De wederopstanding van Eindhoven, gebouwd op Philips-DNA

Groeiwonder Eindhoven krabbelde na de massa-ontslagen van Philips in de jaren negentig weer overeind en voert tegenwoordig groeilijstjes aan. Op zoek naar wat lokaal ‘het wonder van Eindhoven’ wordt genoemd.

De Blob en de Lichttoren op het 18 septemberplein in Eindhoven. Foto Erik van der Burgt / Hollandse Hoogte

„Welke boon wilt u?” [Verslaggever begrijpt vraag niet.] „Welke koffieboon?” [Verslaggever heeft geen idee en kijkt op verkeerde kaart.]
„Nee die is voor de filterkoffie. Wilt u uw espresso met de Ethiopische of de Colombiaanse?”

Eindhoven is Eindhoven niet meer. Ja, de zachte g is er nog. En om de twee weken scanderen 30.000 man in het Philips-stadion nog steeds trouw ‘Boeren, boeren!’ [Spreek uit: boeruh] Maar de stad is de afgelopen tien, twintig jaar onherkenbaar veranderd.

„Ik wist na de middelbare school niet hoe snel ik weg moest komen. Als je mij toen had gezegd ‘je komt ooit terug naar Eindhoven’, dan had ik je voor gek verklaard”, zegt topman Daan Kersten van Additive Industries (50 werknemers) dat industriële 3D-metaalprinters maakt. Hij houdt kantoor op Strijp-S, een groot voormalig bedrijfsterrein van Philips. In leegstaande fabrieken zitten tegenwoordig horeca, hippe bedrijfjes, kantoren en woningen. Vorige week was het de hoofdlocatie van de Dutch Design Week, waar 335.000 bezoekers van over de hele wereld op afkwamen. Kersten: „Het is ongelooflijk hoe Eindhoven is getransformeerd, ook zakelijk.”

Het regent tegenwoordig positieve statistieken over Eindhoven. Nergens ter wereld worden bijvoorbeeld meer patenten per hoofd van de bevolking geregistreerd dan hier. Volgens het CBS groeit de economie er „bovengemiddeld” – harder dan in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. Dankzij Eindhoven heeft Brabant zelfs de Randstad ingehaald als gebied dat de grootste industriële bijdrage aan de Nederlandse economie levert. Tegenwoordig komt zelfs The New York Times in Eindhoven op bezoek en wordt de stad omschreven als „vibrant” en „cutting-edge”.

In dit fabriekje startte Philips in 1891 met de vervaardiging van gloeilampen. Het gebouwtje is al heel lang geleden te klein geworden, maar het bestaat nog steeds en huisvest nu het Philips-museum.
Foto ANP
De eerste DAF 600 de verlaat band van de fabiek in Eindhoven.
Foto ANP
De eerste Philips fabriek aan de Emmasingel werd aangekocht in 1891 en gebruikt voor het maken van gloeilampen en kooldraad. De eerste DAF 600 rolde niet ver van daar in 1959 van de band.
Foto’s Nationaal Archief/Anefo en ANP

Hoe anders was het begin jaren negentig. Eindhoven is de stad van Philips. En onder leiding van Jan Timmer voert Philips een gigantische reorganisatie door. Met Operatie Centurion verdwijnen 50.000 banen, grotendeels in Eindhoven.

Vrachtwagenfabrikant DAF, de tweede werkgever van de stad, wankelt. Kinderen beplakken de stad met zwartrode ‘Hou DAF op de weg’-stickers. In 1993 gaat DAF failliet. „De ontslagbrieven werden huis-aan-huis bezorgd als reclamefolders”, memoreert economie-wethouder Staf Depla. DAF maakt in afgeslankte vorm een doorstart. Toch is dat jaar 13,3 procent van de beroepsbevolking in Eindhoven werkloos. Dat is twee keer zo hoog als in de rest van Nederland.

In 1997 besluit Philips ook nog eens om zijn hoofdkantoor naar Amsterdam te verplaatsen. „Potverdorie wat doen ze ons nou aan”, zegt oud-topman Frits Philips (‘Mister Eindhoven’) dan. Burgemeester Rein Welschen spreekt van „een enorme schok” voor „de hele regio Zuid-Oost-Brabant”.

De ontslagbrieven werden huis-aan-huis bezorgd als reclamefolders

Philips neemt de stad over

Zonder Philips zou Eindhoven nergens zijn geweest. Het plaatsje telt maar zo’n 4.500 inwoners als ingenieur Gerard Philips er in 1891, mede vanwege de goedkope arbeid, neerstrijkt om er een gloeilampenfabriek te beginnen.

Eindhoven groeit met Philips mee. In 1929 telt Eindhoven ruim 75.000 inwoners waarvan er liefst 20.000 bij Philips werken. De ooit kleine gloeilampenfabriek neemt de stad over. De gemeente is traag en dus bouwt Philips zélf hele woonwijken om werknemers van elders uit het land te kunnen lokken. Philips zorgt bijzonder goed voor zijn werknemers en regelt in feite alles. Het biedt ze toegang tot dokters en richt onder meer de Philips Sport Vereniging (PSV) op. Zelfs drogisterijketen ETOS (Eendracht, Toewijding, Overleg en Samenwerking) begon in 1919 onder de Philipsvlag, werknemers kregen er korting.

Het NatLab.
Foto Roos Pierson
Thom Aussems (staand achter) voor het NatLab.
Foto Roos Pierson
Thom Aussems (staand achter) bij het NatLab op Strijp-S.
Foto’s Roos Pierson

Een cruciaal jaar in de Eindhovense geschiedenis is 1916. Dan wordt Philips in zijn voortbestaan bedreigd en maakt het een belangrijke keuze, vertelt Thom Aussems, die als directeur van woningcorporatie Trudo oude Philips-fabrieken opkocht en het boek Boeren en Beta’s over de Eindhovense geschiedenis schreef.

Vanwege de Eerste Wereldoorlog wordt glasimport uit Duitsland voor gloeilampen geblokkeerd. Anton Philips kiest ervoor zijn eigen glas te produceren en dat luidt de verticale integratie van de productieketen in. Philips gaat voortaan alles zelf doen. Aussems: „Het heeft de economische activiteit enorm verbreed, de groei vergroot en enorme betekenis voor Eindhoven gehad.”

Philips opent onder andere een eigen energiecentrale, een machinefabriek en een Natuurkundig Laboratorium waar ‘Willie Wortels’ nieuwe uitvindingen moeten doen. In dat ‘Natlab’ worden daarna onder andere röntgenbuizen, radio’s, tv’s, cassettebandjes, videorecorders en cd’s bedacht. Het helpt Philips uitgroeien tot een van de grootste consumentenelektronicabedrijven ter wereld.

Lees ook het interview met corporatiedirecteur Thom Aussems: ’Pas op, het is hier geen Limburg hè’

Werkloosheid

Samen met zo’n 10.000 collega’s kwam deze DAF-werknemer op 10 februari 1993 naar het stadhuis in Eindhoven voor de steunmanifestatie ‘Hou DAF op de weg.’ Foto ANP

Bedrijfsmatig komt de klad er vanaf de jaren tachtig flink in. Philips is zó groot geworden dat het inefficiënt en bijna onbestuurbaar is. Tot 1982 staat zelfs in de statuten dat zo veel mogelijk werknemers –„maximale nuttige werkgelegenheid”– een doel is.

In die tijd beginnen de eerste grote bezuinigingsoperaties en worden diverse Philips-bedrijven, waaronder ASML, afgestoten. Begin jaren negentig komt daar dus de ‘Operatie Centurion’ overheen waarbij duizenden Eindhovenaren hun baan verliezen.

„Omdat ook DAF failliet ging en toeleveranciers het zwaar kregen, verdween hier toen 30 procent van de banen”, zegt wethouder Depla: ruim 36.000. En vanwege globalisering en concurrentie uit lagelonenlanden was het niet realistisch dat die banen in dezelfde vorm ooit nog terug zouden komen. Depla: „Dan kun je gaan zitten rouwen over het verleden of bedenken hoe je er weer bovenop komt.”

De top-50 mensen uit die gouden driehoek hebben allemaal elkaars mobiele nummer in hun telefoon. Als iemand belt, neem je op. Ook in het weekend

Volgens de overlevering, die in Eindhoven luid wordt verkondigd, groeide toen het unieke Eindhovense Wirtschaftswunder: de ‘triple helix’. Een innige samenwerking tussen lokale overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven geïnitieerd door burgemeester Welschen, en de voorzitters van de TU Eindhoven en de lokale Kamer van Koophandel.

De eerste televisie-uitzending van een voetbalwedstrijd van PSV door Philips Experimentele Televisie.

Foto Nationaal Archief / Anefo
De Philips fabriek in Strijp, april 1976.
Foto ANP
Op 10 september 1950 werd voor het eerst een voetbalwedstrijd uitgezonden, PSV tegen EVV Eindhoven. Het Philips-stadion ligt vlak naast de wijk Strijp (1976).
Foto’s Nationaal Archief/Anefo en ANP

„Zo heeft Eindhoven zich, als een baron Von Münchhausen, echt aan de haren uit het moeras getrokken”, memoreert bestuursvoorzitter Jan Mengelers van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). Destijds werkte hij voor Nedcar waar toen samen met wetenschappers van buiten een hybride bus werd ontwikkeld die tot eind vorig jaar door Eindhoven reed. Nedcar is nu onderdeel van VDL – met ruim 11.500 werknemers in Nederland een van ’s lands grootste industriële maakbedrijven.

Mengelers zegt desgevraagd dat het echte „wonder van Eindhoven” is dat iedereen van betekenis elkaar zo goed kent. „De top-50 mensen uit die gouden driehoek hebben allemaal elkaars mobiele nummer in hun telefoon. Als iemand belt, neem je op. Ook in het weekend. En als er iets moet gebeuren, regel je dat in een mum van tijd met elkaar. Dat is de unieke kracht van Eindhoven.”

Dat Strijp-S internationaal hoge ogen gooit, is dankzij de industriële uitstraling van Philipsfabrieken die zijn getransformeerd tot hippe horeca en woon-, werk- en winkelruimte

Samen optrekken zit volgens Mengelers in het DNA van de regio. Zo is het plan en de lobby voor een tweede technische universiteit in Nederland (de TU/e) in de jaren vijftig aan de keukentafel van de Van Doorne’s (DAF) met onder andere Frits Philips en de toenmalig commissaris van de koningin bekokstoofd.

Het bedrijfsleven uit de regio trekt nog steeds opvallend verenigd op. De na de Tweede Wereldoorlog opgerichte Eindhovense Fabrikantenkring met industriëlen bestaat nog steeds. En vorig jaar dwong een zware delegatie bedrijfsbonzen met onder andere topmannen Peter Wennink (ASML), Guido Dierick (NXP) en Wim van der Leegte (VDL) een ‘crisisoverleg’ in het Catshuis af met premier Rutte, waarin zij pleitten voor meer erkenning (lees: geld) voor de regio.

Wederopstanding

Deze drie bedrijven bieden werk aan zo’n 20.000 mensen in de regio en zijn hét symbool van de wederopstanding van de regio Eindhoven, die zich al jaren als Brainport Eindhoven presenteert: een uniek economisch kerngebied van ‘kennisintensieve maakindustrie’.

De cleanroom bij chipmachinefabrikant ASML.
Foto Lex van Lieshout / ANP
Chipfabriek NXP.
Foto Rien Zilvold
Cleanroom bij VDL (2013). De VDL Groep is een internationaal industrieel familiebedrijf dat zich toelegt op de ontwikkeling, productie en verkoop van halffabrikaten, bussen en eindproducten.
Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP
Chipfabriek NXP en de cleanrooms bij VDL en ASML (geel)
Foto’s ANP

Het is een wederopstanding gebouwd op Philips-fundamenten. VDL groeide als toeleverancier van Philips en DAF en werd veel groter met het inlijven van een Philips-bedrijfsonderdeel, het voormalige Philips Machinefabrieken.

Chipmachinemaker ASML – aan wie de wereld indirect de smartphone dankt – is een afgestoten Philips-bedrijfsonderdeel. ASML (16.647 werknemers, 6,8 miljard euro omzet) levert 90 procent van alle chipmachines wereldwijd.

Ook chipfabrikant NXP (31.000 werknemers wereldwijd, 9,5 miljard dollar omzet) komt voort uit Philips. Het is onder andere gespecialiseerd in chips voor de automobielsector en wordt binnenkort voor 43 miljard euro overgenomen door het Amerikaanse Qualcomm: de op een na grootste overname van een Nederlands bedrijf ooit (na ABN Amro).

Zo zijn er voorbeelden te over van hoe de Eindhovense wederopstanding is gebouwd op de Philips-erfenis. Dat Eindhoven een trendy district heeft (Strijp-S) dat internationaal hoge ogen gooit, is dankzij de industriële uitstraling van Philipsfabrieken die zijn getransformeerd tot hippe horeca en woon-, werk- en winkelruimte.

Paradepaard van Brainport Eindhoven is de High Tech Campus, het voormalige terrein van Philips-uitvindingenparadijs Natlab dat begin 2000 werd opengegooid voor andere bedrijven. Het gebied groeit uit tot de High Tech Campus, waar nu zo’n 11.000 hoogopgeleide onderzoekers van over de hele wereld werken en 160 bedrijven en onderzoeksinstituten zitten. Het is het laatste stuk van Eindhoven waar Philips nog actief is. Met zo’n 4.200 werknemers is Philips zelfs de grootste werkgever van de campus.

Gewoon aan de slag

„Door Philips is er hier in de regio een soort gedeeld DNA van samenwerken ontstaan. Philips is nu veel kleiner, maar dat fenomeen is er nog steeds”, zegt oprichter Kersten van Additive Industries. Het in 2012 opgerichte 3D-metaalprintbedrijf zit op Strijp-S op de begane grond van een oude radiofabriek en behoort tot de wereldwijde top-10 van bedrijven in 3D-metaalprinten, een industrie in opmars. Het Amerikaanse GE kocht vorig jaar voor 1,4 miljard dollar twee concurrenten op. Additive Industries verkocht machines al aan bedrijven als Airbus en BMW.

„Wij hebben het op de typisch Eindhovense manier gedaan”, zegt Kersten glunderend. Achter hem smelt een laser het metaalpoeder aan elkaar voor een uitlaatonderdeel voor het Sauber Formule1-team. „Hier begin je met een aantal slimme techneuten die zijn opgeleid bij Philips en ASML, aangevoerd door iemand van TNO van de TU/e-campus die daar het 3D-printvak heeft geleerd.”

Eindhovense bedrijven halen hun hoogopgeleide kenniswerkers van over de hele wereld en die mensen moeten wel in Eindhoven willen wonen

Zeker zo belangrijk: niet de hele machine zelf maken, maar ook bestaande lokale technologie gebruiken die bijvoorbeeld ook in ASML-machines zit.

De ontwikkeling van de printer vond vervolgens „heel gestructureerd op de Philips-manier” plaats. Kersten doelt op een productontwikkelingsproces van elf stappen dat gebruikelijk was bij Philips en dat veel bedrijven in de regio hanteren. „Daardoor hoef je niet uit te leggen hoe je gaat samenwerken, je gaat gewoon aan de slag.”

Het zorgde ervoor dat Additive Industries binnen drie jaar volwaardige machines op de markt had. „Ik ben ervan overtuigd dat je dit nergens anders ter wereld zo snel voor elkaar krijgt. Hier in de regio werk je samen op basis van vertrouwen”, zegt Kersten. Niet meteen contracten op tafel en advocaten erbij. „Wij staan nadrukkelijk naast elkaar in plaats van tegenover elkaar. Ik heb een jaar of vier in Amsterdam gewerkt, ontzettend leuk werk gedaan, maar de samenwerking in de Randstad staat heel ver af van hoe hier wordt gewerkt.”

Area 51 Skatebaan
Foto Roos Pierson
The Blue Collar Hotel
Foto Roos Pierson
De skatebaan en het hippe hotel The Blue Collar op Strijp-S.
Foto’s Roos Pierson

Nog niet aantrekkelijk genoeg

Even voor de duidelijkheid: Eindhoven is niet veranderd in het paradijs op aarde. Op veel fronten is het gewoon een simpele provinciestad. Het openbaar vervoer bijvoorbeeld is matig. OV-fietsen zijn er nauwelijks. De hard gegroeide luchthaven is enkel per bus en niet per trein te bereiken. Het aanbod van sport en cultuur is schraal. Op de Cultuurindex van de Atlas voor Gemeenten haalt Eindhoven (qua inwoners de vijfde stad van het land) nog net de top-20. Eindhoven telt één gerenommeerd museum. Het Muziekgebouw dat nog wel eens aansprekende optredens kent, zit al tijden tegen een faillissement aan. De schaatsbaan kon nog net worden gered, maar De Tongelreep – hét recreatiezwembad van Eindhoven en omstreken – is failliet.

Vandaar dat, in Eindhovense driehoeksstijl, verschillende topmannen met toenmalig burgemeester Rob van Gijzel en de TU/e en TNO eind 2015 alarm sloegen bij premier Rutte. Ze attendeerden hem erop dat Eindhoven – in vergelijking met Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag – qua geld voor dergelijke voorzieningen zwaar onderbedeeld wordt. Het verschil is ongeveer een factor honderd. „Onacceptabel”, „nauwelijks te begrijpen en niet te verdedigen”, schreven zij de premier op ASML-briefpapier.

Eindhovense bedrijven halen hun hoogopgeleide kenniswerkers van over de hele wereld en die mensen moeten wel in Eindhoven willen wonen. Met zulke schrale voorzieningen is dat moeilijk, vertelden zij ook in de Catshuis-bijeenkomst die daarop volgde.

Toeval of niet, in het regeerakkoord van Rutte III wordt Eindhoven zes keer genoemd, dat is zes keer vaker dan in het vorige.

„Aan de ene kant zijn we waanzinnig enthousiast over wat hier gebeurt”, vertelt wethouder Depla lopend door Strijp. „De binnenstad is echt opgeknapt en zelfs het stationsgebied wordt minder lelijk. Maar toch is het hier gewoon nog niet aantrekkelijk genoeg.”