Column

Vlag

Alleen de Partij voor de Dieren ziet er niets in, alle andere partijen zijn opvallend eensgezind: in de Tweede Kamer komt binnenkort trots de nationale driekleur te hangen. Het voorstel kwam donderdag van SGP-voorman Van der Staaij en PVV-leider Geert Wilders, omdat ook in veel andere Europese parlementen een vlag hangt en onze nationale driekleur „een mooie en duidelijke functie heeft als symbool van de natie”.

Durf daar als politicus maar eens tegenin te gaan.

„Nu moeten we hem dus laten wapperen. Dat wordt dan iets met een föhn”, zei Kamervoorzitter Arib.

Een mooie en duidelijke functie als symbool – mooi, vooruit, maar duidelijk? De symbolische functie van een vlag is nationale eer en trots, de notie dat ondanks alle onderlinge verschillen tussen burgers, partijen en politici er een idee van onderlinge affiniteit bestaat, een idee van Nederlanderschap. De meeste mensen herkennen iets gemeenschappelijks in die vlag – denk aan 4 en 5 mei en Koningsdag.

Dat die vlag nu plotseling in het parlement moet worden opgehangen, komt niet als een verrassing. In de aanloop van de laatste verkiezingen had iedere politieke partij het over „een idee van Nederland”. Het was, links en rechts, Nederland voor en na wat de klok sloeg. Daarna kwamen ineens de „gewone” en de „normale” Nederlander aankakken, inmiddels zo vaak geplugd en herhaald dat zelfs de meest onoplettende sukkel doorheeft dat hij het doelwit is van een politiek charmeoffensief met de beukende volharding van een reclamecampagne.

De gewone Nederlander, we weten het nu wel.

De Nederlandse vlag in het parlement is hiervan het natuurlijke vervolg. Alleen… diezelfde Nederlandse vlag staat voor zowat alle partijen symbool voor een ander Nederland. Want het is niet zo dat we hier niet twijfelen aan waar de natie voor staat, en het vervolgens over van alles met elkaar oneens zijn. We zijn het hartgrondig oneens over wat de natie zelf zou moeten zijn. Het wezen van wat Nederland is, en wat een Nederlander is, staat ter discussie.

Kijk maar: woensdag schreeuwde Geert Wilders nog dat Nederland ZIJN land was – en dat hij geen Marokkaan, Turk of Zweed in de Tweede Kamer wilde. Aanleiding was de honderdste discussie over het dubbele paspoort van twee bewindslieden, waarbij hun loyaliteit aan Nederland openlijk werd betwist. De vlag is voor Wilders vooral een natte dweil om andere Nederlanders mee in hun gezicht te slaan.

Eind vorig jaar claimde Tunahan Kuzu van DENK uitdagend dezelfde driekleur: „Wij rukken de Nederlandse vlag uit de handen van nationalistisch rechts.” Om een einde te maken, zei hij toen, aan een Nederland dat „verrechtst en verhardt” – de vlag zou weer symbool moeten zijn voor een vrij, tolerant en divers Nederland. Op dezelfde dag dat DENK de Nederlandse vlag in de Kamer toejuichte, beschuldigde Kuzu de Turkse journalist Can Dündar, door het Erdogan-regime veroordeeld omdat hij zijn werk als journalist deed en nu vervolgd en achtervolgd, in zijn gezicht dat hij enkel een podium wilde bieden „aan iedereen die Turkije zwart wil maken”. Dündar had volgens Kuzu niet in de Kamer mogen worden ontvangen, dat was „niet in het belang van de Turks-Nederlandse betrekkingen”.

Deze week ook borduurde Sybrand Buma, uitvinder van de gewone Nederlander, in dezelfde Kamer nog even voort op zijn H.J. Schoo-lezing: Nederland bestaat uit een verzameling individuen die het collectief uit het oog is verloren – de gemeenschap, de natie: „Hoe kan het dat zo veel mensen zich onzeker en verweesd voelen, terwijl zij vrijer zijn dan ooit? Dat zo veel mensen zorgen hebben over de manier waarop we met elkaar omgaan? Dat zo veel mensen de vrees hebben dat de toekomst minder mooi zal zijn dan het heden? [...] Het maakt mensen boos, en het leidt tot wantrouwen tegen de politiek. Maar het gaat om heel gewone Nederlanders die het beste willen voor hun kinderen, en die bij willen dragen aan de toekomst van ons land. Het zijn prangende vragen die we ons moeten stellen in het Nederland van vandaag.”

De vraag stellen – is hem niet beantwoorden. De denker in Buma ziet het gevoelde gebrek aan maatschappelijke samenhang terecht als een bron van onbehagen, de politicus Buma kan het niet laten te suggereren dat „heel gewone Nederlanders” in hun verlangen naar gemeenschap worden gedwarsboomd door niet-gewone, niet-normale Nederlanders. Het beleven van het echte Nederlanderschap wordt dan een vorm van joods-christelijke dwangverpleging.

Ook GroenLinks is voor de vlag, maar dan wel naast die van de Europese Unie.

Ik wil maar zeggen, als die vlag in het parlement iets symboliseert, is het de verdeeldheid van de natie. Van mij mag ie daar hangen, maar als een open vraag, een uitnodiging voor debat. Niet als doekje voor het bloeden.

Bas Heijne schrijft elke week een column op deze plaats