Gezegden

Dat niveau van diep inzicht haalde Cruijff niet

Op vrijdag 27 oktober las ik het belangwekkende artikel van Friederike de Raat over gezegden in onze taal (Zonder dat je weet gebruik je zo veel gezegden uit de Bijbel). Eén punt daaruit haal ik even naar voren, al was het maar omdat ik het eindelijk kwijt moet. Al decennia erger ik mij aan het gegeven dat de uitspraak „Elk nadeel heb zijn voordeel”, toegeschreven wordt aan Johan Cruijff. Niets is minder juist. Al in 1935 schreef Laura Wilder in A little House on the Prairie: „There’s no great loss without some small gain.”

‘Elk nadeel heeft zijn voordeel’, is daarvan een kernachtige vertaling, die Cruijff ergens gelezen zal hebben met dezelfde instemming die ik ervoer. Echter de geestelijke vader daarvan, zoals iedereen schrijft, is hij niet.

Authentieke Cruijffiaanse uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld: ‘Je moet scoren om te winnen’ of ‘Je begrijpt het pas als je het door hebt’. Het niveau van bovenstaand Engels citaat, dat van wijs inzicht getuigt, haalt hij niet. Overigens heb ik niets tegen Johan Cruijff (ik kom zelf uit de Watergraafsmeer), maar alleen tegen valse beeldvorming.

Louis van Gaal

Hoe weet hij dat?

De veronderstelling van Louis van Gaal (We gaan alleen maar uit van het eigen ik, 28/10) dat er in het betaalde voetbal evenveel homoseksuelen zijn als in de normale wereld is net zo min bewezen als dat er geen zijn.

Boudry en Hofhuis

Zelf nogal feitenvrij

Volgens Maarten Boudry en Steije Hofhuis is minachting voor de feiten al decennia doodnormaal in de Nederlandse sociale wetenschappen en zij onthullen dat de betonrot van het waarheidsrelativisme de academische wereld heeft ondermijnd (Linkse feitenvrije wetenschap ging aan Trump vooraf, 27/10). Je zoekt in hun betoog tevergeefs naar feiten – die moet je er dus zelf bij gaan zoeken.

Als je er antropologische en sociologische dissertaties uit de laatste veertig jaar op naslaat, zoals Sexual relationships and birthcontrol in Ghana (1976), Vermogensverhoudingen in Nederland (1984), De politieke economie van de roes (1993), Overtuiging en geweld (1995), dan levert dat niets op. Geen spoor van waarheidsrelativisme of postmodernisme. Misschien levert een steekproef uit de honderden dissertaties van de afgelopen veertig jaar iets anders op. Daarvan zouden Boudry en Hofhuis dan nog verslag moeten doen.

Je zou ook kunnen nagaan of het waarheidsrelativisme en een ‘links-ideologische inslag’ de inhoud van wetenschappelijke tijdschriften als Amsterdams Sociologisch Tijdschrift, Sociologische Gids, Migrantenstudies, Current Anthropology, American Anthropologist hebben vertekend. Dat blijkt echter evenmin het geval.

Hebben Boudry en Hofhuis leerboeken als Culturele Antropologie (1972, en 1991) en Samenlevingen (1985 en 2012) geraadpleegd? Juist zulke boeken, die generaties studenten met de sociale wetenschappen vertrouwd hebben gemaakt, zouden de gebreken moeten tonen die zij hekelen. Je krijgt echter niet het idee dat zij die gelezen hebben.

De betonrot in de academische wereld is daarom – laten we het netjes zeggen – een hypothese. Voorlopig kunnen wij het erop houden dat hun betoog lijdt onder wat het bestrijdt.

Commentaar Rutte III

Wapens versus hulp

De defensie-uitgaven gaan substantieel omhoog, maar niet voldoende, er moet immers een forse achterstand van twintig jaar worden ingelopen. (Dit vindt NRC van Rutte III, 28/10). Terecht constateert u dat Nederland achterblijft bij de NAVO-richtlijn. Maar u schrijft daarbij niet wat u wel vermeldt bij Ontwikkelingssamenwerking: voor een van de rijkste landen ter wereld zou het eigenlijk vanzelfsprekend moeten zijn die norm structureel te halen.


kapitein ter zee b.d. Amsterdam