Met het idee dat ze zowel speler als coach zou kunnen zijn. „Toen zei ik dat ik niet voor een andere club zou spelen dan Laren. Nou ja, toen kwam vorig seizoen…” Ze begint te lachen. In haar eerste seizoen als assistent, toen in de overgangsklasse, viel ze enkele wedstrijden in als speler.

Dat gaat dit seizoen niet gebeuren, het mág zelfs niet, omdat ze al meespeelde bij de veteranen van Amsterdam. „In de overgangsklasse was het leuk en in mijn hoofd denk ik dat ik nog altijd olympisch fit ben, maar dat ben ik allang niet meer. Ik denk dat ik het nog steeds kan, maar weet dat ik niet meer zo wendbaar ben. Het lichaam doet meer pijn. Maar ik train nog af en toe mee, om fit te blijven.”

Hoofdcoach Janssen noemt Lammers „een geschenk” voor het team. Hij is de grote verbinder, zo bleek recent ook uit een persoonlijkheidstest die ze als team deden, de man van de structuur – Lammers is de winnaar, fel, veeleisend. „Zij krijgt dingen voor elkaar die ik al drie weken voor elkaar probeer te krijgen.” Zelf vindt ze dat ze vooral haar topsportervaring mee kan geven: wat is ervoor nodig om het maximale eruit te halen? „En ik ben van de simpele dingen: hockey is al moeilijk genoeg, laat eerst de basis maar goed zijn.”

Realisme

Meer kun je ook niet eisen van een groep speelsters die voor het eerst in de hoofdklasse speelt. Dat, en realisme. En dat is misschien nog wel het lastigst coachen. „Vorig jaar win je alles, nu is vandaag de eerste wedstrijd die je wint”, zegt Lammers. „Kijk: Amsterdam, Den Bosch, Stichtse zijn allemaal een maatje te groot. Maar van de teams daaronder verliezen we maar met een goal verschil.”

„Soms is er misschien nog iets te veel respect voor tegenstanders, maar je moet reëel blijven. Ik zie nog een actie voor me: Margot van Geffen [speelster Den Bosch en international] op Edmée [Peijster, speelster Huizen]. Die werkt tachtig uur per week als advocaat, Margot traint tien keer per week. Dat zijn ook verschillen. Maar die meiden zijn zó positief. Ik denk dat ik op een gegeven moment elke zondag huilend in het clubhuis was gaan zitten.”

Wat maakt het uit dat iemand als Eva de Goede je directe tegenstander is. Boeien.

Lammers heeft het zelf in haar carrière als speelster niet meegemaakt, vechten voor elk punt, niet laatste worden als voornaamste doel. Huizen gaat de winterstop in met vier punten, drie meer dan Groningen, evenveel als Nijmegen.

Belangrijker: ze ziet de progressie, ze ziet de tegenstand die haar speelsters kunnen bieden aan de teams met meer kwaliteit. „Ik denk dat we ons echt kunnen handhaven.” Het is voor de speelsters van Huizen een kwestie van lef hebben, vindt ze. „Wat maakt het uit dat iemand als Eva de Goede je directe tegenstander is. Boeien. Als ik nu met de veteranen meedoe, merk ik ook dat ze extra hun best doen me af te stoppen. Je moet het omdraaien.”