‘Orthodoxe imam streed juist met tong, mond en pen’

Gebiedsverbod

Imam Jneid vecht zijn verbod in enkele Haagse wijken te komen aan. Uit die buurten trokken veel jongeren naar Syrië en Irak.

Imam Fawaz Jneid (zittend) in de rechtbank. Illustratie Aloys Oosterwijk

„De heer Fawaz Jneid is geen terrorist. Hij is geen uitreiziger, noch is hij een teruggekeerde IS-strijder. De heer Jneid is een islamitisch prediker.”

Dat zei advocaat Ümit Arslan donderdagmorgen in de Haagse rechtbank over zijn cliënt, de orthodoxe imam Fawaz Jneid. In de rechtbank diende een beroepsprocedure tegen het besluit van antiterreurdienst NCTV tot een gebiedsverbod voor de imam in de Haagse Schilderswijk en Transvaalbuurt. De imam kreeg in augustus het verbod voor zes maanden vanwege „zijn intolerante boodschap in een gebied waar veel radicalisering is. Zo draagt hij bij aan radicalisering richting jihadisme.”

Sinds maart heeft de dienst de mogelijkheid zulke gebiedsverboden op te leggen. Daarmee wil hij de verspreiding van het jihadistisch gedachtengoed tegengaan dat dient als inspiratie voor terroristische activiteiten. Jneid tekende beroep aan tegen het bestuursrechtelijk besluit. Volgens hem zijn met het gebiedsverbod zijn grondrechten geschonden zoals de vrijheid van godsdienst, van meningsuiting en van bewegingsvrijheid. Het is de eerste keer dat de rechter de toepassing van het gebiedsverbod toetst.

Namens de minister van Justitie en Veiligheid legde advocaat Marianne Hirsch Ballin uit waarop de maatregel tegen Jneid was gebaseerd. Ze sprak van een „rode draad” in de preken van de imam. „Die is telkens: het is een goddelijke opdracht en bevel om op te komen voor de islam en moslims. Er wordt slachtofferschap van soennieten gecreëerd. Ook wordt een vijandbeeld geschapen van sjiieten, Joden, atheïsten en het Westen.”

Theo van Gogh

Advocaat Hirsch Ballin zag meer aanwijzingen dat de radicale prediker, eerder actief in de fundamentalistische AsSoennah-moskee in Den Haag, een rol speelt bij de inspiratie tot terreur. Samir A. van de Hofstadgroep en twee uitreizigers naar Kashmir in 2002 zouden Jneid vooraf toestemming hebben gevraagd voor de jihad. Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh en lid van dezelfde Hofstadgroep, is onder zijn gehoor geweest, zei Hirsch Ballin.

Daarmee wordt volgens haar aannemelijker dat Jneids algemene oproepen tot jihad door zijn volgelingen gewelddadig worden opgevat. Dat dit vaak jongeren zijn in de Schilderwijk en Transvaal, maakt de preken van Jneid extra gevaarlijk, aldus Hirsch Ballin. Juist hiervandaan vertrokken veel uitreizigers naar Syrië en Irak.

Advocaat Arslan wierp tegen dat zware maatregelen als een gebiedsverbod niet gebaseerd kunnen zijn op wat men achter woorden vermoedt. „Het moet gaan om de woorden zelf, wat is gezegd.” Daaruit blijkt juist dat Jneid de strijd voor de islam vreedzaam voert, zei Arslan. Hij citeerde een oproep van de imam om „Gods recht te verdedigen met je tong, met je mond en met je pen”.

Arslan noemde Jneid verder „een felle tegenstander van IS”. In een lezing in juli 2014 zou Jneid hebben gezegd: „Jongens sporen elkaar aan om aanslagen te plegen. Maar hiervoor bestaat geen islamitische grondslag.” Ook zei hij: „Er zijn mensen die moslims vermoorden in naam van God. Dat zijn niet de wetten van God.”

Uitspraak op 23 november.