Stalin was een bankrover en vijf andere weetjes over de Oktoberrevolutie

Stalin begon zijn revolutionaire carrière als bankovervaller en Lenins lijk krijgt om de twee weken een speciale behandeling. Dit zijn zes interessante weetjes over de Oktoberrevolutie.

Foto Maxim Shipeknkov/EPA. Overige foto's AFP/AP

Waarom wordt de Oktoberrevolutie in november herdacht?

Tot 1918 werd in Rusland de Juliaanse kalender gehanteerd, de oude kalender die werd ingevoerd door de Romeinse dictator Julius Caesar (in het jaar 45 v. Chr.). Om de kalender gelijke tred te laten houden met het astronomische jaar werden toen schrikkeljaren ingevoerd. Vanaf de 16de eeuw werd in Europa de Gregoriaanse kalender gangbaar, die de Juliaanse kalender verbeterde door jaren die deelbaar zijn door 100 (1700, 1800) géén schrikkeljaar te maken en jaren die deelbaar zijn door 400 (1600, 2000, 2400) juist weer wel. Pas na de revolutie stapte ook Rusland per decreet over op de Gregoriaanse kalender, waardoor de Oktoberrevolutie op 7 november wordt herdacht. Alleen voor de bepaling van bepaalde feest- en herdenkingsdagen wordt de oude telling aangehouden, ook binnen de Orthodoxe Kerk. Daardoor valt Kerst in Rusland op 7 januari, Nieuwjaar op 14 januari.

Stalin als bankrover

Stalin begon zijn revolutionaire carrière als bankrover in Georgië. In de zomer van 1907 beroofde Josif Dzjoegasjvili (Stalins echte naam), in Tbilisi de lokale afdeling van de Russische Staatsbank. Met bommen en geweren wisten hij en zijn trawanten een beveiligde geldkoets in handen te krijgen. Veertig mensen kwamen om het leven, tientallen raakten gewond. De overvallers gingen ervandoor met 300.000 roebel, een bedrag dat omgerekend naar de huidige koersen gelijk is aan zo’n 3,5 miljoen euro. Het geld werd naar Lenin gestuurd om de revolutionaire kas te spekken.

Miljoenen doden

Nog altijd is onduidelijk hoeveel Sovjetburgers het slachtoffer zijn geworden van de politieke repressie in de Sovjet-Unie. Schattingen lopen uiteen.De Russische historicus Roy Medvedev kwam in 1989 uit op een schatting van 20 miljoen. Alleen de hongersnood in Oekraïne kostte al 7 miljoen mensen het leven. Tijdens de Grote Terreur (1937-1938) werden 800.000 mensen geëxecuteerd. In de kampen van de Goelag kwamen er 2,8 miljoen om. De dissidente schrijver Alexandr Solzhenitsyn raamde het totaal aantal slachtoffers op 60 miljoen.

Het lijk van Lenin

Na zijn overlijden in 1924 werd Lenin gebalsemd en opgebaard in een mausoleum op het Rode Plein. Het eerste mausoleum was van hout, om in 1930 plaats te maken voor het definitieve, roodzwarte gebouw in de vorm van een piramide. Lenins lijk krijgt om de twee weken een speciale behandeling en een keer in de zoveel tijd een grote onderhoudsbeurt. Sinds de val van de Sovjet-Unie woedt een hevige politieke discussie over de kwestie van Lenins begrafenis. In 1953 werd ook Stalin bijgezet in het mausoleum, maar onder invloed van Chroetsjovs destalinisatie werd hij in 1961 begraven bij de muur van het Kremlin.

Koelakken, sovjets en kolchozen

Toen Lenin de macht van de arbeiders uitriep, waren er in Rusland nog nauwelijks arbeiders. Het Russische Rijk was een land van straatarme boeren die tijdens de oorlog de hongerige soldaten van voedsel moesten voorzien. De rijkere boeren, zogeheten ‘koelakken’ (van het Russische woord voor ‘vuist’), werden door de communisten tot volksvijand bestempeld en onteigend. In oktober 1905 werd in Sint-Petersburg de eerste ‘sovjet’, een raad van arbeiders, opgericht door de revolutionair Trotski. Pas na de burgeroorlog (1917-1922) kwam de industrialisatie echt op gang in Rusland, en werden staatsfabrieken en collectieve boerenbedrijven, de ‘kolchozen’, opgericht die het land moesten moderniseren.

Bloedige Zondag

De eerste revolutie in Rusland vond plaats in 1905 en werd geleid door een geestelijke. Op 9 januari trokken honderdduizend stakende arbeiders naar het Winterpaleis in Sint-Petersburg met een lijst eisen aan de tsaar. Ze werden aangevoerd door de Orthodoxe priester Giorgi Gapon die banden had met liberale groepen en zich inzette voor de werkende klasse. Maar in plaats van hen tegemoet te komen, liet tsaar Nicolaas II het vuur openen de menigte. 130 mensen kwamen op het paleisplein om het leven en honderden mensen raakten gewond. De dag zou de geschiedenis in gaan als Bloedige Zondag.

Correctie: Een eerdere versie bevatte een onjuiste uitleg van de Juliaanse en Gregoriaanse kalenders. Deze tekst is aangepast.