Cultuur

Interview

Remco Koers

Snuffelen op de vierkante centimeter

Postzegelmarkt

Het fenomeen bestaat al 90 jaar: de Postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal. Vroeger was het er stervensdruk, nu niet meer. Maar niemand gaat hier failliet: mede dankzij de toeristen.

‘Postzegels bieden een venster op de wereld en op de wereldgeschiedenis. Na de Watersnoodramp van 1953 kwam er een speciale zegel uit. Daar leer je van”, zegt postzegelliefhebber Freek op de Amserdamse Postzegelmarkt. „Als ik naar die quizzen op televisie kijk, dan weet ik behoorlijk wat. Dankzij de zegels. Aardrijkskunde, regeringsleiders, cultuur, bloemen, vogels, verre landen, vlinders, muziek- en sporthelden, vliegtuigen, ruimtevaart, diepzee: het staat er allemaal op.” In de achterbak van zijn stationcar staan dozen en tassen met daarin de albums in de bekende kleuren rood, groen en blauw. Thuis heeft hij tienduizenden postzegels en nog eens stapels albums. Freek en zijn collega’s bewijzen: postzegels leven nog altijd, ondanks berichten over de postzegelmannen als een ‘uitstervend ras’. De zegels van luttele vierkante centimeters is wat hen bindt.

Al meer dan twintig jaar is Freek, die liever alleen met zijn voornaam genoemd wil worden, een vertrouwde verschijning op de Postzegelmarkt aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Dit jaar staat de markt daar negentig jaar – nog altijd elke woensdag en zaterdag. In 1927 verhuisde de markt van de hoek van de Gravenstraat tegenover het voormalige Hoofdpostkantoor naar het langgerekte plein tegenover het Telegraafgebouw en zo ongeveer naast het voormalige gebouw van het Algemeen Handelsblad. Op historische foto’s is achter de markt cabaret Tingel Tangel te zien, het huidige Betty Asfalt Complex.

De markt is befaamd, zowel in binnen- als buitenland. Het is een vrijplaats waar liefhebbers én handelaren komen. Ze ruilen zegels, kopen en verkopen, wisselen wetenswaardigheden uit over postzegels. Zo hoor ik dat Post.nl met Kerst de prijs van de zegels weer eens gaat verhogen. Aan het stalletje van Freek staat filatelist Peter, die alle zegels van Nederland verzamelt. Sommige gestempeld, andere ‘postfris’, zoals het heet. Ongestempeld. Peter heeft zojuist de vroegste Nederlandse postzegels gekocht, van Koning Willem III uit 1852 en enkele zeldzame Wilhelmina-zegels. Hij wil zijn verzameling „compleet hebben”. Wie zich buigt over de opengeslagen albums herkent – zeker als je vader vroeger ook verzamelde – vast veel zegels, al waren het maar de zegels uit je jeugd die je, zo blijkt, nooit meer vergeet.

Zowel Freek als Peter begonnen in hun jeugd met verzamelen. Freek omdat zijn moeder geboeid was door zegels en aan handel deed, Peter uit belangstelling voor de Nederlandse geschiedenis. Van oudsher bestaan de kramen uit niet meer dan een parasol of tentje, opgetrokken uit dekzeil. De albums en de verzamelmappen liggen op eenvoudige schragen. Dat is alles. Er gaat een grote charme uit van deze inventieve bouwsels. De handelaren behoren tot de categorie niet-officiële kooplieden, die geen marktgeld betalen. Sommige handelaren hebben niet meer dan een tas en een stoeltje bij zich. De herinneringen aan de glorietijd van de na-oorlogse jaren tot ver in de jaren zeventig zijn nog levendig. Ooit, in de begintijd, was het er zo druk dat de politie moest ingrijpen en naar verluidt werden toen de bomen geplant, om de markt enigszins in te perken.

Stadsarchief Amsterdam

„In die tijd stond het hele plein tjokvol. Overal geparkeerde auto’s. Mensen legden zelfs de albums op een kleedje op de motorkap”, zegt Peter, die zelf ook kraamhouder was. Terwijl we aan de stand van Freek praten, vouwt een liefhebber een kleurrijk oranje-wit-groen stoeltje ernaast open. Hij legt wat albums goed zichtbaar op de tassen, alles vervoerd per fiets. Vervolgens maakt hij een rondje langs zijn collega’s. Afwachten of zich handel aandient. De Nieuwezijds heeft op de postzegeldagen een sociale betekenis.

De markt kent niet alleen kramen maar ook enkele vaste panden, zoals de Postzegel- en Muntenhandel Ariadne van eigenaar Martin Gerritzen aan de Rosmarijnsteeg. „Ik zal niet zeggen dat de postzegelhandel floreert en dat twintigjarigen de winkel bestormen”, zegt Gerritzen, „maar het gaat beslist niet slecht. Dat imago kregen we acht jaar geleden door een artikel in Het Parool over ‘oude postzegelmannetjes die beweerden dat het alsmaar minder werd’. Dat heeft ons schade berokkend. Terwijl: de markt en de aangrenzende Rosmarijnsteeg krijgen vermelding in reisgidsen. Toeristen vormen nu, meer dan zo’n twintig jaar geleden, een groot deel van mijn klandizie. Laatst kreeg ik bezoekers uit Koeweit.” Gerritzen benadrukt dat geen van de winkels of handelaren ooit failliet is gegaan: als ze ermee ophouden, is dat wegens de leeftijd. Terwijl we praten komt een Portugees echtpaar de winkel binnen, op zoek naar een speciale munt.

Wie hier rondstruint, maakt kennis met de wereld in miniatuur. Postzegels zijn wereldreizigers en liefhebbers maken die reizen mee – zo ongeveer praten de mannen erover die in een kring bijeen staan. Maar toegegeven, wie schrijft er nog brieven? „Mijn vrouw wel”, zegt een van hen, „naar Amerika”. Ook worden minder postzegels uitgegeven. En helaas laat de jeugd het afweten. Maar dat alles laat onverlet dat postzegels op veilingen het goed doen. Internet geldt als een geduchte concurrent. „Iedereen kan op Markplaats zijn eigen handeltje beginnen”, zegt de standhouder in het rode tentje. Het probleem is eerder dat de mensen de weg naar de Postzegelmarkt niet weten te vinden. Er heerst de gedachte dat collecties niets waard zijn. Als nabestaanden een verzameling erven, zijn ze hier aan het juiste adres.

Aan de Postzegelmarkt ligt, verscholen achter de sanseveria’s, café Diep, met Femmy als uitbaatster. Hier komen al sinds mensenheugenis de postzegelliefhebbers samen voor de koffie. „Vroeger bezochten ze ook journalistencafé Scheltema, want de Nieuwezijds was de krantenstraat van Nederland. Maar als de heren journalisten aan de lunch gingen, dan moesten de filatelisten verkassen en zo kwamen ze bij Diep terecht”, zegt Femmy. De postzegelmannen zitten in de middag te kaarten. Ze zijn op de hoogte van het 90-jarige jubileum maar men is ook zorgelijk: er gaat het gerucht dat de gemeente de markt wil ontruimen. „Er moet al zoveel weg.”

Standhouder Freek kan het beamen: kortgeleden kreeg hij voor het eerst een boete van 60 euro vanwege zijn op de markt geparkeerde auto. Freek: „De Postzegelmarkt weghalen betekent groot verlies voor de stad. Kijk eens om u heen, wat een goede sfeer heerst hier. Er staan mensen met elkaar te praten, toeristen komen en laatst had ik hier enkele jongeren: ze moesten een leesbeurt geven over postzegels. Net zoals mijn dochter. Ik hoop dat u een positief stuk schrijft, want postzegels verdienen het.”