Column

De pro deo advocaat zit in negatieve spiraal

Wat mag een advocaat die fulltime gesubsidieerde rechtsbijstand verleent verdienen – en hoe goed moet die als jurist eigenlijk zijn? Het is geen vraag die je ’s ochtends als eerste invalt. Maar het antwoord bepaalt wel mede de kwaliteit van de rechtsstaat. Ruim een derde van Nederland kan immers zelf geen advocaat betalen. En wie krijg je dan, Beun de Haas, mr. Doorsnee, of iemand van hetzelfde kaliber als de tegenpartij op je afstuurt? In de rechtbank zie ik dat het niveau sterk uiteen loopt. Meestal is het goed, maar regelmatig ook niet. Advocaten die juridisch geen moeite doen, geen pleitnotitie overleggen en alleen op clementie aandringen. Veel verdachten zien er uit alsof ze geen kwartje hebben – en sommige advocaten ook. Linnen toga’s die ooit zwart waren, worden na afloop in een AH-tas gefrommeld, bovenop een los gestort dossier. Afgetrapte schoenen, vermoeide gezichten. Niet florissant.

In Nederland zijn er inmiddels 17.498 advocaten, van wie er 7.410 gefinancierde rechtsbijstand verlenen. Denk behalve aan strafrecht ook aan arbeidsrecht, personen- en familierecht, erfrecht, vreemdelingenrecht, sociaal zekerheidsrecht, huurrecht en jeugdrecht. Over wat we collectief aan rechtshulp voor hen over hebben, wordt al jaren touw getrokken. Vorige maand verscheen er wéér een rapport. Van die 7.410 advocaten zijn er zo’n 4.000 tot 5.000 helemaal afhankelijk van de rechtshulpsubsidie. Zij komen inmiddels gemiddeld per jaar 11.000 euro te kort ten opzichte van het norminkomen van 43.000 euro. Dat is wat een schaal 12 ambtenaar verdient – denk aan senior beleidsmedewerker, wetgevingsjurist, directiesecretaris. Deze zogeheten ‘toevoegingsadvocaten’ halen echter uit hun praktijk netto 32.000 euro, ongeveer wat een administratief medewerker of een systeembeheerder bij de overheid krijgt.

Daar kun je je schouders over ophalen; zolang er juristen zijn die het er voor willen doen, wat dan nog. Dan maar AH-tassen en groen uitgeslagen toga’s. Maar wordt er voor dat geld wel voldoende kwaliteit geleverd? Daar lijkt het dus niet op. Dit rapport constateert het niet voor de eerste keer. Het niveau is ‘wisselend’ en de ontwikkeling is negatief. Het aantal eenmanskantoren is de afgelopen jaren verder gestegen. Dat druist in tegen de trend in de betaalde rechtsbijstand, vooral bij de verzekeringsjuristen. Daar zorgen specialisatie, digitalisering, collegiale toetsing en schaalvergroting voor hogere output, betere kwaliteit en lagere kosten.

In het bijzonder in het personen- en familierecht zou een ‘substantieel deel’ van de gesubsidieerde advocaten ondermaats presteren. Te weinig juridische kennis, gebrekkige procesvaardigheden, te veel zaken en ‘zaaksoorten’ doen, zich manifesteren als prijsvechter. Het rapport signaleert ronselpraktijken van ontspoorde juridische ondernemers. Toevoegingsadvocaten die de Staatscourant nakijken op deelnemers aan de Wet schuldsanering en die dan inpalmen. Sociale zekerheidsadvocaten die in huis-aan-huisbladen op bijstandscliënten jagen. Het rapport citeert advocaten die collega’s zagen die „zonder enige specifieke kennis” optreden in zaken waar ze die echt nodig hebben, die „kansloze procedures starten” en die „uit zijn op een conflict in plaats van een oplossing”. In de systematiek van de financiering zitten verder prikkels om te procederen in plaats van op te lossen. Beroep aantekenen in strafzaken en dat dan vlak voor de zitting weer intrekken: zo kan subsidie worden verdiend. Over éénmanskantoren die zich als generalist aanbieden, dus met meer rechtsgebieden, „heeft de commissie zorgen”. Lees: blijf daar als burger weg. De Orde van Advocaten wordt aanbevolen opleidingseisen te verscherpen, meer aan dossieronderzoek achteraf te doen, het aantal ‘actieve’ rechtsgebieden per advocaat te beperken en éénmanskantoren zoveel mogelijk tegen te gaan. Rechters zouden actiever aan hun president over ondermaatse advocaten moeten rapporteren, waar de deken dan actie tegen onderneemt. En dat is dan alleen maar eerstelijns onderhoud van een stelsel dat duidelijk grotere problemen heeft dan alleen te lage urenvergoedingen.

De auteur is juridisch commentator. Facebook: nrcrecht