Interview

Zij durven domme vragen te stellen

Jonge toezichthouders De gemiddelde commissaris is 61 jaar oud. De stichting Blikverruimers wil daar verandering in brengen door jonge talenten op te leiden tot toezichthouder. „Je moet wel goed beslagen ten ijs komen.”

Emille Buziau (links) en Igna Bonfrer (rechts) zijn toezichthouder in opleiding. Foto Robin Utrecht

Op zijn allereerste vergadering als commissaris was de toen 35-jarige Alexander Rinnooy Kan als eerste aanwezig. Iemand had hem een kop koffie gegeven. Hij keek naar de grote, ovale vergadertafel van de commissarissen van Bank Mees & Hope (inmiddels MeesPierson) en koos een plekje in het midden. Totdat hij achter zich „een kuchje” hoorde. Dát was niet de plek waar je als beginnend commissaris hoorde te zitten.

Inmiddels zit Rinnooy Kan (68) altijd aan het midden van de tafel. De voormalige voorzitter van de SER is, naast hoogleraar economie en bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam en Eerste Kamerlid voor D66, een zeer ervaren commissaris en toezichthouder. Vaak in de rol van voorzitter. Voorheen bij bijvoorbeeld De Nederlandsche Bank en Het Concertgebouw (beide tot 2015), nu onder meer bij Siemens en het Academisch Medisch Centrum.

Je moet dit niet willen voor een mooi cv, maar omdat je een drive hebt om dingen beter te maken

En hij is ambassadeur van de Stichting Blikverruimers, die streeft naar meer jonge mensen in toezichthoudende functies. Met dat doel richtten de initiatiefnemers een jaar geleden een speciale academie voor jonge toezichthouders op – mensen met drie tot tien jaar werkervaring. Vorige maand is de tweede lichting deelnemers begonnen aan een jaar cursussen en een ‘traineeship’ in een raad van toezicht.

Uit meer dan honderd kandidaten zijn de twintig meest getalenteerde en gemotiveerde twintigers en dertigers geselecteerd. Onder meer advocaten, ondernemers, ambtenaren en consultants. Een „bewezen maatschappelijke betrokkenheid” was een van de vereisten, zegt mede-oprichter en bestuurslid Lara Luten (31). „Je moet dit niet willen voor een mooi cv, maar omdat je een drive hebt om dingen beter te maken.” Voor een toezichthouder betekent dat kritische vragen stellen over het beleid van de raad van bestuur, maatregelen toetsen, een breder perspectief bieden.

Een heel wezenlijke les

De gemiddelde commissaris van de Nederlandse beursgenoteerde bedrijven is 61 jaar. De gemiddelde leeftijd van de afgelopen jaar benoemde commissarissen is 58 jaar. Dat blijkt uit de jaarlijkse Female Board Index. Er wordt dus voorkeur gegeven aan mensen die een lange carrière doorlopen hebben, ondanks de roep om meer diversiteit op het gebied van sekse, afkomst én leeftijd.

Rinnooy Kan heeft als jonge commissaris bij Mees &Hope „enorm veel geleerd”. De omgangsvormen, de spelregels – variërend van het kiezen van de juiste plek aan tafel tot het begrijpen wat de rol is van een commissaris. Vooral dat laatste is een „heel wezenlijke” les geweest. „Het beleid wordt niet door jou bedacht en ook niet door jou uitgevoerd. Je taak als toezichthouder is goed luisteren en kritisch gebruikmaken van je deskundigheid en afstand, en zo tot een oordeel komen waarin het belang van de hele organisatie wordt weerspiegeld.”

De „onbevangenheid” van een jonge toezichthouder kan volgens Rinnooy Kan „een nuttige verrijking” zijn, zeker in organisaties waar ook jongeren tot de doelgroep behoren. Al was het maar om tegenwicht te bieden aan ervaren toezichthouders, die „een natuurlijke neiging hebben om bij alles wat ze tegenkomen iets te herkennen wat ze al eerder hebben meegemaakt”.

Dat kan enorm helpen, aldus Rinnooy Kan, maar het kan je ook op een verkeerd spoor zetten. Het is een risico waar een toezichthouder zich bewust van moet zijn. Om blindstaren te voorkomen, gaat hij zelf bijvoorbeeld „altijd expliciet op zoek naar twijfels of aarzelingen bij de anderen”.

Dat het stellen van vragen en het dúrven stellen van vragen de jonge toezichthouder typeert, komt telkens naar voren in de gesprekken met Rinnooy Kan, Luten en twee deelnemers van de Academie. Dat doen ze omdat ze nog niet alles weten, zegt deelnemer Emille Buziau (32), maar óók omdat ze ter discussie willen stellen wat altijd al zo is geweest. Buziau is advocaat bij Houthoff en doet interne bedrijfsonderzoeken naar vermoedens van wanbeleid, fraude en potentiële onregelmatigheden. „Zo vindt een jonge toezichthouder het misschien opvallend dat een bestuurder ook nog een adviesbureau heeft in dezelfde branche. En misschien is dat ook geen probleem, maar doordat je het opmerkt kan dat beoordeeld worden.”

Flexibeler

Igna Bonfrer (31) nam vorig jaar deel aan de Academie en is nu bezig met haar traineeship in de raad van toezicht van GGZ-instelling Yulius. Als universitair docent en onderzoeker aan de Erasmus Universiteit doet ze onderzoek naar het gebruik van financiële prikkels om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Maar behalve haar expertise op het gebied van de bekostiging van zorg, noemt ook zij de „bereidheid tot het stellen van vragen” als haar toegevoegde waarde. Oók „domme” vragen, zegt Bonfrer. „Ik merk vaak dat juist de vragen die niet iedereen durft te stellen, de belangrijke vragen zijn.” Het zijn dan ook geen domme vragen, zegt Luten. Ze leggen bloot wat er onduidelijk is, en wat misschien helemaal niet zo logisch is als jaren werd gedacht.

Mede daarom kunnen jonge toezichthouders (een deel van) de doelgroep van het bedrijf soms beter vertegenwoordigen dan een „ervaren éminence grise”, zegt Bonfrer. „Want die is zich er niet altijd van bewust dat hij een specifieke blik op de wereld heeft.” Zo woonde ze een vergadering bij waarin werd gesproken over een eigen bijdrage van 200 euro voor een gezinstherapie. „Iemand zei: ‘Nou mooi, dat is toch een acceptabel bedrag.’ Dan merk ik wel even op dat 200 euro voor sommige gezinnen toch echt een flinke uitgave is.”

Wat jongere toezichthouders ook typeert, volgens Bonfrer en Buziau, is dat ze flexibeler zijn. Bonfrer: „Wij hebben minder de behoefte om vast te houden aan de bestaande situatie.” Buziau: „Oudere generaties zijn niet altijd bedacht op de dynamiek van de informatiestromen van tegenwoordig. Je kunt niet wachten tot een journalist je belt als er een crisis is in het bedrijf. Je moet pro-actief zijn, want voor je het weet staat het op Twitter.” Jonge mensen, zegt hij, zijn opgegroeid in een andere samenleving. „Als je niet begrijpt wat er technologisch mogelijk is en waar je op moet letten als het gaat om data en het waarborgen van privacy, dan mis je wat. Een bedrijf kan daarvoor een adviseur inhuren, maar je moet óók iemand in de interne governance hebben die het opmerkt.”

Serieus genomen worden

Om écht iets te kunnen toevoegen, moet de jonge toezichthouder wel serieus worden genomen door de meer ervaren leden. Die hebben vaak een bestuursfunctie en diverse commissariaten op hun naam staan. Juist een jonge commissaris moet daarom „goed beslagen ten ijs komen”, zegt Rinnooy Kan. De Academie bereidt de deelnemers daarop voor, met cursussen over onder meer aansprakelijkheid, financiën en de formele en informele krachten die spelen in een raad van toezicht – omgangsvormen en spelregels, bijvoorbeeld.

Inmiddels zijn er organisaties die zichzelf aanmelden bij de stichting, maar het aannemen van een stagiair in de raad van toezicht is nieuw en dus vaak spannend voor bedrijven, denkt Luten. Ineens praten jonge mensen mee op het hoogste niveau, waar zullen zij getuige van zijn?

Zo begon Bonfrer haar traineeship bij zorginstelling Yulius vlak voordat de raad van bestuur werd verzocht af te treden. Tegen haar verwachting in werd ze betrokken bij het hele proces. „Er is me nooit gevraagd de vergadering te verlaten omdat het te gevoelig zou zijn.” Het bleek een leerzame ervaring. Bonfrer: „Ik dacht dat er chaos zou ontstaan, maar het tegendeel gebeurde. Ik zag hoe de raad van toezicht netjes en stapsgewijs nadacht over hoe dit probleem in harmonie kon worden opgelost. Daar was ik van onder de indruk.” Die „stapsgewijze degelijkheid” is in elke crisissituatie nuttig, realiseerde ze zich toen. „Ook in mijn dagelijkse werk.”