Loonstijging en baangarantie voor NS-personeel

Na 25 uur onderhandelen hebben NS en de vakbonden een akkoord bereikt over een nieuwe cao.

In de nieuwe cao, die voor een periode van 2,5 jaar geldt, stijgen de lonen met 5,8 procent. Foto Niels Wenstedt/ANP

NS heeft vrijdag een akkoord bereikt met de vakbonden over een nieuwe cao. De huidige cao voor 16.000 medewerkers verliep eind september en na 25 uur onderhandelen zijn alle partijen het eens geworden, meldt FNV Spoor. Op dit moment leggen de bonden de afspraken voor aan hun leden. Als deze akkoord gaan, is de nieuwe cao daadwerkelijk een feit.

In de nieuwe cao, die voor een periode van 2,5 jaar geldt, stijgen de lonen met 5,8 procent. Dat gebeurt met terugwerkende kracht per 1 oktober 2017 met 2,3 procent, het jaar daarop met 2,3 procent en per 1 oktober 2019 met 1,2 procent. Ook gaat de onregelmatigheidstoeslag met 9,8 procent omhoog en vallen er geen gedwongen ontslagen.

‘Generatiepact’

In de nieuwe cao is ook een ‘generatiepact’ afgesproken. Dat houdt in dat spoorwegmedewerkers die vijf jaar voor hun AOW-leeftijd zitten via een regeling minder kunnen gaan werken. Zij kunnen 28 uur aan de slag tegen 89 procent van hun salaris en 100 procent pensioenopbouw. Daarnaast is afgesproken dat iedere werknemer 250 euro budget per jaar krijgt voor ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid.

De woordvoerder van FNV Spoor spreekt tegenover persbureau ANP “van goede afspraken”. De VVMC Vakbond voor Rijdend Personeel noemt het resultaat “mager”, maar volgens de vakbond viel er niet meer uit te slepen. Het CNV rept van “een cao met plussen en minnen, met perspectief voor werknemers om op een gezonde manier bij NS aan het werk te blijven”. Een woordvoerder van NS laat in een verklaring weten tevreden te zijn met de nieuwe cao:

“NS vindt het belangrijk dat haar medewerkers het beste uit zichzelf kunnen halen, op een gezonde en gemotiveerde manier kunnen werken en daarna van hun pensioen kunnen genieten. Daarom hebben we hierover in de cao ook goede afspraken gemaakt met de vakbonden.”