Column

Gelukkig kind is niet gratis

Deze week werd bekend dat het met de gelijkheid tussen man en vrouw beter gesteld is in Rwanda dan in Nederland. Dat bleek uit de Gender Gap Report van het World Economic Forum. En net als al die andere keren dat we op een ranglijst voorbij worden gestreefd door een Afrikaans land, komen onze vooroordelen over dat continent pijnlijk bloot te liggen. Een land uit Afrika? Dat het beter doet dan wij? Hoe kan dat nou? In Afrika was alles toch altijd verschrikkelijk?

Eerlijk is eerlijk. Er zijn wel wat opmerkingen te maken over de hoge score van Rwanda op deze lijst. En dat is niet alleen omdat er een genocide aan vooraf moest gaan. Om de positie van de vrouw in de politiek te bepalen, telt het World Economic Forum het aantal vrouwelijke parlementsleden ten opzichte van het aantal mannelijke. Wat ze daarbij achterwege laten is hoe prestigieus het is om parlementslid te zijn, en hoeveel macht het brengt. De debatten over de regeringsverklaring in de Nederlandse Tweede Kamer deze week zijn belangrijk, want ons parlement heeft daadwerkelijk de macht om zelf met wetsvoorstellen te komen en het de regering op onderwerpen verschrikkelijk lastig te maken. In Rwanda bestaat het parlement vooral uit ja-knikkers die ongezien vóór stemmen op alles wat president Kagame voorstelt. Tweederde vrouwen, hoera! Maar ze hebben weinig in de melk te brokkelen.

Toch wordt de Nederlandse situatie pijnlijk duidelijk, deze week in de Kamer. Man na man na man na man neemt het woord. Emancipatie in Nederland staat stil. Wij zijn niet gezakt op de gelijkheidsranglijst. Wij zijn voorbijgestreefd. Dit jaar werden ook nog eens de topinkomens meegenomen bij de inkomensongelijkheid en ja, hoger op de trap worden de vrouwen steeds schaarser.

Telkens als de ongelijkheid weer groot blijkt te zijn, klinkt de roep om quota, om langer verlof, om beleid kortom. Alsof je daarmee de oorzaak oplost. Welnee, vrouwen willen gewoon niet. Vrouwen willen 24-uurs baantjes, met niet te veel competitie en niet te veel ellebogenwerk, zoals aan de universiteit of in de Tweede Kamer. Dan liever een dagje extra met de kids.

Oh, die kinderen. Telkens weer kloppen wij onszelf op de borst met onze gelukkige kinderen. Want als we ergens koploper zijn, dan is het wel op de ranglijst van gelukkige kinderen. Belangrijke factor in dat geluk: eindeloze aandacht en tijd met mammie. Wat niet in de krant staat, is de opoffering die ervoor nodig is om die kinderen zo belachelijk gelukkig te krijgen. Al die vrouwen die plots geen cent te makken hebben na een scheiding omdat ze massaal op hun voltijds werkende mannen leunen. Het bijna volledig afwezig zijn van vrouwen in de top van het bedrijfsleven, van de universiteit, in de democratie. Die gelukkige kinderen zijn niet gratis.

Een ander gevolg is seksisme. Omdat ik een vrouw ben, ziet men in mij geen minister-president, geen CEO, geen hoogleraar. Ambitieuze vrouwen lijden onder dat leger van op halve kracht werkende moeders. Daardoor zit de beeldvorming tegen.

Ander gevolg: de cultuur die aan je leurt en sleurt. Na mijn terugkeer uit Amerika voel ik die cultuur sterker dan ooit. Daar hoorde ik bij de meerderheid met mijn voltijdse baan. Nu ik in Nederland in de minderheid ben, beginnen de opmerkingen aan me te knagen. Als Nederlandse vrouwen ergens goed in zijn, dan is het wel om die deeltijdbaan aan zichzelf te verkopen met nonsens-praatjes. Dat het zielig zou zijn, vijf dagen opvang. Dat de opvang van slechte kwaliteit zou zijn. Dat ze er stress van krijgen, infectieziektes, tekenend voor het leven. En dan zijn er nog de altijd terugkerende opmerkingen over het feit dat je kind maar één keer jong is. Ik ook, denk ik dan. Ik ben ook maar één keer jong. En toch word ik ontvankelijker voor die boodschap.

De laatste knagende gedachte: is fulltime niet gewoon hopeloos ouderwets? Is ambitie geen achterhaald overblijfsel van het falende ‘neo-liberalisme’? Misschien bungelen die vrouwen van ons helemaal niet onderaan, maar zijn ze juist vooruitstrevend. Misschien geven ze juist het voorbeeld van hoe de werkweek van de toekomst eruit ziet.

Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat het moeilijk klagen is over inkomensverschillen en over gebrek aan topfuncties voor vrouwen als mannen gewoonweg harder werken. Wil je Nederland koste wat kost hoger op die ranglijst hebben, dan moet je wel heel stevig ingrijpen om de scheve arbeidsinzet recht te trekken. Buitengewoon oneerlijk voor de mannen lijkt me, onwenselijk. Dan maar voorbij gestreefd worden. Het is de nadrukkelijke keuze van de Nederlandse vrouw.