Leuke broek! Ruilen?

Kleding Tweedehandskleding is hip. Op feestjes ruilen mensen van kleren. „Wat overblijft, gaat naar een goed doel.”

Het pashokje bij het kledingruilfeest van café De Ceuvel in Amsterdam. Foto’s Rosan Hollak

‘Hé geweldig, dit is nu al mijn topkeuze.” Ingeborg Hoogeveen (42) draait op een zonnige zondagochtend in september buiten in een zwart designerjasje voor een spiegel. Aan haar arm hangt een geblokt retrojurkje. Naast haar staan rekken vol tweedehandskleding van verschillende merken. Hoogeveen is een van de eerste aanwezigen bij De Wasstraat, de derde kledingruil-editie van café De Ceuvel, een broedplaats voor creatieve ondernemers op een voormalige scheepswerf in Amsterdam-Noord.

De regels van de kledingruil zijn simpel. Deelnemers moeten 3 tot 7 kledingstukken meenemen. Die moeten schoon en heel zijn. Een jury bij de ingang bepaalt of de kleding aantrekkelijk genoeg is om een ander blij mee te maken en geeft een voucher waarop staat hoeveel stuks de indiener mag ruilen. De kleding die overblijft, wordt gedoneerd aan een goed doel.

„Een mooi systeem”, vindt Hoogeveen, die wel vaker naar openbare kledingruilfeestjes gaat. „Ik koop af en toe nog iets nieuws, maar niet veel. Leggings of ondergoed. Ik doe veel op deze manier.”

Justa Versluis (28), die naast Hoogeveen een jurkje staat te passen, vertelt dat ze het deze ochtend „best moeilijk had”. „Ik vond het al lastig om drie dingen uit mijn kledingkast weg te doen. Laatst had ik grote schoonmaak gehouden, dus ik heb alleen maar kleding die ik echt fijn vind. Maar ik heb vandaag drie mooie vintagebroeken meegenomen.” Ze spot een medewerker die aan komt lopen met een nieuwe lading kleding. „Ik zie nu een supervet jasje aankomen, daar moet ik achteraan.”

Tweedehandskleding is ‘groen’ en ‘hip’. Uit cijfers van het CBS, eerder dit jaar, blijkt dat het aantal tweedehandskledingzaken tussen 2006 en 2016 met meer dan 30 procent is toegenomen tot 490 winkels. Ook online wordt veel tweedehandskleding verhandeld en kringloopwinkels doen goede zaken, zoals blijkt uit de vijfdelige documentaireserie Het succes van de kringloopwinkel die de VPRO vanaf 25 december uitzendt.

‘Swap parties’ waar vriendinnen de inhoud van kledingkasten ruilen worden al jaren gehouden. Maar buiten huiselijke kring zijn openbare ruilfeestjes nu ook populair. Kledingruilorganisator Little Green Dress houdt regelmatig kleinschalige kledingruilfeesten in de Randstad. In Culemborg wordt deze maand XXL Kledingruil gehouden, voor vrouwen met grote maten.

Bij broedplaats De Ceuvel bestaat De Wasstraat nu een jaar. „Ik wil graag mensen op een speelse wijze bewust laten worden van de kledingindustrie”, zegt Charlotte Glastra van Loon (32). Samen met andere vrijwilligers zit ze op de ochtend van de derde editie van de kledingruil bij de ingang om de kledingstukken te keuren. Merken van H&M en Zara tot Anna Scott en Drykorn glijden door hun vingers. Zelf koopt ze sinds drie jaar geen nieuwe dingen meer. „Ik wil geen bijdrage leveren aan ‘foute’ kleding.” Ze doelt op de barre levensomstandigheden waaronder arbeiders in lagelonenlanden kleding produceren. Ook Tycho Hellinga (29), programmamaker bij De Ceuvel, benadrukt dat mensen vaak niet weten hoe vervuilend de kledingindustrie is. Reden dat hij ’s middags de documentaire The True Cost vertoont, over uitbuiting van kledingarbeiders en de negatieve impact van de kledingindustrie op het milieu. „Zo maken we mensen ook nog wat bewuster over duurzaamheid.” Hij is tevreden over de opkomst. „De vorige keer kwamen er zo’n zestig man, deze keer zijn er al meer dan 200 deelnemers.”

Ook schoenen kan je ruilen bij café De Ceuvel.
Het kledingruilfeest van café De Ceuvel in Amsterdam.
Foto’s Rosan Hollak

„Ik ben dol op vintagekleding. Veel dingen die ik leuk vind, kan ik niet in een gewone winkel vinden”, zegt Maroessia Karpenko (24), initiatiefnemer van ‘Moven met je Kleding’. Ze begon met het organiseren van kledingruilfeestjes in haar studentenhuis om duurzaamheid te stimuleren en vanwege haar liefde voor ‘aparte kleding’. Sinds een jaar organiseert ze dit soort bijeenkomsten in café The Move in Arnhem. „Ik adverteer vooral via Facebook. Per keer komen er zo’n zestig vrouwen op af. Vaak zie ik dezelfde gezichten, maar er zijn ook telkens nieuwe gasten bij.”

In tegenstelling tot bij De Ceuvel checkt Karpenko bij de ingang de kleding niet en is er geen limiet aan wat mag worden ingebracht. „Dat deelnemers niet meer meenemen dan inleveren is hun eigen verantwoordelijkheid. Wat overblijft gaat naar de kledingbank Arnhem.”

Is dit niet gewoon verkapte hebzucht?

„Iets ruilen is natuurlijk een oud gebruik, maar het past weer in deze tijd”, zegt lifestyle-expert Marieke Eyskoot, auteur van onder meer Dit is een goede gids – voor een duurzame lifestyle (2017). Sinds de jaren negentig is er een verschuiving van ‘slow fashion’ naar ‘fast fashion’. „Die overgang begon al in de jaren zestig met de komst van de consumentencultuur, maar raakte in de jaren negentig in een stroomversnelling. Kleding werd steeds vaker een wegwerpproduct.” Ook al worden op kledingruilfeestjes ook veel van dit soort goedkope ‘wegwerpmerken’ gedeeld, toch is kwaliteit daar belangrijker dan kwantiteit, meent Eyskoot. „Mensen nemen uiteindelijk alleen de goede kledingstukken mee naar huis. Ze komen naar een kledingruil omdat ze een kledingkast met betere spullen willen.”

Maar zijn dit soort ruilbeurzen niet een verkapte manier om nog steeds de hebzucht te bevredigen? Zeker omdat je ook weer met een volle tas naar huis gaat? In hoeverre help je zo mee aan een groenere planeet? „Het is een druppel op de gloeiende plaat, maar je draagt zeker bij”, meent imago-adviseur Karin Frenay van Soulstyling. „De kledingafvalberg wordt zo toch iets kleiner. Dat is beter dan niks.” Frenay organiseert vier keer per jaar een kledingruilactie bij haar thuis in Santpoort-Noord. Deelnemers – onderverdeeld in groepen voor de maten small, medium en large – moeten minstens vijf schone kledingstukken meenemen. Er is geen limiet aan wat kan worden meegenomen. „Soms gaan mensen met twee mooie kledingstukken naar huis. Ze zijn blij dat ze hun kledingkast hebben uitgemest en zijn kieskeurig bij het uitzoeken van iets nieuws. Maar er zijn ook deelnemers die met een hele nieuwe collectie naar huis gaan.”

Toch denkt lifestyle-expert Eyskoot dat het deelnemen aan kledingruil wel degelijk een uitwerking kan hebben op hoe je in het algemeen met kleding omgaat. „Je koopt minder snel en leert anders nadenken over kleding. Is het van goede kwaliteit? Is het dit geld waard en kan ik het over een paar jaar nog combineren met iets anders?” Hoe meer spullen je hebt, hoe meer je moet wassen en opruimen. „Wie een duurzame kledingkast nastreeft, gaat bewuster nadenken of hij of zij een kledingstuk wel écht wil. Je kiest voor kleding die je ook draagt.” „Ik heb minder de neiging om te gaan winkelen”, zegt Karpenko. „Vintage-kleding is vaak van een betere kwaliteit, dat gaat veel langer mee. Ik ben bewuster geworden over wat ik wil hebben.”

Het is het begin van de middag en Justa Versluis verlaat De Ceuvel met haar nieuwe aanwinst. Ze heeft vier kledingstukken uitgekozen. „Drie ga ik er zeker houden. Dit vestje, een bruingehaakt hemdje en een jasje van Anna Scott.” De vierde aanwinst, een vintage jasje met ruit, neemt ze mee voor een vriendin. „Dat raak ik zeker kwijt.”