Interview

Ode aan Frederik II, keizer, valkenier en wetenschapper

Geschiedenis

Een Middeleeuwse keizer met een passie voor de valkenjacht inspireerde emeritus hoogleraar pijnbestrijding Ben Crul tot een biografie. Hij ziet Frederik II van Hohenstaufen als een pionier van de moderne wetenschap.

Frederik met slechtvalk, in zijn boek De arte venandi cum avibus (Over de kunst van het jagen met vogels).

In de havenstad Palermo op Sicilië leggen bewonderaars en bedevaartgangers nog elke dag bloemen op het graf van de Roomse Keizer Frederik II van Hohenstaufen. Op het lint staan uitingen van rouw, zoals voor de ‘onvergetelijke keizer’, Imperatore indimenticabile.

Ben J. P. Crul (1941), emeritus hoogleraar pijnbestrijding aan de Radboud Universiteit Nijmegen, is al jaren geboeid door deze Middeleeuwse keizer, die leefde tussen 1194 en 1250. Zijn vader was Hendrik VI die in Nijmegen op het Valkhof was geboren. Dat schept een band.

Er is meer. Op het eerste gezicht hebben pijn en valkerij weinig met elkaar te maken, dat geeft Crul toe. Maar toch: „Van Frederik leerde ik zelfstandig denken, buiten de geëffende paden. Hij beoefende een nieuwe vorm van wetenschap, zonder religieus dogma. Dat was moedig en inspireerde me.”

Toen Crul met emeritaat ging, zag hij kans zich te verdiepen in het leven van de keizer en een boek aan hem te wijden, Frederik II. Een moderne wetenschapper uit de Middeleeuwen. „Het is alsof Frederik dit huis heeft ingenomen”, zegt hij in zijn woonplaats Malden vlak onder Nijmegen. Hij laat foto’s zien van het praalgraf van Frederik, met de verse bloemen. Tijdens het gesprek begeeft hij zich onvermoeibaar van woonvertrek naar werkkamer om het ene boekwerk na het andere te voorschijn te halen. In korte tijd vormt zich een heuvelrug aan boeken op tafel.

Crul noemt Frederik II „miskend”, maar waarom? Nog steeds worden wetenschappelijke artikelen aan hem gewijd en geldt zijn omvangrijke verhandeling over de valkerij, De Arte Venandi cum Avibus (De kunst van het jagen met vogels, ca. 1245) als een ornithologisch standaardwerk. De vogeljacht waarover het boek gaat, gebeurt met slechtvalken op vliegende prooivogels als reiger, kraanvogel, wilde eend en duif.

Godloochenaar

Crul: „In de derde klas van de hbs in Den Haag hoorde ik een pater jezuïet over Frederik II spreken als een godloochenaar, die zich keerde tegen de kerk. In 1875 verscheen een pamflet tegen hem met als titel Een kerkstormer uit de Middeleeuwen. In mijn herinnering als middelbare scholier is hij verguisd. Sindsdien ben ik me voor hem gaan interesseren. Hoe kan iemand die zo geniaal is tegelijk zo miskend en verketterd zijn? Het verbaast me dat ook hedendaagse historici die zienswijze aanhangen. Met mijn boek wil ik het beeld van Frederik als blasfemist corrigeren en hem een eerbetoon brengen. Frederik was in alle opzichten een vooruitstrevend wetenschapper en bestuurder.”

Ben Crul, bewonderaar en biograaf van Frederik II. Foto Merlin Daleman

Frederik was keizer van het Heilige Roomse Rijk de machtigste man van de wereld voor wie „iedereen sidderde” en die „iedereen verbijsterd deed staan” ofwel: Stupor Mundi. Crul: „Hij beschouwde zichzelf als de gelijke van de paus, en dat bracht hem in conflict met de grootste geestelijk leider. In zijn hartstocht voor de valkerij zie ik parallellen met Frederik als vorst. Bij de valkerij gaat het erom roofvogels aan de valkenier te binden en hen ondergeschikt aan zijn wil te maken, net zoals onderdanen aan de keizer.”

Afgezien van wereldlijk bestuurder, valkenier en jurist was Frederik een inventief bouwmeester. In Zuid-Italië vlak bij Bari ontwierp hij het achthoekige Castel del Monte, waar hij zijn valken hield. Misschien was dit kasteel eerder een lusthof annex badhuis dan een jachtslot, daar zijn de geleerden het niet over eens. Het bouwwerk staat er nog altijd: groots en eenzaam op een hoogvlakte, een architectonisch wonder.

Besmuiktheid

„Toch wordt er aldoor met zekere besmuiktheid over hem gesproken”, betoogt Crul. „De oorzaak daarvan ligt in de afwezigheid van God in De Arte Venandi. Dat was voor de middeleeuwer en zijn religieuze overtuiging ongekend. Tijdgenoten beschouwden hem als een verloren zoon die op gespannen voet leefde met de kerk en die zich verzette tegen Gods wil en Gods voorzienigheid. Dat betekent overigens niet dat Frederik een atheïst was. Maar hij beoefende de natuurlijke historie op empirische wijze. Frederik verrichtte zelfstandig onderzoek en stelde de juiste wetenschappelijke vragen, bijvoorbeeld hoe vogels vliegen, hoe ze zich bij trek oriënteren en hoe je valken kunt africhten tot trouwe jagers op andere vogels. Hij beschouwt de Schepping niet als het sublieme werk van God maar als een empirisch te doorgronden creatie. Hiermee keerde Frederik zich tegen het dogma van de kerk, dat eiste dat alles wat we niet begrijpen aanvaard moet worden, want dat is Gods wijsheid en waarheid.”

Als Frederik iets niet wist, ging hij te rade bij deskundigen van zijn tijd. Dat was „uniek”, betoogt Crul. „Daarmee houdt hij huidige wetenschappers die allemaal op hun eigen onderzoekseiland leven een spiegel voor. Frederik heeft collegialiteit hoog in het vaandel. Ook dat maakt hem tot een belangrijk denker.”

Valkenboek

Het bijzondere van Cruls boek is dat het voor het eerst in onze taal een uitvoerige bloemlezing geeft van Frederiks valkenboek. Het oorspronkelijke, geïllumineerde manuscript van De Arte, geschreven in het Latijn, is tijdens het beleg van Parma in 1248, waar de keizer zich met zijn leger bevond, verloren gegaan. Zijn zonen Manfred en Enzo hebben afschriften gemaakt die zich in verschillende bibliotheken bevinden, onder meer die van het Vaticaan en de Universiteit van Bologna. Latere afschriften van deze ‘moederkopieën’ uit de veertiende en vijftiende eeuw bevinden zich in de bibliotheken van onder meer Parijs, Oxford, Rennes, Valencia en Wenen. Crul vertaalde hoofdzakelijk uit de gedegen en geannoteerde Italiaanse editie. Bij zijn vertaalwerk heeft Crul, volgens de overtuiging van zijn held, twee deskundigen van nu geraadpleegd: Rob G. Bijlsma als kenner van wilde roofvogels en valkenier Rob van Dipten van Birds at Work.

Ondanks de nauwgezette observaties van Frederik is er toch een enkele fout aan te wijzen: een slechtvalk zal een prooi nooit van bovenaf vangen, zoals nog altijd de meeste mensen denken. De valk nadert het slachtoffer schuin van achteren, in zijn dode hoek. Vervolgens manoeuvreert de jachtvogel zich onder de prooi, werpt zijn klauwen uit en slaat de vogel aan de onderzijde. Frederik schrijft echter ‘bij de hals’. Hoe is dit te verklaren? Crul: „Roofvogelkenner Bijlsma heeft me op meer oneffenheden in het traktaat gewezen. Alle observaties gingen destijds met het blote oog, en dat is een groot contrast met het tegenwoordige gebruik van verrekijkers en telelenzen. Bovendien gaat de valkenvlucht met een snelheid van een paar honderd kilometer per uur en speelt zich af op grote hoogte, te ver om met het goed te kunnen waarnemen met het menselijk oog.”

Miskend

Tot 2006 bekleedde Crul de leerstoel Pijnbestrijding in Nijmegen. Wat betekent Frederik II voor hem? „Iets wat miskend is, boeit me”, antwoordt hij. „De keizer werd wegens hovaardij veroordeeld en zijn werk onderschat. Pijn is in de geneeskunde niet op waarde geschat. Ik heb me ingezet pijnbestrijding aanvaard te krijgen als een serieus medisch probleem. In de medische wereld geldt chronische pijn als onbegrepen, en dan verliezen artsen snel hun belangstelling. Dit zit diep verankerd in het medisch denken. Sinds mijn aanstelling in 1996 en lang daarvoor heb ik dat willen veranderen. Artsen doen pijn vaak af met: ‘Neemt u maar een paracetamolletje.’ Dat was ook de titel van mijn afscheidsrede. Ik heb de pijnbestrijding beoefend vanuit een nieuw perspectief waarin de hele mens aan bod komt: zijn of haar lichaam, geest, sociale situatie en levensverhaal. Deze brede en alomvattende aanpak vond ik terug bij Frederik II van Hohenstaufen. De methode van De Arte is nog altijd waardevol: het weergeven van feiten en observaties, gevolgtrekkingen doen en aanbevelingen.”

Respect

Het is vooral het respect dat Frederik schenkt aan zijn onderdanen, collega-wetenschappers en valken dat Crul aanspreekt. Dit is het sleutelwoord voor zijn wetenschappelijke overtuiging: „Respect voor de mening van anderen, voor patiënten met pijn en voor de natuur. In de geneeskunde was er altijd wel aandacht voor de ziekte maar veel minder voor de zieke. Pijn is juist door het persoonlijke karakter iets van de zieke zelf. Daar zou de geneeskunde meer respect voor mogen opbrengen.”

Ben J.P. Crul: Keizer Frederik II. Een moderne wetenschapper uit de Middeleeuwen. Uitg. Omniboek, 328 blz. Prijs € 29,99