NRC checkt: ‘Eindhoven ontvangt 125 keer minder dan Amsterdam’

Dat stellen Eindhovense prominenten, onder wie oud-burgemeester Van Gijzel, over het geld voor sport en cultuur.

Rob van Gijzel, oud-burgemeester Eindhoven. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

De aanleiding

Eindhoven voelt zich onderbedeeld en voert daarom al langer in Den Haag een lobby voor meer geld voor cultuur, sport en andere voorzieningen. „We wisten wel dat we minder kregen, maar dat het zo bizar veel minder was…”, fulmineerde burgemeester Rob van Gijzel vorig jaar september tijdens zijn afscheidstoespraak. Volgens Van Gijzel ontvangt Eindhoven – als vijfde stad van het land – 1,53 euro per inwoner voor voorzieningen terwijl Amsterdam (195 euro), Rotterdam (143 euro), Den Haag (138 euro) en Utrecht (144 euro) een veelvoud ontvangen. Met de cijfers is in de lobbystrijd door Eindhoven vaak gezwaaid, bijvoorbeeld ook door ASML-topman Peter Wennink in het Financieele Dagblad.

Waar is het op gebaseerd?

NRC kreeg een stapel documenten over die lobby op tafel met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daaruit blijkt de oorsprong van de cijfers: een vertrouwelijke studie van ‘Brainport Eindhoven’ – het lokale samenwerkingsverband van gemeente, bedrijfsleven en kennisinstellingen.

De studie wordt eind 2015 naar premier Rutte gestuurd door ASML-topman Wennink. In de begeleidende brief slaan Wennink en andere belangrijke bestuurders uit de regio (inclusief Van Gijzel) alarm over het Eindhovense aanbod van voorzieningen op het vlak van sport en cultuur. Doordat het voorzieningenaanbod in Eindhoven „achterblijft en zelfs verschraalt” is het moeilijker om internationale kenniswerkers aan te trekken, terwijl de stad toch het „hart van de technologische maakindustrie van het land” is. Wennink cum suis schrijven Rutte dat ze „geschrokken” zijn van het grote verschil tussen de grote vier (G4) en Eindhoven: Amsterdam ontvangt zelfs 125 keer meer.

En, klopt het?

Die vraag stellen ze ook op de Haagse ministeries. Men zit er niet op te wachten om de portemonnee te trekken voor Eindhoven of de verdelingssystematiek van gemeentengelden om te gooien. Er wordt opdracht gegeven de beweringen in de brief grondig te factchecken.

Net zoals alle gemeenten in Nederland ontvangt Eindhoven voor haar voorzieningen jaarlijks een bedrag uit het gemeentefonds van Binnenlandse Zaken. Per inwoner is dat 5 procent minder dan de G4, blijkt als ambtenaren in de eigen excelsheets duiken.

Dat is dus niet het grote verschil waar Eindhoven op doelt. Dát wordt veroorzaakt door een jaarlijks extra vast bedrag dat Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht sinds de jaren negentig ontvangen. Het geld – dat ze naar eigen inzicht mogen spenderen – is ze toebedeeld vanwege ‘cumulatieproblematiek’. De grote steden hebben bijvoorbeeld meer criminaliteit, meer grote evenementen, meer minderheden – zo is de achterliggende redenering.

Ambtenaren omschrijven de cijfers uit de Eindhovense brief als „rekenkundig waar”, maar vinden dat de vergelijking „volledig mank” gaat.

Daar hebben zij een punt. Het extra geld is door de G4 namelijk vrij te besteden. Het belandt lang niet allemaal bij sport, cultuur en stedelijke voorzieningen, maar bijvoorbeeld ook bij onderwijs en criminaliteitsbestrijding. Uit een overzicht van de ministeries van OCW en Binnenlandse Zaken komt naar voren dat, puur naar voorzieningen gekeken, de vier grote steden gemiddeld 20 procent meer per inwoner ontvangen.

Conclusie

Het klopt dat Eindhoven – als vijfde stad van het land – wezenlijk minder ontvangt voor sport, cultuur en stedelijke voorzieningen. Dat komt grotendeels doordat Eindhoven geen vaste jaarlijkse miljoenenbijdrage voor ‘cumulatieproblematiek’ ontvangt zoals de G4. Die extra bijdrage wordt echter bij lange na niet geheel aan sport en cultuurvoorzieningen besteed en in die context is de opmerking door Van Gijzel wél gemaakt. Daarom beoordelen wij de stelling als grotendeels onwaar.