Opinie

Justitie, zoek uit wat Mutsaers heeft gedaan

Omdat ze haar boek niet wilde ‘onttoveren’, hield Charlotte Mutsaers vol kinderporno te hebben verkocht. Een faux pas, meent . „Laat justitie uitzoeken of er een misdrijf is gepleegd.”

Charlotte Mutsaers in ‘De Wereld Draait Door’, op maandag 30 oktober 2017.

Afgelopen week raakte schrijver Charlotte Mutsaers in opspraak door een interview met de Volkskrant. Naar aanleiding van haar nieuwe roman Harnas van Hansaplast, die met vertraging voortkwam uit de dood van haar broer Barend (1950-2001), beschrijft ze hoe ze in de boedel van de kluizenaar een gigantische pornocollectie aantrof, waaronder kinderporno. Mutsaers: „Toen we het vonden, bij het uitruimen, dachten we zelfs: o jee, straks zijn wíj erbij. Je weet het allemaal niet. Daarna dacht ik: het is handel, we gaan het gewoon verkopen.” De afnemer zou een pornowinkel in Utrecht zijn geweest, die vijfduizend euro voor de collectie zou hebben betaald.

Een aantal collegae van Mutsaers nam hier aanstoot aan: handel in kinderporno is een strafbaar feit, waarmee niet lacherig gekoketteerd moet worden, zoals Mutsaers deed. Sterker: het zou aanleiding moeten zijn voor vervolging. Mutsaers verweerde zich, onder andere in een rommelig optreden in het tv-programma DWDD, met de mededeling dat ze natuurlijk geen kinderporno had verkocht, maar haar boek niet had willen onttoveren en in het interview de fictie had voortgezet. Voor haar medestanders is met die mededeling – het aloude spel van feit en fictie! – de kous af. Maar dat is te makkelijk. En kortzichtig.

Dat Mutsaers in een roman schrijft dat ze kinderporno van haar broer heeft doorverkocht, is niet het probleem. In fictie mag vrijwel alles, zelfs het belasteren van de doden (en de levenden). Of het kies is, is vers twee, maar kunst moet je niet beoordelen op kiesheid, want dan kun je de kunsten net zo goed afschaffen. De wereld, die soms door de ‘gelogen waarheid’ dichter benaderd wordt, is niet kies.

Het probleem ontstaat wanneer je in een journalistiek medium beweert een ernstig strafbaar feit te hebben gepleegd. Handelen in kinderporno is niet voor niets verboden; sterker, het wordt door de wetgever zo ernstig geacht dat het niet verjaart. Dat is het moment waarop het maatschappelijk van belang wordt om vast te stellen of er sprake is van een voortzetting van de fictie of van een terloopse bekentenis. Het schrijverschap maakt de mens niet immuun voor de wet. Rechtsgelijkheid is de basis van de rechtsstaat.

Lees ook ook het interview met Charlotte Mutsaers: ‘Ik mag liegen zoveel ik wil

De ophef rond Mutsaers’ uitspraken is daarmee wat mij betreft legitiem. Het ligt voor de hand om in eerste instantie te denken aan een bekentenis, gezien de journalistieke vorm. Het is niet het idee van een interview om de boel bij elkaar te liegen. Nu is het best mogelijk dat dat toch gebeurt, wat, hoewel akelig voor de interviewer, geen halszaak is. Boudewijn Büchs bewering dat hij een kind had (dat niet bestond) is wat dat betreft instructief. Ook dat was een leugen. Maar, en dit is het wezenlijke verschil, het betrof geen strafbaar feit. Zodra het erop lijkt dat er een misdrijf wordt toegegeven, staan primaire rechtsbeginselen op het spel. Want hoe leg je aan iemand die voor het verhandelen van kinderporno vastzit uit dat bij een ogenschijnlijke bekentenis van een BN’er niet eens onderzoek wordt gedaan?

Nu heeft Mutsaers dus gezegd dat ze de fictie heeft voortgezet, omdat ze niet gedwongen wil worden haar roman te onttoveren. Dat is ook het verweer van haar uitgever, Das Mag. Volgens mij wordt ze daar niet toe gedwongen, want ze kan er gewoon haar mond over houden, of zelfs helemaal geen interviews geven. Ze heeft zichzelf in die situatie gebracht, puur uit marketing-overwegingen. Zoals interviewer Sara Berkeljon op Twitter zegt: „Prima, @dasmag wilde graag een interview in Volkskrant Magazine. Maar ga dan ook niet zeuren dat je boek wordt ‘onttoverd’.”

Al met al blijft het een schimmig verhaal. Mogelijk vertelt Mutsaers nu wel de waarheid, mogelijk is ze geschrokken van de wetenschap dat het een niet-verjarend misdrijf betreft. We weten het niet. Ik niet en niemand niet, uitgezonderd de betrokkenen. De betreffende winkelier heeft inmiddels wel tegen NRC gezegd dat Mutsaers aldaar een pornocollectie heeft verpatst, alleen ontkent hij dat daar kinderporno tussen zat, wat me gezien de strafbaarheid niet vreemd lijkt.

De logische conclusie lijkt mij dat justitie gaat uitzoeken of er nu wel of geen sprake is geweest van een misdrijf en dat wij ondertussen, los daarvan, Harnas van Hansaplast gaan lezen, omdat de kunst op zichzelf staat.