Opinie

Vergeet die medaille, opa, wij weten beter

Jeftha Pattikawa schrijft zijn overleden opa, over een veel te laat eerbetoon voor Molukse KNIL-militairen

Op deze foto, in bezit van het Moluks Historisch Museum, is de opa van Jeftha Pattikawa te zien. Mezach Pattikawa hurkt op de voorste rij, in het midden, en draagt een pet. Zijn leeftijd op deze foto is onbekend. Foto Moluks Historisch Museum

Lieve opa,

Dit geloof je niet. Ik las afgelopen week dat de laatste nog levende Ambonese KNIL-militairen alsnog een eerbetoon en de veteranenstatus ontvangen van Defensie en de medailles waar zij recht op hebben. Ik vroeg me af of het een bericht uit de jaren vijftig betrof omdat onder meer de NOS het had over ‘Ambonezen’. Had ik iets gemist? Boven het artikel prijkte toch echt de datum 30 oktober 2017. Bijna 70 jaar na jullie komst in Nederland. Ik vraag me af of er überhaupt nog Molukse KNIL-militairen in leven zijn.

Je vertelde me vroeger een keer hoe je hier op dienstbevel kwam en direct na aankomst een ontslagbrief in je handen kreeg gedrukt. Hoe je vervolgens met je gezin in een leegstaand concentratiekamp werd ondergebracht en geen soldij ontving, laat staan een veteranenpensioen. Werken werd jou moeilijk gemaakt, dus naast de drie gulden zakgeld per week die je ontving van de staat, was je genoodzaakt zwart bij te verdienen bij een boer, Jij en je voorgangers vochten voor Nederland vele oorlogen om de kolonie te beschermen en nu kleurden je handen rood van de bosbessen die je plukte om je gezin te onderhouden.

Ook vertelde je me hoe je ooit als straf in een Japans interneringskamp met een zware balk op je schouders op blote knieën door kiezelstenen moest voortbewegen.

Of gedwongen werd over de driekleur te lopen en op de beeltenis van de koningin te spugen. Dit weigerde je uit een diepgewortelde trouw aan het Nederlandse koninkrijk. Wrang genoeg negeerde datzelfde koninkrijk jou hier jarenlang. Hoe groot je spandoek ook was, hoe hoog je gebalde vuisten ook in de lucht staken en hoe hard je ook schreeuwde om gehoord te worden. Ze lieten je in de kou staan en keken niet naar je om.

Ik kan mij die vernedering niet voorstellen. De enige fysieke ontbering en mentale uitdaging in mijn leven is een marathon. Waarvoor ik overigens na het passeren van de finishlijn diezelfde dag nog een glimmende medaille in ontvangst mocht nemen.

Had het ministerie van Defensie indertijd zijn verantwoordelijkheid genomen, dan was je hoogstwaarschijnlijk wiskundeleraar of musicus geworden, zoals je me ooit vertelde. De eerste Molukse Mozart. Had je jouw soldatenkloffie dan aan de wilgen gehangen?

En hadden de schimmen uit het verleden je ’s nachts met rust gelaten? Ik weet het niet opa. De vergane tijd en onfortuinlijke omstandigheden maakten van jou voor altijd een vergeten oorlogsheld, zonder erkenning, ver van huis. Wat een pech zeg.

Op de plek van onze barakken staan nu rijtjeswoningen met op de hoek van de straat een monument. Een bronzen beeltenis van jou en oma. Het begin, jij draagt je uniform, zij draagt een kind. Ikzelf woon niet meer in die buurt, maar het blijft voor mij heilige grond omdat het de plek is waar jullie ondanks alles een waardig en eervol bestaan wisten op te bouwen. Bedankt voor die fijne tijd opa. En vergeet die medailles. Wij weten beter toch?

Liefs aan oma en bijna al je strijdmakkers daarboven. Hier gaat het goed.

Jeftha