Kamer besluit Nederlandse vlag een plek in het parlement te geven

Bijna alle parlementariërs stemden op voorstel van SGP en PVV voor de driekleur in hun midden. Sommigen willen daar nog een Europese vlag naast.

De vlag op het Binnenhof. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Metershoog of kamerbreed wordt hij waarschijnlijk niet, maar dat er een vlag in de Tweede Kamer komt is zeker. Afgezien van de Partij voor de Dieren waren alle fracties het er donderdag over eens dat de Nederlandse driekleur een plek in het parlement toekomt. Volgend twistpunt: komt de Europese vlag ernaast?

De introductie van de Nederlandse vlag in het parlement was een langgekoesterde wens van de SGP. “We dachten: misschien is de tijd nu rijp. En zie hier”, zegt woordvoerder Menno de Bruyne. Zijn politiek leider Kees van der Staaij diende de motie samen met Geert Wilders in.

Twintig jaar geleden was het voorstel misschien opgevat als een teken van nationalisme, of nutteloze symboliek. Maar “het denken is veranderd”, stelt De Bruyne vast. Zij het niet bij de Partij voor de Dieren, die de motie ‘onzin’ noemt. “Je hebt altijd mensen die niet meegaan in de moderne tijd”, aldus de SGP’er.

De Nederlandse Tweede Kamer heeft het altijd vrijwel zonder nationalistische symboliek moeten stellen, zegt hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis aan de Universiteit Leiden Henk te Velde. “Het was gewoon een vergaderzaal, en zo keek men er ook tegenaan”, aldus de professor.

“De Tweede Kamer zit verstopt in een gebouw, daar zie je van buiten weinig van. De vergaderzaal kennen we inmiddels van tv, maar die is ook ontworpen om weinig indruk te maken. Er leefde geen bewustzijn dat een soort symboliek moest doordringen in de huiskamers thuis.”

De Nederlandse politiek diende met name een praktisch doel – een positie die de Staten-Generaal volgens Te Velde al innemen sinds de Nederlandse Republiek. Symboliek liet men graag aan de vorst en later aan iconen uit de eigen zuil, zoals een rode vlag of een kerk. Nu die bestuurlijk een kleinere rol zijn gaan spelen, is de behoefte aan decorum op het Binnenhof gegroeid: “Dat je zegt: dit is een plek die niet alleen draait om de partijen, maar ook om het geheel.”

De hang naar verbindende symboliek heeft ook de vlag een hogere status gegeven, zegt historicus Joost Rosendaal. Hoewel er voor sommigen een ongewenste bijsmaak van nationalisme aan hangt, associëren we het rood-wit-blauw ook met voetbalwedstrijden, eindexamens en Koningsdag. “De vlag had bij ons wel een gevoelswaarde, maar als je ziet hoe hier vlaggetjes aan haringkarren werden gehangen, was er vrijwel nooit een ritueel aan gekoppeld”, zegt hij. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de VS, waar scholieren iedere ochtend trouw zweren aan de vlag.

“We hebben de vlag als gebruiksartikel gezien. In de jaren 50, 60 en 70 hielden mensen nauwelijks rekening met het hele protocol. Dat je hem ’s avonds of op tijd binnen moest halen, of er een lamp op moest richten. Dat je hem niet in de regen mag laten hangen... Daar hebben we zeker in de tweede helft van de twintigste eeuw lak aan gehad.”

Onze hernieuwde waardering voor de vlag komt voort uit de opkomst van Europa, zegt Rosendaal. “Dan grijpt men naar symbolen om niet in een groot blauw gebied met gele sterren te verdwijnen, maar ook vast te houden aan een bepaalde territoriale eigenheid.”

Overigens wordt die eigenheid niet gezocht in Nederlandse tradities. In de Ridderzaal van de 17de eeuw hingen veroverde standaarden van overwonnen regimenten, maar verder is in de vaderlandse volksvertegenwoordiging nooit gevlagd. In plaats daarvan hebben SGP en PVV zich laten inspireren door de vlaggen in ons omringende landen. “Invention of tradition”, noemt Rosendaal dat.

Met die nieuwe traditie komt Rosendaal wel tot een ander heikel punt: wordt de Nederlandse driekleur straks geflankeerd door de Europese vlag, zoals Jesse Klaver donderdag opperde? Want ook dat is in onze buurlanden gangbaar. “Liever niet”, zegt de SGP. “Maar in het Europees Parlement in Brussel mogen ze zo veel Europese vlaggen ophangen als ze willen.”