Column

Hygiënebesef

Kapot geslagen hang ik op de bank. Mijn ogen dicht getikt, mijn kop gezwollen van de bloeduitstortingen, mijn bril in drie stukken naast me en mijn armen en benen kan ik amper nog bewegen. Murw. Dat is het woord. Ik hap naar adem en smeek om genade. Geen idee tegen wie ik het heb. Maar ik schreeuw hees dat men moet stoppen. Ik kan het niet meer aan.

Nu ook mijn jeugdheld Dustin Hoffman in opspraak is ben ik definitief gebroken. Smerig voorstel aan een jong ding gedaan. Iets met voetmassage en reetknijpen. Ik huil dat het niet waar is. Dustin Hoffman, de verlegen jongen die sinds The Graduate in een van de kamers van mijn hart woont. Dustin doet dat niet. Vraag maar aan Mrs. Robinson.

Ik ben kapot door alles. Of het nou om Jelle en Gijs gaat en wie van de twee ik moet geloven (sms Jelle of Gijs naar 3030!) of om de regisseur van Fiddler on the roof die in een vorig leven te veel door zijn vieze vingers zag en niet op zijn eigen première mag komen of om Kevin die zelfs via de brievenbus zijn eigen huis nog naaide of om de Britse minister die niet alleen steun zocht op een vrouwelijke journalistenknie, maar aan wiens lul nog veel meer schijnt te hangen of om… om wie niet. Om iedereen.

Na al dit gekrakeel viel ik ook nog in een nachtelijke herhaling van het NPO-programma Veertig dagen zonder seks. Daarin moest een dampende homo, die zich normaal drie keer per dag in de bosjes door een wildvreemde liet bewriemelen, proberen veertig dagen geen seks te hebben. Geen idee of de schat het gered heeft. Na vijf minuten zette mijn televisie zichzelf uit en begon ontroostbaar te snikken. Te snikken om alles. Niet alleen om die seksueel vastende homo, maar om het totaal. De complete radeloosheid van een samenleving. En om het feit dat dit ons amusement is.

Ik pakte de krant en viel in het ontgroeningsverhaal van een paar Nederlandse soldaten. Had daar al iets over opgevangen en had dat bewust of onbewust weggedaan. Maar nu las ik het even grondig en goed. Alles. Jongens waar overheen gepist werd of die een blote soldatenreet op hun gezicht kregen en af en toe een vinger in hun hol. Dit tot hilariteit van de daders. Saillant detail: de mannen die hun vinger in het soldatenhol prikten deden wel eerst een latex handschoentje aan. Verder verkrachting, drugshandel, wapendiefstal, cocaïne snuiven, enzovoort, enzovoort.

Verder lezend dacht ik dat de clou duidelijk zou zijn. De daders waren natuurlijk op staande voet ontslagen en vloekend het leger uit gesodemieterd. Dit soort dom gajes kunnen we niet gebruiken!! Toch?

Met dit spul kan je toch niet naar probleemgebieden om vrede te stichten of om een beetje orde in de plaatselijke chaos te scheppen? Daar heb je toch wijze mensen voor nodig? Toch geen richeltuig dat het lekker vindt om mensen te martelen? Maar nee hoor. Met die jongens is gepraat. Heel goed gepraat. Door wie?

In ons leger zijn 500 vertrouwenspersonen die dit soort klusjes graag klaren. Dus we hebben tien roestige mitrailleurs zonder munitie, honderd verouderde tanks met lekke rupsbanden en de soldaten moeten hun helmen delen met collega’s, maar we hebben 500 praatgrage vertrouwenswatjes die zacht fluisteren dat het niet lief is om over een soldaatje heen te zeiken en hem rectaal te vingeren. Maar wel heel aardig dat jullie een handschoentje hebben aangetrokken. Dat getuigt van hygiënebesef. Daar zullen we rekening mee houden bij de maatregelen die we nemen.

En wat die maatregelen waren? Dat de gemartelde slachtoffers hun bek moesten houden over wat er gebeurd was en… een hele zware sanctie: een paar klootzakken zijn overgeplaatst. Ja. Dat is pas echt straffen. Dat je weg moet uit Schaarsbergen. Want daar gebeurde dit. Men kon verder weinig doen omdat er geen aangifte was gedaan door de getraumatiseerde soldaatjes. Jongens die doodsbang waren dat ze door die engerds verder in elkaar gebeukt zouden worden.

Totaal murw hang ik op de bank. Ik wil aan iets leuks denken. Iets onschuldigs. Iets dat me geneest. Mij weer op de been helpt.

Gelukkig lees ik dat onze groene en linkse Jesse zich in een benzine slurpende sjoemel-BMW door het land laat sleuren. Ik hoop in zijn eikeltjespyjama.