Column

Yakkie

Woensdag kwam het bericht dat de Ghanese voetballer Abubakari Yakubu (‘Yakkie’) is overleden in een ziekenhuis in zijn geboorteplaats Tema, doodsoorzaak onbekend. Hij werd 35 jaar oud.

Het voelde alsof ik met een tak op het hoofd werd geslagen. Het eerste wat me te binnen schoot: Yakubu die op het trainingscomplex van Vitesse met een tak journalisten achternazat en daarna een supporter een klap op z’n brommerhelm gaf omdat die een opmerking over zijn uiterlijk maakte.

Yakubu (eerst Ajax, daarna van 2004-2009 Vitesse) was een kiezelharde middenvelder, waarschijnlijk een paar jaar ouder dan in zijn paspoort stond en boven alles een plezierig fenomeen waar niemand een touw aan vast kon knopen. Een interviewafspraak maken was moeilijk. Geen speler die journalisten zo goed op een afstand kon houden. Dan stonden ze na een wedstrijd op een kluitje voor de kleedkamerdeur te wachten op spelers en dan joeg hij ze de stuipen op het lijf door grommend als een beer naar buiten te komen en te doen alsof hij ze wilde bijten.

Yakubu was weleens een paar dagen kwijt (‘kwiet’ zeggen ze in Arnhem), dan wist niemand waar hij was en zelf wist hij, als hij weer opdook, ook niet waar hij was geweest.

Yakubu handelde in zijn vrije tijd in ‘spullen’ (vooral mobiele telefoons) achter het Centraal Station in Amsterdam.

Yakubu sliep weleens in zijn auto op Papendal, uit angst voor een boete voor te laat komen. Bij Vitesse vonden ze dat ook het beste vanwege zijn rijstijl, Yakubu reed consequent tachtig.

De voetbalhumor van Yakubu ging verder dan die van andere spelers. Marco, een journalist van RTV Arnhem, berucht vanwege zijn langdradige interviews, werd door spelers met suikerklontjes bekogeld als hij aan het werk was. Als hij buiten stond reden ze voor de lol met de auto op hem in, maar dan remden ze op het laatste moment.

Yakubu remde niet.

„Ja”, zeiden ze dan bij Vitesse, „dan moet je maar opletten. Yakkie is Yakkie.”

Mei 2009 zagen we elkaar voor het laatst. Het was zijn laatste werkdag als voetballer. Hij besloop me van achteren en sprong onverwachts op mijn rug waardoor ik omviel. Even later reed hij een laatste keer in op Marco van RTV Arnhem en daarna reed hij met tachtig kilometer per uur het trainingscomplex af, de wijde wereld in.

Ik probeerde hem nog een keer op te sporen voor een interview, maar niemand wist waar hij was of wat hij deed.

„Kwiet. Ergens in Afrika.”

Als er een hemel is, dan is hij daar woensdag waarschijnlijk grommend binnengevallen. Op zoek naar journalisten om ze met een tak op hun brommerhelm te slaan.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.