Commentaar

Rutte had kier van Trèveszaal wel meer mogen openzetten

Regeringsverklaring

Een pijnlijke ervaring zoals zijn verre voorganger Hendrik Colijn in 1939 overkwam is premier Mark Rutte donderdag bespaard gebleven. Colijns vijfde kabinet werd twee dagen na de beëdiging tijdens het debat over de regeringsverklaring met een motie van afkeuring direct al weer weggestuurd. Maar het derde kabinet Rutte, regerend met de meest minimale meerderheid van één zetel in zowel Tweede als Eerste Kamer, kan na de eerste confrontatie met de Tweede Kamer zonder obstakels en met meer zelfvertrouwen nu dan toch echt beginnen.

VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, de vier coalitiefracties, waren rolvast en toonden zich trouwe en gedienstige steunpilaren van ‘hun’ kabinet. Geen enkele keer lieten ze zich bij het debat over de regeringsverklaring uit de tent lokken door de oppositie. Die oppositie werd één schamel resultaat gegund: wijkverpleegkundigen zullen van bezuinigingen worden uitgezonderd.

Het uitgesproken Hollandse kabinet dat volop polderend en overleggend met iedereen zijn plannen ten uitvoer wil brengen kan – enkele uitzonderingen aan de flanken daargelaten – rekenen op een even Hollandse oppositie: kritisch maar welwillend. Niet ontkennend dat het regeerakkoord ook goede elementen bevat. En bereid de spreekwoordelijke uitgestoken hand van het kabinet niet bij voorbaat af te wijzen.

Interessant aan dat front is de ontluikende linkse samenwerking. GroenLinks, SP en PvdA, samen goed voor nog slechts 37 zetels in de Tweede Kamer hebben elkaar voorzichtig gevonden. Het is samenwerking uit nood; elf jaar geleden hadden deze drie partijen nog 65 zetels. De komende jaren zal moeten blijken of het linkse trio elkaar niet alleen weet te vinden vanwege de gezamenlijke tegenstander maar ook omdat er een gemeenschappelijke boodschap is.

De deur van de Trèveszaal staat op een ruime kier, zei premier Rutte in zijn regeringsverklaring. Maar die ruimte was tijdens het debat over de regeringsverklaring nauwelijks waarneembaar. Illustratief was de halsstarrige weigering van Rutte openheid van zaken te geven over het voornemen de dividendbelasting voor buitenlandse investeerders af te schaffen. Een maatregel om het vestigingsklimaat te verbeteren en waar 1,4 miljard euro mee is gemoeid. De feitelijke onderbouwing is op zijn minst karig te noemen en de oppositie vroeg dan ook terecht met een beroep op artikel 68 van de Grondwet (de inlichtingenplicht van de regering aan het parlement) om meer informatie.

Als het desondanks aankomt op zaken doen met de oppositie is de conclusie na het tweedaagse debat dat partijen uit het linkse verbond daarvoor het eerst in aanmerking komen. De PVV, in het versplinterde electorale landschap met 20 zetels de grootste oppositiepartij , wist zich tijdens het debat over de regeringsverklaring wederom geheel buiten de orde plaatsen. De xenofobe teksten van partijleider Wilders beginnen na al die jaren misschien vertrouwd aan te doen maar het blijven xenofobe uitlatingen die veroordeeld moeten blijven worden. Het was dan ook goed te zien dat nagenoeg alle fractieleiders dit deden en het niet geheel overlieten aan Wilders’ vaste tegenspeler , D66-leider Alexander Pechtold.

Afgezien van het wegzetten van complete bevolkingsgroepen kritiseerde Wilders de dubbele nationaliteit van de bewindslieden Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) en Visser (Defensie, VVD). Hij diende om die reden zelfs een motie van wantrouwen tegen hen in. Een motie waar premier Rutte terecht van zei er, „een vieze smaak” van in de mond te krijgen. Hierbij moet worden opgemerkt dat Rutte op dit punt een ontwikkeling heeft doorgemaakt. Want tien jaar geleden meende hij nog als oppositieleider dat het de Nederlands-Turkse politicus Nebahat Albayrak (PvdA) „gesierd” zou hebben als zij haar Turkse nationaliteit had neergelegd. Dit was nadat zij in het vierde kabinet Balkenende was benoemd tot staatssecretaris van Justitie.

Als premier maakte Rutte duidelijk dat op baisis van de Grondwet „enig onderscheid” tussen Nederlanders met of zonder een meervoudige nationaliteit bij een benoeming tot lid van het kabinet niet is toegestaan.

Deze Rutte kan nu met zijn derde kabinet aan de slag. De staatsrechtelijke betekenis van de afloop van het debat over de regeringsverklaring is dat de Tweede Kamer zijn vertrouwen heeft uitgesproken. Al eerder liet Rutte weten niet te willen regeren op basis van de helft plus één. Maar juist deze intentie had hij deze week wel iets meer mogen laten blijken.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.