Tweede Kamer

‘Bezuiniging’ op wijkverpleging is van de baan na motie van PvdA’er Asscher

De wijkverpleging wordt uitgezonderd van een bezuiniging die het nieuwe kabinet in voorbereiding had. Een motie daartoe van PvdA-leider Lodewijk Asscher is donderdag tijdens het debat over de regeringsverklaring met algemene stemmen aangenomen, ook die van de coalitiepartijen.

Asscher deed er in het debat alles aan de „schandalige bezuiniging” van 100 miljoen van tafel te krijgen. Die eis was een simpele voorstelling van zaken, want de ‘bezuiniging’ is in feite geen bezuiniging en 100 miljoen minder voor wijkverpleging staat niet in het regeerakkoord.

Achtergrond van Asschers motie is de wens van het kabinet de zorgkosten te beteugelen. Dat doet het door akkoorden over maximale uitgaven met zorgsectoren: ziekenhuizen, ggz, huisartsen, wijkverpleging. Dat moet samen 1,9 miljard euro opleveren. In de doorrekening van het regeerakkoord schatte het Centraal Planbureau hoeveel elke sector zou moeten inleveren. Voor ziekenhuizen was dat 700 miljoen, voor de wijkverpleging 100 miljoen euro. Daar komt dat bedrag van Asscher vandaan.

In 2018 gaat 3,8 miljard euro naar wijkverpleging. Dat is 600 miljoen meer dan in 2015, toen die sector onder het regime van de Zorgverzekeringswet werd gebracht. Zorgverzekeraars kopen van hun budget onder meer wijkverpleging in. Het bedrag dat het regeerakkoord voor de wijkverpleging voorziet is fluïde – verzekeraars kunnen er meer, maar ook minder aan uitgeven. Sowieso is er meer geld voor wijkverpleging, want er wonen steeds meer ouderen thuis. Het kabinet bezuinigt dus in feite niet, het stelt een plafond aan de uitgaven – om de zorgkosten in de hand te houden.

De onderhandelingen met de zorgsectoren moeten nog beginnen. Dat zal volgend jaar gebeuren. Asschers aangenomen motie is dan vooral een steun in de rug van de wijkverpleging in de onderhandelingen met het ministerie.